Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Even niet puriteins

 Oud minister van Financiën Ruding hoopt dat het noodplan waarmee Amerikanen de crisis op de financiële markten willen keren snel kan gaan functioneren. „Het Amerikaanse Congres praat er nu verhit over. Maar ik denk dat het wel doorgaat. Zo niet, dan krijgen we maandag de grootst mogelijke problemen. Dan zitten we écht met de gebakken peren.” Foto ANP
 1 van 2  

Oud minister van Financiën Ruding hoopt dat het noodplan waarmee Amerikanen de crisis op de financiële markten willen keren snel kan gaan functioneren. „Het Amerikaanse Congres praat er nu verhit over. Maar ik denk dat het wel doorgaat. Zo niet, dan krijgen we maandag de grootst mogelijke problemen. Dan zitten we écht met de gebakken peren.” Foto ANP

„Absoluut schokkend” noemt hij het reddingsplan waarmee Amerikanen de crisis op de financiële markten willen keren. Niets doen is echter geen optie, stelt oud-minister van Financiën en voormalig topbankier Onno Ruding. „Nu even niet puriteins zijn. Het is 1 minuut voor 12.”
Superlatieven schieten tekort om het reddingsplan te beschrijven, waarmee de Verenigde Staten een einde willen maken aan de veenbrand die kredietcrisis heet. Een noodfonds van maar liefst 700 miljard dollar moet banken van hun onverkoopbare hypotheekobligaties afhelpen.

”Nieuw” en ”ongekend” is zo’n fonds echter niet, weet Ruding (69), die na twee ministerschappen van Financiën (zie kader) jarenlang topbestuurder was bij de Amerikaanse bankreus Citibank.

Het noodfonds doet hem denken aan een soortgelijk plan dat in 1988 in het leven werd geroepen om een crisis onder Amerikaanse spaarbanken te keren. Dat pakte redelijk uit. „Er is dus een belangrijk precedent. Bovendien ging het, gecorrigeerd voor inflatie, om een bedrag in dezelfde orde van grootte.”

Waren het destijds vooral honderden kleine Amerikaanse spaarbanken die voor omvallen moesten worden behoed, nu verkeren enkele van de grootste financiële instellingen ter wereld in acute ademnood. Ruding: „Een belangrijk verschil.”

Met de Amerikaanse president George Bush hoopt Ruding dat het noodplan snel kan gaan functioneren om de onrust op de financiële markten te dempen. „Het Amerikaanse Congres praat er nu verhit over. Logisch ook, feitelijk vraagt de Amerikaanse regering om een blanco cheque. Maar ik denk dat het wel doorgaat. Zo niet, dan krijgen we maandag de grootst mogelijke problemen. Dan zitten we écht met de gebakken peren.”

Hadden de VS dit niet veel eerder moeten doen?
„In ieder geval kan het niet láter dan nu. Het is echt 5 voor 12, wat zeg ik: 1 voor 12. Gehoopt was dat de feitelijke nationalisatie van de grote hypotheekbanken Fannie Mae en Freddie Mac en megaverzekeraar AIG rust op de markten zou brengen. Maar helaas.

Wat nu staat te gebeuren, gaat ver: de overheid krijgt een wel erg grote rol. Zoiets doe je ook niet zomaar. Dit is het ultieme redmiddel.”

Lokt een dergelijke reddingsactie niet juist slecht gedrag in de toekomst uit?
„Dat gevaar, het zogenoemde ”moral hazard”, is inderdaad groot. Ik ben daar ook erg bezorgd over. Banken kunnen gaan denken dat ze alles kunnen maken. Als het goed gaat, pakken ze de winst. Gaat het slecht, dan mag de belastingbetaler scherven rapen.

In principe stel je natuurlijk geen belastinggeld ter beschikking aan financiële instellingen die in problemen zijn geraakt. Let wel: niet door slecht weer of overstromingen, maar door eigen beleid. Niets doen is echter geen optie. Als we nu puriteins zijn, ondervinden straks ook u en ik de nadelen van deze crisis, doordat onze pensioenen of spaargelden in het nauw komen.

Het risico van moral hazard is wat kleiner, omdat bankiers ook bepaald niet met de schrik zijn vrijgekomen. Investeringsbank Lehman Brothers is écht failliet gegaan. Het is duidelijk dat ook de topmannen de laan uit zullen vliegen. Hun dagen zijn geteld. En de waarde van hun aandelen is verdampt.”

Maar bankiers hebben hun bonussen toch al lang en breed binnen?
„Dat geld kun je ze inderdaad niet meer afnemen. Ik verwacht wel dat het vigerende bonussysteem grondig op de schop gaat. Anders vráág je gewoon om problemen. Bovendien: mensen slikken dit niet meer. In de toekomst zullen toeslagen daarom meer voorwaardelijk moeten worden, bijvoorbeeld door bonussen pas na verloop van tijd uit te keren.”

U heeft warme contacten met Amerikaanse bankiers. Hoe is de sfeer op dit moment?
„Dat varieert per instelling. Een zakenbank als Goldman Sachs heeft natuurlijk wel wat problemen, maar maakt nog duidelijk winst en functioneert verder goed.

