„Een paard doodmaken is niet plezierig”

„Een paard doodmaken is niet plezierig” -  Jan van Veen, eigenaar van een paardenslachterij, slacht op een diervriendelijke manier. En dat wordt gewaardeerd. „Pas kwam er een boer uit Vlagtwedde. Om halfzeven ’s ochtends had hij al 200 kilometer gereden met zijn paardentrailer. Hij had het er voor over. „U doet het zo netjes”, zei hij.” Foto’s RD, Anton Dommerholt
 1 van 3  

Jan van Veen, eigenaar van een paardenslachterij, slacht op een diervriendelijke manier. En dat wordt gewaardeerd. „Pas kwam er een boer uit Vlagtwedde. Om halfzeven ’s ochtends had hij al 200 kilometer gereden met zijn paardentrailer. Hij had het er voor over. „U doet het zo netjes”, zei hij.” Foto’s RD, Anton Dommerholt

Paardenvlees was populair in de jaren vijftig. Het kostte niet veel –de arbeider at het– en het was gezond. De dokter schreef het mineraalrijke vlees vaak voor. Tegenwoordig is paardenvlees niet meer lekker. Althans, dat vindt de gemiddelde Nederlander. Paardenslager Van Veen: „Als er een slachterij verdwijnt, komt er geen één terug.”

Vrijdagmorgen, iets over tienen. Het is de beurt aan paard nummer acht. Rustig leidt Jan van Veen (66) het zwarte dier uit de trailer de slachterij binnen. Even later een schot en het paard stort dood op de grond. Van Veen: „Ik heb al duizenden paarden geschoten. Met plezier doe ik het niet. Ik maak een eind aan een leven. Maar iemand moet het doen. Nu gebeurt het in elk geval op een goede manier.”

Elke vrijdag wordt er geslacht in de Nijkerkse slachterij. Gemiddeld tien paarden. „Soms zijn het er achttien. In vakantietijd is het minder druk.”

Tachtig procent van de eigenaren komt zijn paard zelf bij Van Veen brengen. „Af en toe komen hele families mee om afscheid te nemen”, aldus Van Veen. „Ik voel me soms net een maatschappelijk werker. Het is niet makkelijk om je paard bij de slager te brengen. Als ik een eigen paard moet slachten, stel ik het ook steeds uit.”

Niet iedereen wil zien dat zijn paard wordt gedood. Van Veen: „Een kopschot lijkt wreed. Toch is het humaan. Met een schot recht in de hersenen verliest het paard meteen elk gevoel. Inslapen klinkt vriendelijker, maar is dat niet. Het proces van doodgaan duurt dan veel langer.”

Een paard slachten heeft ook een economisch voordeel. Een dier dat een spuitje krijgt, kan niet meer worden gegeten, maar wordt afgevoerd. Dat kost geld. Van Veen: „Paardenvlees brengt nog wat in het laatje. En het is gezond en schoon. Het komt niet uit de bio-industrie. Dat moet je niet weggooien.”

Van Veen begon twintig jaar geleden met een slachterij. Toen slachtte hij ook koeien. Later specialiseerde hij zich in paarden. „Nu is onze slachterij de enige gespecialiseerde slachtplaats voor paarden in Nederland.”

Na het kopschot wordt het paard aan een achterbeen opgehangen. Van Veen snijdt met een groot mes de halsslagader door: zo’n 20 liter bloed stroomt weg door het afvoerputje. Dan zit het meeste werk voor Van Veen er op. Twee slagers doen de rest: het hoofd, de onderbenen en de huid eraf, ingewanden eruit. Slachten is zwaar werk. Aan het eind van de vrijdagochtend hangen er achttien halve paarden in de koelcel. In afwachting van de dierenarts die het vlees komt keuren.

Het maag-darmpakket van het paard verdwijnt in de container, samen met de longen, de lever en de onderbenen. De staarten gaan naar een paardenkapster, de huid naar een leerlooier. Ook het paardenhoofd levert nog wat op. „De wangspier is heerlijk, goed voor zo’n twee en een halve kilo.”

In Nederland wordt vrijwel geen paardenvlees gegeten. Van Veen exporteert de meeste geslachte paarden naar België. Daar en in Frankrijk en Italië is paardenvlees een delicatesse.

Niet alle paarden zijn voor de uitvoer. De magere exemplaren verwerkt de industrie in snacks en paardenworst.

De Nijkerkse slager noemt zijn beroep een hobby. „Ik houd van paarden. Als ik het voor de winst moest doen, was ik al gestopt.”

Paardenslagers sterven uit in Nederland. Van Veen: „Als er een slachterij verdwijnt, komt er geen één terug. Dat is niet zo heel erg, want het levert mij extra werk op. Ook zijn er steeds minder mensen die een paard kunnen slachten. De huidige slagers zijn vaak erg gespecialiseerd en niet allround genoeg.”

Van Veen zou zijn bedrijf graag overdoen aan iemand anders. „Ik zou iemand willen opleiden die de zaak kan overnemen. Geld hoeft hij niet mee te nemen. Er is niemand die het wil. Als ik ermee ophoud, stopt het bedrijf ook. Maar dat duurt nog een tijdje, hoop ik.”

Dit is de zesde aflevering in een serie over verdwijnende beroepen. Volgende week deel 7.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    13-05-2010 „Een paard doodmaken is niet plezierig.”
    Paardenslager Van Veen: „Als er een slachterij verdwijnt, komt er geen één terug.”
    Meer uit deze rubriek