BLESKENSGRAAF – Dirk Doornenbal op de kwekerij van de Nationale Bomenbank. Op de achtergrond staan oude, maar vitale leilinden uit Oldenzaal te wachten op hun definitieve bestemming elders. Iets verderop staan knotplatanen uit Sittard/Geleen die ook ergens anders weer tot hun recht zullen komen. „Wie investeert in bomen, doet iets goeds voor komende generaties. Een leefomgeving zonder bomen is hard en koud. Overheden mogen best meer investeren in openbaar groen, verhoudingsgewijs gebeurt dat te weinig.” Foto RD, Christiaan Zielman
„Waar moeten bomen weg vanwege bouw of sloop? We verhuizen ze van Groningen naar Maastricht of andersom. Of we planten ze tijdens werkzaamheden tijdelijk op onze eigen grond.” Dirk Doornenbal (36), commercieel directeur van de Nationale Bomenbank, wijst richting de kwekerij van 8 hectare achter het zorgvuldig in de omgeving ingepaste kantoorpand aan de Graafstroom. In 1998 verkaste het bedrijf van Sliedrecht naar Bleskensgraaf, de kwekerij lag daar al.
„Wat is de mensheid zonder bomen? Een boom heeft zó veel functies. Esthetisch, klimatologisch, milieutechnisch: bomen horen bij ons leven. Zonder bomen in de buurt leeft een mens niet echt. Dat geldt voor het platteland, dat geldt zeker in de stad.”
Met name West-Nederland groeit van lieverlee richting parkstad: één groot stedelijk gebied met hier en daar wat groene ruimte. „De waarde van bomen neemt dus alleen maar toe.” De waardering voor bomen is duidelijk verschillend in Oost- en West-Nederland, zegt Doornenbal. Veel van zijn tijd zit hij aan tafel met stedelijke en provinciale overheden, Rijkswaterstaat of waterschappen. „In de grote stad is meer geld beschikbaar voor duurzaam groen dan elders, al is het ook altijd weer te weinig.”
De Nationale Bomenbank kent veel disciplines, die het bedrijf met 35 eigen mensen en veel inhuurkrachten uitoefent. „Boomonderzoek, standplaatsverbetering, planten, verplanten en verzorging in den brede. De term boomchirurgie die in de jaren zeventig opkwam, is achterhaald. Boomverzorging is de enig juiste aanduiding.”
Lag de nadruk van het Bomenbankwerk eerder vooral in het Westen, tegenwoordig is heel Nederland werkterrein. „Bij de herinrichting van het stadscentrum van Heerlen deden wij de aanplant. Het Apeldoornse stationsplein met z’n dennen in zogeheten treeboxen is mede ons project. Zwolle, Meppel, Ede, overal zitten we. Net sprak ik met de gemeente Den Haag over groeiplaatsverbetering in de wijk Haagse Hout.”
In de hofstad zit natuurlijk veel duinzand. „Vroeger plantten ze er nieuwe bomen in een kuubje zwarte grond, een bloempotidee. Dat zorgt ervoor dat wortels zich een weg zoeken in de breedte en overal de tegels opdrukken. Ook in Heemskerk doen we zo’n klus: de beworteling van oude platanen zit daar als een 30 centimeter dik pakket onder het plaveisel.”
Wat bóven de grond zichtbaar is, zit qua wortelmassa minimaal ónder de grond, rekent een boomverzorger ruwweg. „Vandaar dat bij grote hijsklussen –waarvoor we altijd vaste partners inhuren, met goed gevoel voor deze levende have– de bomen meestal direct correct in de takels hangen. Zulke opdrachten luisteren nauw.”
Platanen die vanwege de aanleg van de Noord/Zuidlijn weg moesten bij de RAI in Amsterdam, pronken nu in Heerlen. Eiken van anderhalve eeuw oud en ruim een meter doorsnee dienden vanwege hun slechte staat te worden weggezaagd bij Paleis Het Loo, maar moesten ook meteen worden vervangen. „Dan start je niet met polsdikke boompjes, maar met stevige jongens. Staan die niet op voorraad, dan gaan we ernaar op zoek.” De helft van de bomen op de kwekerij is eigen teelt, de rest komt van elders.
Doornenbal schat dat 75 procent van de omzet wordt gemaakt bij overheden, 20 procent bij projectontwikkelaars en woningbouwverenigingen en 5 procent is particulier. „Vaak verwijzen we die laatste naar een gewone kweker of tuincentrum. Bij ons gaat het om een andere categorie bomen en om een bijbehorend prijsniveau. Er zitten wel particuliere landgoedbezitters in het klantenbestand.”
Bomen planten is vooruitzien, investeren voor de toekomst, zegt Doornenbal. „Dat verdient zich altijd terug. Apeldoorn is een goed voorbeeld. Door het bij het station één keer goed te doen, ben je vele jaren van alles af. Altijd als ik ergens door een laan of straat rijd waar bomen staan die ooit door ons zijn aangeplant of verzorgd, krijg ik daar een blij en tevreden gevoel van. Wij genieten er nu van en laten komende generaties iets na van onschatbare waarde.”