De aanstelling van Dijkgraaf als hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam betreft een halve weektaak. De rest van de tijd blijft hij adjunct-directeur van onderzoeksbureau SEOR, gevestigd aan dezelfde universiteit. „De wetenschappelijke kennis die ik opdoe door mijn hoogleraarschap pas ik toe in het onderzoek voor SEOR.”
Als het traject naar het hoogleraarschap zo lang duurt, zult u dat over anderhalf jaar vast niet inruilen voor een Tweede Kamerlidmaatschap voor de SGP.
„Ik weet het niet. Ik bedank er nu in elk geval niet voor. Voor mij is ook van belang wat het hoogleraarschap me brengt. De Erasmus hoopt dat ik me jarenlang inzet. Maar ik ben niet zo’n carrièreplanner.”
Wat houdt het hoogleraarschap precies in?
„Ik word hoogleraar empirische economie van de publieke sector. Dat betekent dat ik de praktische gevolgen van overheidshandelen ga onderzoeken. Ook nu doe ik dat al. Zo ben ik bezig met een onderzoek naar de vraag of grote scholen beter zijn dan kleine. De politiek streefde lange tijd naar schaalvergroting in het onderwijs. Nu hoor je geluiden dat dat zou leiden tot anonimiteit en dat kleinere scholen beter zijn. Uit mijn onderzoek blijkt dat er geen relatie is tussen de grootte van de school en de kwaliteit ervan.”
Overheidsingrijpen in de economie zien we de laatste tijd regelmatig. Kunnen we de economie niet beter aan de markt overlaten?
„We hebben de laatste tijd veel marktfalen gezien. Het geloof in een volledig vrije markt is niet goed. Toezicht van de overheid is belangrijk. Als de Verenigde Staten, waar de kredietcrisis begon, het Nederlandse toezicht hadden gekend, was de crisis niet zo groot geweest. De overheid heeft nu wel de neiging veel in te grijpen. Ook dat is niet goed. Dat wees het communisme wel uit. Ik ben het eens met de stappen die de Nederlandse regering heeft genomen om banken overeind te houden. Maar gewone bedrijven kunnen niet zomaar worden genationaliseerd.”
Houdt minister Bos door in te grijpen het slechte systeem niet in stand?
„Bos had geen alternatief. Wel vind ik dat banken hun problemen sneller moeten oplossen. Er blijft nu een continue stroom slecht nieuws over de bancaire sector.”
Wat zegt de noodzaak van overheidsingrijpen over de moraal van de markt?
„Lange tijd heerste in Nederland de ideologie dat de overheid zich moet terugtrekken: deregulering en liberalisering waren populair.
Het kan lijken alsof door marktwerking producten of diensten beter worden. Het kan zelfs leven kosten. In de VS konden patiënten die een openhartoperatie moesten ondergaan zelf kiezen voor een arts op basis van de gegevens over alle operaties die hij had gedaan. Dat leidde tot honderden doden. Artsen opereerden alleen nog patiënten van wie ze konden inschatten dat de operatie een succes zou zijn.
In de markt overheerst het streven naar eigen belang. In een sector met harde concurrentie kan aandacht voor bijvoorbeeld het milieu afnemen, omdat investeren daarin faillissement kan betekenen. De overheid is ervoor om over de moraal te hoeden en in te grijpen als het mis gaat.”
Kapitalisme
Ondanks de nadelen van het kapitalistische systeem blijft de toekomstig hoogleraar er vertrouwen in houden. „In de markt zitten correctiemechanismen ingebouwd. Dat is de afgelopen tijd gebleken. Het kapitalisme heeft zichzelf gered. Als het té kapitalistisch wordt, loopt de luchtbel leeg. Dat bleek. Nadeel is alleen wel dat de economisch zwakken er de dupe van werden. Daarom is toezicht nodig.”
De overheid pompt miljarden in de economie. Helpt dat?
„Ik ben tegenstander van die politieke partijen die massaal roepen om grote herstelplannen. Miljarden in de economie pompen is niet gratis. Overheidsgeld is duur geld. Toekomstige generaties moeten de rekening betalen. Elke euro die de overheid incasseert, kost de economie anderhalve euro. Nederland is erg afhankelijk van de wereldhandel. De overheid kan die niet stimuleren. Herstelplannen werken pas goed als het klimaat goed is. Als je zwaar ziek bent en je wordt vakantie beloofd, ben je daar niet aan toe. Wel als je herstellende bent.”
Het grootste verwijt van Dijkgraaf op de overheid is dat die beter voorbereid had moeten zijn op de huidige crisis. „Er is sprake van een klimaatcrisis en de vergrijzing komt eraan. Daar doet de regering te weinig aan. Ze had in betere tijden de staatsschuld flink moeten aflossen en een begrotingsoverschot moeten hebben. Dan had ze nu een buffer gehad. We leefden als samenleving op de pof.”
Wat is de rol van een christeneconoom in de huidige crisis?
„Als econoom bestudeer ik economische aspecten van het leven. Zo kan het zijn dat ik wetenschappelijk tot de conclusie kom dat openstelling van winkels op zondag tot meer banen zal leiden. Voor mij als christen is dat geen optie. Een christeneconoom bestaat niet; wel een christen die econoom is. We zien om ons heen dat menselijk falen ertoe leidt dat allerlei dingen verkeerd gaan. Dat geef ik studenten mee. Ik zeg niet dat het calvinisme de enige oplossing voor het probleem is. Dat is niet mijn taak als wetenschapper.”
Heeft de recessie een morele oorzaak?
„Een aantal mensen op cruciale posities heeft voor zijn eigen belang gekozen. Aandeelhouderswaarde stond centraal. Ook de gereformeerde gezindte viel massaal voor het rendement uit aandelen. De winst van de crisis is dat er aandacht komt voor meer dan alleen de winst van een bedrijf.”
Dijkgraaf erkent dat de huidige crisis niet de laatste is. „Op een gegeven moment gaat het weer mis. Mijn taak als econoom is iets te leren van deze crisis. Een perfect systeem bestaat niet. Er blijven distels en doornen. Een paradijs kunnen we hier niet maken.”