Maar na Zwarte Donderdag op 24 oktober 1929, de eerste dag waarop de beurs in New York definitief de weg omlaag leek te zijn ingeslagen, verzamelde nota bene het ’gewone’ bankwezen zich om de onrust te sussen. Een topbankier verkondigde de volgende dag luidkeels dat aandelen U.S. Steel, destijds een groot fonds, zouden worden gekocht tegen een hogere prijs dan het bedrijf op Wall Street noteerde.
Het mocht echter niet baten. Analyses in Amerikaanse media over de beurskrach leidden ertoe dat beleggers op 28 en 29 oktober nog meer aandelen verkochten. Een crisis was daarmee geboren. Pas in de jaren vijftig zou de Dow-Jonesindex weer op het niveau van begin 1929 terugkeren.
In het debat over de invloed van de grootste beurskrach in de geschiedenis op de Amerikaanse economie hebben economen uit vele hoeken zich gemengd. Maar opvallend is dat een van hen Ben Bernanke is, de huidige voorzitter van het stelsel van Amerikaanse centrale banken.
Volgens Bernanke is de Grote Depressie in de Verenigde Staten in de jaren dertig van de vorige eeuw een direct gevolg van de passiviteit van de Federal Reserve in die jaren. Terwijl consumenten en bedrijven in geldnood hun uitgaven terugschroefden, lieten de centrale banken het toe dat de maatschappelijke geldhoeveelheid kromp. De economische neergang werd daardoor verergerd, zo stellen aanhangers van deze theorie.
Bernanke heeft vele publicaties over de beurskrach in 1929 op zijn naam staan. De centralebankpresident wordt evenwel vooral herinnerd aan de steun die hij ooit aan monetarist Milton Friedman verleende. Volgens Friedman dient de overheid met een helikopter geld uit te strooien over het land bij dreiging van deflatie, waardoor consumenten en bedrijven moeilijker hun leningen kunnen terugbetalen omdat hun inkomsten dalen. Een referentie naar deze visie leverde Bernanke de weinig flatteuze bijnaam Helicopter Ben op.
Nu verkeert de Amerikaanse economie niet in een situatie van deflatie. Integendeel, er is juist te veel inflatie. Maar net als na de beurskrach van 1929 worden mogelijk consumenten en bedrijven gedwongen om hun uitgaven terug te schroeven. Vooral consumenten hebben te veel op de pof geleefd, gelijk aan de beleggers die in 1929 hun aandelenbezit grotendeels hadden gefinancierd met geleend geld.
Daarbij dreigt, analoog aan de jaren dertig van de vorige eeuw, het gevaar dat banken niet meer geld durven of kunnen uitlenen als gevolg van eigen problemen op de financiële markten. Om dit te voorkomen hebben centrale banken, waaronder de Federal Reserve, al honderden miljarden in de geldmarkten gepompt.
Het besluit van de Fed om de Amerikaanse verzekeringsreus AIG te nationaliseren, was woensdag de volgende stap. Een faillissement zou in de ogen van de Fed te grote risico’s hebben betekend voor het mondiale financiële systeem. Bernanke heeft zijn stoel in de cockpit gevonden.