Het was zonder twijfel een financiële aardschok die het afgelopen weekeinde plaatsvond. Vrijdagavond waren ze er nog, maar maandagmorgen waren de investeringsbanken Lehman Brothers en Merrill Lynch verdwenen. De eerste vroeg om uitstel van betaling en de tweede werd overgenomen door Bank of America. President Bush sprak maandag van een „pijnlijke marktcorrectie”, maar volgens insiders is er veel meer aan de hand.
„Ik zie eerder de geboorteweeën van een nieuwe financiële structuur voor Amerika. Een proces dat de banksector zelf in gang gezet heeft met z’n onverantwoordelijke praktijken. Hypotheken verstrekken aan mensen met te lage inkomens, om de verkoopcijfers op korte termijn op te krikken, zonder je te bekommeren over de langetermijngevolgen is gewoon onverantwoord en daarmee is het begonnen”, meent prof. Jeffrey Sonnenfeld van de Yale Universiteit in New Haven (Connecticut).
Volgens Sonnenfeld begon de „zeepbel” vorig jaar zomer te imploderen. Dat leidde tot de hypotheek- annex kredietcrisis. Doordat banken hun risico’s opsplitsen en vervolgens nationaal en internationaal doorverkopen, had deze crisis ingrijpende gevolgen. Had dit voorkomen kunnen worden door een scherper toezicht op de financiële sector? „Ja, maar overheidstoezicht is sinds het presidentschap van Ronald Reagan (1981-1989) een vies woord in Washington. De beurswaakhond SEC (Securities and Exchange Commission) heeft slechts beperkte bevoegdheden en de Federal Reserve kan ook weinig doen”, aldus Sonnenfeld.
Banken zijn volgens hem uitgegroeid tot „financiële monsters die te veel werken met geleend geld zonder dat overheid, parlement of publiek een idee hebben van wat er achter de schermen precies gebeurt. En als die constellatie in elkaar stort, dan kloppen de banken jammerend aan bij de regering met de vraag of men hun wanbeleid met het belastinggeld van de burgers wil dekken. Dat heeft minister van Financiën Henry Paulson in maart gedaan, toen Bear Stearns ten onder ging, en vorige week toen Washington de controle overnam van de hypotheekgiganten Fannie Mae en Freddie Mac. Maar afgelopen weekeinde hield Paulson z’n poot stijf en wees hij de banken op hun verantwoordelijkheid”, aldus Sonnenfeld.
Heeft deze crisis gevolgen voor de doorsnee-Amerikaan? „Absoluut”, meent analist Robert Litan van het Brookings Research Instituut in Washington. „Sinds de kredietcrisis vorig jaar begon, zie je de banken al voorzichtiger worden met hun geld. Ze lenen moeilijker aan particulieren èn aan bedrijven. Een bloeiende economie waarin bedrijven voortdurend moeten renoveren en dus moeten investeren is zonder geleend geld niet denkbaar. Als banken moeilijker doen over leningen -die dan ook duurder worden- worden bedrijven noodgedwongen voorzichtiger en dat remt de economische ontwikkeling met onder meer gevolgen voor de arbeidsmarkt.”
Daarnaast worden hypotheken duurder, waardoor minder huizen worden verkocht. De hele huizen- en bouwsector ondervindt daarvan momenteel een ernstige terugslag.
Volgens prof. Sonnenfeld is het heel goed mogelijk dat Amerika afstevent op een recessie, zoals Lyle Gramley verwacht, „ook al groeit onze economie nog steeds ondanks deze crisis. Het klinkt misschien wat cynisch, maar een recessie zou misschien een denkpauze creëren zowel voor Washington als voor de financiële sector zelf. Die zal overheid en klanten in de toekomst meer inzicht en helderheid moeten bieden. Als dat een hoeksteen wordt van de nieuwe financiële structuur dan heeft deze crisis op termijn mogelijk toch nut”, besluit Sonnenfeld hoopvol.