Over dit laatste handelde een onlangs gepubliceerde zaak van de rechtbank in Haarlem, vermoedelijk naar aanleiding van het faillissement van zakenbank Van der Hoop.
Het ging daarbij om een echtpaar dat –volgens de geanonimiseerde stukken– flink had gespaard bij bank C. Er stond een saldo uit van 734.000 euro. Helaas ging de bank failliet en weg was het spaargeld, zo vreesde het echtpaar.
Op 23 december 2005 krijgen ze echter een brief van de curatoren van de bank. Hierin worden ze ingelicht over de gevolgen van het faillissement. De curatoren spreken in de brief de verwachting uit dat de schuldeisers grotendeels kunnen worden betaald, gelet op de gegevens die zij op dat moment hebben over de bezittingen en schulden van de bank. Zij schatten voorlopig dat in april 2006 mogelijk de helft van de spaartegoeden uitbetaald kan worden.
Op 13 maart 2006 krijgen de echtelieden een brief van De Nederlandsche Bank (DNB) waarin staat vermeld dat zij ieder in aanmerking komen voor een terugbetaling van 20.000 euro op basis van de collectieve garantieregeling (cgr). De volgende dag staan deze bedragen al bijgeschreven op hun girorekeningen.
Spaarsaldo
Tot hun vreugde krijgen ze op 19 mei 2006 van de curatoren van de bank een bedrag van ruim 425.000 euro uitbetaald. Tevens krijgen ze in mei en juli 2006 nog aanvullende bedragen van DNB op basis van verruimingen van de cgr-regeling, zodat ze in totaal 66.000 euro van DNB ontvangen. Twee jaren later, in 2008, krijgen ze nog een extra uitkering van de curatoren van de bank.
De discussie met de belastinginspecteur ontstaat over de waarde in het economische verkeer van het spaarsaldo per 31 december 2005. De inspecteur heeft belang bij een hogere waarde van het spaarsaldo. Het is hier logisch dat de waarde per 31 december 2005 geen 734.000 euro bedraagt, vanwege het faillissement van de bank. De inspecteur vindt echter dat alle in 2006 ontvangen bedragen moeten worden meegenomen, 491.000 euro dus.
Garantiebedrag
De rechter gaat hier echter niet volledig in mee. Het gaat immers om de waarde van het spaartegoed per 31 december 2005.
Hoe stel je die nu vast? Feiten die na 31 december 2005 plaatsvinden, hebben geen invloed meer op de waarde per 31 december 2005.
De rechtbank geeft met een beroep op rechtspraak van de Hoge Raad echter aan dat je voor de waardebepaling wel rekening mag houden met gegevens over de waarde aan het einde van het jaar die daarna opkomen, maar die wel duidelijkheid verschaffen over die waarde. En daarvan was in dit geval sprake.
De betaling van de curatoren van 19 mei 2006 van 425.000 euro verschafte volgens de rechtbank duidelijkheid over de waarde van het spaarsaldo op 31 december 2005.
Op 23 december 2005 hadden zij immers al een goede verwachting op de uitbetaling uitgesproken. Eenzelfde redenering gold voor de eerste uitbetaling van 20.000 euro per persoon op basis van de cgr-regeling. De latere aanvullende betalingen die werden ontvangen van DNB hoefden niet te worden meegenomen in de waardering per 31 december 2005. Deze betalingen waren kennelijk veroorzaakt door verhogingen in het garantiebedrag en die waren op 31 december 2005 op nog geen enkele wijze bekend. In totaal bedroeg de waarde in het economische verkeer van het spaarsaldo dus 465.000 euro. Hierover moest het echtpaar 1,2 procent belasting betalen in box 3.
Icesave
Wat betekent dit alles nu? Iedereen moet zijn bezittingen opgeven in box 3. De waarde daarvan wordt bepaald op het gemiddelde van de waarde per 1 januari en de waarde per 31 december van dat jaar. De waarde wordt vastgesteld aan de hand van wat op die dagen (1 januari en 31 december) bekend is.
Nul
Alleen voor zover gegevens van latere datum nog iets zeggen over de waarden op die dagen, kunnen zij de waarde beïnvloeden.
De spaarders bij Icesave wisten op 31 december 2008 al dat zij recht hadden op een garantiebedrag van 100.000 euro, en dit bedrag moet dus in beginsel worden aangegeven. Voor zover de spaartegoeden meer bedragen, kan de waarde echter nul zijn. Dit is echter afhankelijk van de concrete verwachtingen per 31 december 2008 ten aanzien van de terugbetaling, en van de gegevens die hierover na 31 december 2008 duidelijkheid geven.
De auteur is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs NV. Reageren aan scribent? fiscaliteiten@refdag.nl.