In Nederland is spaargeld sinds vorige week al tot 100.000 euro gegarandeerd. Minister Bos van Financiën had bij EU-beraad vorige week voorgesteld dat alle 27 EU-landen dat bedrag als minimum zouden nemen. „Maar een aantal landen zei toen zich dat niet te kunnen veroorloven”, aldus Bos. De ministers van Financiën spraken toen af tot minimaal 50.000 euro te zullen garanderen.
Dat de Europese Commissie nu een nieuwe poging doet voor een hogere spaargarantie, vindt Bos „een zeer goed idee”, zo reageerde hij gisteren. „Misschien is het tij inmiddels gekeerd. Ik zal de verhoging in elk geval zeer steunen.”
Tot dusver geldt een EU-wet die bepaalt dat landen minstens 20.000 euro moeten garanderen voor spaarders. Die regeling dekt naar schatting 65 procent van het huidige spaargeld. Als het voorstel wordt aangenomen, zal 80 procent van het spaargeld in de EU zijn gedekt door de spaargarantie.
Het nieuwe voorstel bepaalt verder dat rekeninghouders al binnen drie dagen hun geld uitgekeerd krijgen nadat een bank failliet is gegaan. Nu is die termijn drie maanden, die kan worden verlengd tot negen maanden.
Nieuw is bovendien dat de regeringen het gedekte bedrag volledig uitkeren. De huidige regeling bepaalt nog dat de EU-landen de mogelijkheid hebben om 90 procent van het bedrag te betalen. Nederland deed dat voor de helft.
De Britse premier Brown zei gisteren dat er wat hem betreft een grotere rol wordt weggelegd voor het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Brown wil dat het IMF toezichthouder wordt voor de wereldwijde markt. De Duitse Bondskanselier Merkel is het met Brown eens en vindt bovendien dat de instanties die zogenoemde ratings aan banken geven beter moeten gaan functioneren. Een rating is een beoordeling van de betrouwbaarheid van een bank.