Het belangrijkste punt van overleg is de vraag hoe de lagere overheden nog zo veel mogelijk kunnen terugkrijgen van het geld dat ze bij failliete of bijna failliete buitenlandse banken in bewaring hebben gegeven. De ministeries van Binnenlandse Zaken en Financiën willen gedupeerde gemeenten en provincies juridisch steunen in hun pogingen tegoeden terug te vorderen.
Volgens een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken zullen in het overleg verder de eerste lessen worden getrokken uit het feit dat lagere overheden geld hebben geparkeerd bij banken, waarbij achteraf is gebleken dat dit risicovol was. Daarbij zal ook worden nagegaan of aanpassing van bestaande regels nodig is. Op dit moment hebben lagere overheden volgens de wet alle ruimte om het geld dat ze tijdelijk over hebben, in bewaring te geven bij (degelijke) financiële instellingen. Minister Bos van Financiën noemde dinsdag de mogelijkheid dat lagere overheden hun geld alleen mogen uitlenen aan banken die aan de overheid zijn gelieerd, zoals de Waterschapsbank en de Bank Nederlandse Gemeenten, en de schatkist.
Als derde punt op de agenda staat mogelijke steun van het Rijk voor gemeenten en provincies die door de crisis in financiële problemen raken. Dinsdag maakte het kabinet duidelijk dat gemeenten en provincies er zelf verantwoordelijk voor zijn dat het Rijk in principe niet bijspringt. Als het gemeentelijk of provinciaal beleid in gevaar komt, kunnen ze echter wel bij het Rijk aankloppen voor hulp.
Morgen heeft staatssecretaris Bijleveld naar verwachting een inventarisatie afgerond van de gemeenten en provincies die gedupeerd zijn. Tot op heden is bekend dat gemeenten voor zeker 92 miljoen euro en provincies voor 140 miljoen euro hebben uitstaan bij banken in IJsland of andere financiële instellingen die door de crisis zijn getroffen. Voor waterschappen gaat het om 5 miljoen.