Twee speciale stenen in de hal herinneren aan het verleden van het Nieuwkoopse bedrijf. In 1938 richtte de vorige directeur de Amsterdamse Rubber Maatschappij (Amruma) op. Amruma leverde aan schoenmakers materialen als platen rubber en leer. Daaruit konden zij met de hand zolen snijden. Het kantoor bevond zich hartje Amsterdam in een grachtenpand, drie hoog. Van der Tang: „De rubberplaten gingen met een takel naar boven en weer naar beneden. Dat was niet handig. Maar in de jaren 50 ging dat pas echt problemen opleveren. Van Gend & Loos blokkeerde voortdurend de gracht.”
Omdat de directeur een vakantiewoning in Nieuwkoop bezat, nam hij er deel aan het dorpsleven. Daardoor hoorde hij dat er een industrieterrein kwam. Bovendien zou er een grote snelweg van Amsterdam naar Rotterdam langs Nieuwkoop worden aangelegd. Hij hoefde niet lang na te denken, maar verplaatste het bedrijf van de hoofdstad naar het Zuid-Hollandse plaatsje. „De weg is er overigens uit milieuoverwegingen nooit gekomen.”
Van het aanbieden van reparatiemateriaal maakte het bedrijf noodgedwongen de oversteek naar fournituren. „Het aantal schoenmakers neemt af. In Amsterdam en directe omgeving waren er kort na de Tweede Wereldoorlog zo’n 1800. Nu zijn dat er in heel Nederland nog geen 1000.”
Comforta levert aan ruwweg 1400 verkooppunten: detaillisten en schoenmakerijen. Doordat discounters als Bristol, Schoenenreus en Scapino zelfs in kleine plaatsen vestigingen openden, zijn er veel schoenenzaken verdwenen. Dat heeft gevolgen voor het aantal verkooppunten. Tel daarbij concurrenten in onderhoudsmiddelen als Tana op. Dan is het logisch dat Van der Tang niet tevreden achterover kan leunen. „Het is stevig knokken om overeind te blijven. Maar door de jaren heen hebben we een deel van de markt in handen gekregen. Het is gelukkig wel een stabiele markt. Niemand kickt op schoensmeer of veters. Maar schoeisel moet onderhouden worden.”
Comforta voert verschillende merken. De bekendste twee zijn Marla en Ronilux. Laatstgenoemde nam Van der Tang vier jaar geleden over. Van beide merken zijn veters, onderhoudsmiddelen en inlegzolen verkrijgbaar. „Sommige detaillisten zijn na dertig jaar uitgekeken op een merk. Zo kunnen wij hun toch iets nieuws bieden.”
Opvallend veel producten van de Nieuwkoopse onderneming komen uit Europa. „Ik neem mijn petje af voor de leverancier van de inlegzolen. Ik haal die -evenals een groot deel van mijn Europese concurrenten- uit Antwerpen. Het is een lastige markt. Detaillisten moeten ze altijd in kleine hoeveelheden en in veel maten op voorraad hebben. Dat vraagt nogal wat van de logistiek van zo’n fabriek. Onze man in België kan dat, tegen een acceptabele prijs.”
Ook de onderhoudsmiddelen haalt Van der Tang voornamelijk uit Europa. Een deel van de spuitbussen met waterafstotende sprays wordt zelfs in Nederland gevuld.
Vorig jaar zorgden de 22 personeelsleden van Comforta samen voor een omzet van bijna 5 miljoen euro. Als extra bron van inkomsten brengt Comforta onder de merknamen Every1, Super Cracks en Smug schoenen voor het lage en het middensegment op de markt. „Op deze manier zijn we niet alleen van de fournituren afhankelijk.”