Bij Lehman is het natuurlijk kommer en kwel. Bestuursvoorzitter Richard Fuld is een man met een enorme trots. Die vindt wat nu gebeurt rampzalig. Dat juist hij fout beleid heeft gevoerd en te grote risico’s heeft genomen. Zijn levenswerk is ingestort. Denk maar niet dat hij straks tevreden achter de geraniums zit. Sommige bankiers hebben echter een minder goede mentaliteit. Die zeggen slechts: Helaas, we hebben gegokt en verloren.”

Zag u in uw tijd bij Citibank al elementen van de huidige crisis?
„Precies tien jaar geleden was er ook een crisis, waarbij velen bezorgd waren over de soliditeit van bijvoorbeeld Lehman. Maar de geneigdheid om onverantwoorde risico’s te nemen, dat is echt iets van de laatste jaren. Bankbalansen zijn volgeladen met tal van riskante producten en blijkbaar zitten er mensen aan de top die daarin onvoldoende inzicht hebben. Daarvan ben ik wel geschrokken. Die lichtzinnigheid is heel gevaarlijk.”

Is die grote risicobereidheid typisch Amerikaans?
„Zeker niet. Kijk maar eens wat er is gebeurd met Zwitserse banken, zoals UBS. Daar zijn ook onverantwoorde risico’s genomen. Nee, weet u: de markten waren goed, alles ging prachtig. Er was een lage rente en een hoge economische groei. En de mooiste bloemen groeien altijd aan de rand van de afgrond. Bankiers lieten de risico’s toenemen om zo nog meer winst te kunnen maken. Ze gingen ervan uit dat de bomen tot in de hemel zouden blijven groeien. Dan verlies je snel het evenwicht uit het oog. Bankiers blijven natuurlijk wel mensen, het zijn helaas geen robots.”

Kunnen we nu zoetjesaan weer aan opbouwen denken of zal de crisis zich verder verdiepen?
„Als het noodfonds wordt goedgekeurd, is dat een belangrijke bouwsteen voor de wederopbouw. Maar het betekent uiteraard niet dat alle problemen daarmee zijn opgelost. Banken kunnen nog steeds kapotgaan en er zal ook nog een aantal in de problemen komen. Geleidelijk aan zal het onderlinge vertrouwen op de financiële markten moeten terugkeren. Pas dan volgt echt herstel. Niemand weet hoelang dat zal gaan duren, maar ik verwacht toch minstens een jaar. Gedurende die periode kan de crisis zich nog verder verdiepen.”

De financiële economie is in de achterliggende maanden krakend tot stilstand gekomen. De reële economie draait vooralsnog door. Gaat dit veranderen?
„Het effect dat de huidige financiële crisis heeft op de reële economie is inderdaad nog beperkt. In Amerika is er zelfs nog immer sprake van lichte economische groei. En dat terwijl er al maandenlang over een recessie wordt gesproken. Maar het gaat wel slechter worden. Bedrijven en consumenten zullen steeds moeilijker aan krediet kunnen komen. Dat zet zeker een rem op de economische activiteit. En dan kan die vorige week gepresenteerde Nederlandse Rijksbegroting direct bij het oud vuil.”

U was jarenlang zelf minister van Financiën. Had u uw handtekening kunnen zetten onder de begroting van minister Bos?
„Er zitten goede elementen in zijn begroting, maar ik zou bijvoorbeeld reserves hebben ingebouwd ten aanzien van de crisis op de financiële markten. En bepaalde veronderstellingen die Bos doet, zou ik absoluut voorzichtiger hebben gedaan. Daar had ik mijn handtekening zeker niet onder gezet.

Bos gaat uit van een economische groei in 2009 van 2 procent en van extra aardgasbaten door te rekenen met een olieprijs van 125 dollar. Maar je kunt niet van twee walletjes eten. Economische groei én een structureel hoge olieprijs gaan niet samen. Het is een te gunstige veronderstelling en ik verbaas me dat dit nog zo weinig ter sprake komt. Bos neemt een groot risico.”

Niet iedere Nederlander is even gerust ten aanzien van de hier opererende financiële instellingen. Terecht?
„Nederlandse banken zijn gelukkig relatief solide. Deels is dat te danken aan het strenge toezichtbeleid dat De Nederlandsche Bank al jarenlang voert. Sommige financiële instellingen hebben meer tegenwind dan andere. Fortis heeft het nu bijvoorbeeld echt moeilijk. Dat is geen geheim. Ze zijn én bank én verzekeraar. Op beide terreinen krijgen ze momenteel de wind van voren.”

Zou u Fortis uw spaarcenten toevertrouwen?
„Oh jazeker, dat is voor mij zonneklaar. Bij alle Nederlandse banken, inclusief Fortis, zou ik dat met een gerust hart doen. Fortis zit met zijn activiteiten niet in de meest riskante financiële producten. Hun basisactiviteiten zijn solide.”

