De kredietcrisis kan ertoe leiden dat we ons meer gaan richten op onze sociale contacten, op een zinvolle baan en op gezondheid en duurzaamheid, aldus Van Raaij. „Rijkdom speelt geen grote rol in geluk. We moeten uit de hedonistische tredmolen stappen waarin we altijd streven naar beter en meer.”
Consuminderen
Wie stimuleert ons om te gaan consuminderen? vraagt een van de aanwezigen. Van Raaij: „Dat moeten we niet van marketingmensen verwachten. Unilever zegt hooguit dat we meer moeten bewegen met het doel dat we meer Magnums eten. Maatschappelijke organisaties, waaronder kerken, hebben een rol om de consument op zijn verantwoordelijkheid te wijzen.”
Er is geen tegenstelling tussen geloof en geld, zegt Van Raaij. „Geld is niet per definitie de Mammon. Het is een middel; een christen heeft de plicht het goed te besteden. Geld wordt de Mammon als het een afgod is. Het is terecht dat je vragen hebt bij de te dure auto van een gemeentelid. We moeten geld overhouden voor de armen.”
Ook een kerkenraad moet daar oog voor blijven hebben en niet al het geld in een mooi kerkgebouw steken, aldus Van Raaij, ook voorzitter van de Chaamse kerkenraad. „De diaconie voelt de crisis al. Er is meer vraag naar steun. We hebben dit kerkgebouw drie jaar geleden voor 1,2 miljoen euro gerestaureerd. Maar daar zat ook een flinke subsidie bij.”
Wanorde
Een christen heeft een andere oriëntatie dan een niet-gelovige, aldus de Tilburgse hoogleraar. „Hij heeft een beter perspectief en zal niet eindigen in economische wanorde.”
Concreet betekent het geloof dat ondernemers goed zijn voor hun werknemers, aldus Van Raaij. „Bankiers mogen niet speculatief handelen, maar hebben het belang van de klant te dienen. Dat betekent ook dat ze het talent niet mogen begraven. Een toezichthouder moet waarschuwen bij naderend onheil. En elke christen heeft de plicht niet hebzuchtig te zijn, maar een matige levensstijl te hebben.”
Van Raaij bestempelt de Icesavespaarders niet als hebzuchtige profiteurs. „Ze kenden de risico’s niet en konden die ook niet weten. In Nederland is sparen nog een deugd. We leven hier niet op de pof met vijf creditcards, zoals Amerikanen doen.”