Er is meester-ijsmaker Wilbert Palm, die in Eindhoven eerlijk room- en sorbetijs maakt. Er zijn een vijftal vestigingen van de zogenoemde Ice cream and Espresso coöperatie –in Utrecht, Den Bosch, Amsterdam en Eindhoven– waar dat ijs het hele jaar door wordt verkocht. En er is ’s werelds eerste, energieneutrale ijskar, met luifel van zonnepanelen. De kar zit nog in de testfase, maar hij kan al worden gehuurd voor feesten en partijen.
Van de Vliet en Demouge constateerden in de zomer van 2005 dat ze doorsnee-ijssalons eigenlijk maar saai en steriel vonden. In de winter kun je er niet eens terecht voor een ijsje.
De beide heren droomden van een ijszaak die het hele jaar open zou zijn en waar een knusse, informele sfeer zou hangen. „Een soort kroegje”, zegt Van de Vliet. Zo’n ijszaak kwam er, meer dan één zelfs.
Op een kroegje lijkt het IJs en Zopiewinkeltje aan de Utrechtse Twijnstraat niet direct, maar met dat knusse zit het wel goed. Een kleine toonbank –plaats voor achttien smaken ijs– staat schuin in een hoek, een koffiemachine pruttelt en op de muur zitten frisgroene tegeltjes.
De zaken lopen goed, aldus de twee. „Honderden liters” ijs per week gaan er op dit moment doorheen. Onlangs werd in de winkel in Den Bosch het 500.000e IJs en Zopiebolletje geschept. Een zonnige dag lokt in Utrecht 300 à 400 man naar de zaak.
Loopt het ’s winters ook zo lekker? Van de Vliet: „Het hele jaar door ijs verkopen, dat is natuurlijk een zwaar verliesgevend idee in eerste instantie.” Maar het gaat lukken, weet hij zeker. „Het idee dat ijs eten bij een warm klimaat hoort, zit hier heel diep. Onterecht. In Noorwegen wordt meer ijs gegeten dan in Italië.”
Het plan is speciale wintersmaken te ontwikkelen. Rode bietenijs bijvoorbeeld, of rabarberijs. Alles kan, want vrijwel alles is te ‘verijzen’ „Dropijs hebben we, salmiakijs, limoncelloijs, viooltjesijs.”
In totaal telt het IJs en Zopie-assortiment honderd verschillende smaken. Alle roomijs is bereid met biologische melk, van de rest van de ingrediënten is 80 procent biologisch. „Meer kunnen we op dit moment nog niet garanderen.” Nu is nog niet van elke fruitsoort in Nederland gemakkelijk een biologische variant te krijgen.
Klanten mogen actief meedenken over nieuwe smaken. Demouge: „Komen ze met iets nieuws, dan hebben we dat de week erop in de zaak.”
Van de Vliet en Demouge zijn ijsliefhebbers, maar eigenlijk houden ze vooral van creatief en innovatief ondernemen. Niet om er rijk mee te worden, maar gewoon omdat het leuk is. Beiden hebben ook nog een andere baan; Van de Vliet adviseert bedrijven bij het vereenvoudigen van arbeidsprocessen, Demouge is docent marketing.
Hun creatieve wijze van ondernemen komt tot uiting in de manier waarop ze de winkel in Utrecht organiseerden. Studentenroeivereniging ORCA zorgt voor verkopers in de zaak. De studenten ontvangen daarnaast de helft van de winst van door hen bediende ijskarren en van hun zelfontwikkelde ORCA-ijs.
Die constructie werkt, aldus Van de Vliet. Eerdere pogingen met een vaste bedrijfsleider leverden niet het gewenste resultaat op. Dit jaar is de zaak aan de Utrechtse Twijnstraat voor het eerst rendabel.
Van de Vliet ziet toekomst in kleinschaligheid en coöperaties. Zijn droom is een groeiende keten van kleine, op zichzelf staande bedrijfjes en winkels. Het liefst zou hij zien dat die winkels ook nog eens energie opwekken voor de hele buurt. Duurzaamheid is voor hem meer dan alleen maar een modewoord, verzekert hij.
Daar hoort overigens nog een aardige anekdote bij. Van de Vliet wilde de energieneutrale ijskar graag achter in z’n hybride kwijt. Dat viel wat tegen. Duwen, trekken, bekleding loshalen: het hielp allemaal niet. Demouge: „Hij was nèt niet Priusproof.”
Bij gebrek aan beter staat de kar nu in een bestelwagentje. Gelukkig zit er wel een energieneutrale koerier aan het stuur. Van de Vliet: „Die bestaan echt, ja! Hij compenseert z’n energieverbruik door bomen te kopen. Da’s niet echt, natuurlijk. Zodra er een elektrische bestelwagen op de markt is, koop ik die.”
De rubriek Ondernemend verschijnt niet in juli en augustus.