Tot slot: hoe zorgen we dat dit nooit meer gebeurt?
„Je kunt nooit iets helemaal voorkomen. Maar het is absoluut noodzakelijk dat het toezicht op financiële instellingen, zeker in de VS, verandert. Er moeten strengere eisen worden gesteld aan de hoeveelheid eigen kapitaal die banken minimaal als buffer moeten aanhouden, zodat ze niet meer zulke torenhoge schulden kunnen aangaan. Weet u, als je aardappels verkoopt, hangt de kwaliteit daarvan niet af van een begrip als solvabiliteit. Deze verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen is echter de basis van bankieren.”

Amerikaans reddingsplan voor banken

Het Amerikaanse Congres voert dezer dagen het debat over het eind vorige week door de regering-Bush aangekondigde reddingsplan voor de financiële sector. Doel van de beoogde maatregelen is het voorkomen van verdere faillissementen onder de banken en het herstellen van rust en vertrouwen binnen de geldwereld.

Wat houdt het noodplan in?

Een op te richten staatsfonds zal, onder leiding van minister van Financiën Henry Paulson, de komende twee jaar op grote schaal slechte leningen opkopen; dat wil zeggen leningen, met name hypotheken, die waarschijnlijk niet afgelost kunnen worden. Dat betekent dat de federale overheid de risico’s en de verliezen als gevolg van de wanbetaling overneemt van de banken en dat voor die commerciële instellingen de schade dus beperkt blijft.

Wat gaat het de Amerikaanse regering kosten?

Zij trekt er 700 miljard dollar voor uit, omgerekend ongeveer 475 miljard euro, wat overeenstemt met dik 5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) van de VS. Of dat voldoende zal zijn, weet niemand. Dat hangt om te beginnen af van de prijs die de Amerikaanse regering de banken betaalt voor de leningen die zij opkoopt. Vervolgens is het afwachten hoeveel de regering nog aan aflossing weet binnen te halen. Zij heeft ook de mogelijkheid om op enig moment de leningen die in haar bezit zijn weer door te verkopen aan een partij die daar wel brood in ziet en dan ontvangt zij daar uiteraard een in onderhandelingen te bepalen bedrag voor. Kortom, het fonds beheert en verhandelt schuldtitels. Wat dat allemaal kost en oplevert, laat zich moeilijk inschatten.

Waar haalt de regering het voor het fonds benodigde geld vandaan?

Ze kan de belastingen verhogen of via staatsobligaties een beroep doen op binnenlandse en buitenlandse kapitaalverschaffers. De eerste optie is op dit moment niet wenselijk. Eerder dit jaar zijn de belastingen voor de burger juist verlaagd om hem te prikkelen te blijven consumeren, teneinde een terugval van de economische groei en misschien wel een recessie te vermijden.

De Amerikaanse overheid zal dus veel geld moeten lenen, waardoor de staatsschuld stijgt. Het wettelijk plafond ervan wordt verhoogd van 10,6 tot 11,3 biljoen ofwel 11.300 miljard dollar. Vroeg of laat draait echter toch de belastingbetaler op voor de rekening die samenhangt met de redding van de banken, want over schuld moet rente vergoed worden en hij moet een keer worden afgelost.

Is deze aanpak uniek in de geschiedenis van de VS?

Nee, maar de omvang ervan overtreft wel die van vorige operaties. In de jaren tachtig creëerde de regering een soortgelijk fonds om de gevolgen op te vangen van een crisis onder de spaarbanken. En in de jaren dertig, in de periode van de Grote Depressie, werd door toenmalig president Roosevelt op eenzelfde wijze ingegrepen om financiële bedrijven die probleemhypotheken in portefeuille hadden, overeind te houden. Hierbij valt aan te tekenen dat een overheidsoptreden als dit duidelijk niet past bij het kapitalistische systeem en de daarbij behorende vrijemarktwerking. Maar noodsituaties vragen soms om buitengewone acties.

Betekent het reddingsplan dé oplossing voor de kredietcrisis?

Het voortbestaan van de banken lijkt voorlopig veiliggesteld. Dat draagt naar verwachting bij tot herstel van hun onderlinge vertrouwen en helpt daarmee af te wenden dat de kredietverlening aan elkaar opdroogt. Tot dusver bood de regering op incidentele en individuele basis steun, vanaf nu beschikt zij over een permanent instrument om te hulp te schieten.

Er kleven ook risico’s aan de gekozen benadering. Zo moeten de VS veel lenen. Mogelijk zullen buitenlandse kapitaalmarktpartijen een steeds hogere rente vragen voor het financieren van de schulden en zal de dollar verzwakken. In ieder geval verslechtert de kredietstatus van het land, want de risico’s van de financiële ondernemingen stapelen zich op bij de federale overheid.

Verder is de oorspronkelijke, directe aanleiding tot de huidige crisis niet weggenomen. Het begon vorig jaar toen onder invloed van de dalende huizenprijzen veel mensen hun hypotheeklasten niet meer konden opbrengen. Een opleving van de woningmarkt tekent zich vooralsnog niet af.

Drs. A. A. C. de Rooij


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek