KOPENHAGEN – Denemarken is dit jaar aan zijn voorzitterschap van de EU begonnen op een moment dat het in de belangrijkste kwestie –de schuldencrisis in de eurozone– eigenlijk niets in de melk te brokkelen heeft.
Het land heeft zelf de euro niet kunnen invoeren en daarin komt onder de huidige omstandigheden geen verandering. Toch kiest het land niet de kant van de Britten, die geen inmenging uit Brussel wensen in de nationale financiën van de afzonderlijke landen. De Deense regering wil zich het komende halfjaar daarentegen juist sterk maken voor een EU-wijde beheersing van de begrotingen.
Dat werd zaterdag onderstreept toen premier Helle Thorning-Schmidt de door de Denen beoogde agenda van hun voorzitterschap presenteerde. Voortzetting van de pogingen om zowel de economische crisis als de schuldencrisis onder controle te krijgen ziet zij als een van de belangrijkste opdrachten van dat voorzitterschap. Op 9 december vorig jaar zijn daarover in Brussel al een aantal principebesluiten genomen en die moeten de komende maanden worden geïmplementeerd, ook als het aan Thorning-Schmidt en consorten ligt.
De Denen wensen dus geen deling van de EU in een EU mét de euro en een zonder de gemeenschappelijke munt. Dat neemt niet weg dat als het echt alleen over de euro gaat, Denemarken het voorzittersschap even uit handen moet geven. Dat geldt bovendien voor nog veel meer zaken, want het land is niet alleen euroloos, maar staat ook buiten het gemeenschappelijke defensiebeleid en de samenwerking op het gebied van een aantal juridische aangelegenheden zoals die bijvoorbeeld aan de orde zijn bij de gezamenlijke Europese aanpak van criminaliteit en de regeling van het vreemdelingenbeleid. Op die punten heeft Denemarken een voorbehoud geclaimd op het Verdrag van Maastricht, toen dat in 1992 door de Denen bij een volksstemming werd verworpen. Over aansluiting bij de euro is in 2000 nog een keer gestemd, maar ook toen was er geen meerderheid.
Hoogleraar Marlene Wind van het Centrum voor Europese Politiek in Kopenhagen schat dat alleen al bij het vreemdelingenintegratiebeleid de Deense minister in kwestie bij een slordige 200 agendapunten even naar buiten kan of eigenlijk zelfs ook moet, voorzitter of geen voorzitter. Wind: „Veel landen hebben Denemarken al opgegeven. Het staat al twintig jaar met één been in de EU en met één been daarbuiten.”