Indonesiërs vragen zich angstig af of de financiële crisis van tien jaar geleden zich zal herhalen. In mei 1997 luidde de val van de Thaise Bath een verwoestende periode in. Indonesische spaarrekeningen werden waardeloos, de inflatie steeg eind 1998 tot 80 procent en meer dan 27 miljoen mensen raakten werkloos. Te midden van de complete chaos gingen honderdduizenden Indonesiërs de straat op om een einde te maken aan de corrupte heerschappij van president Soeharto.
De zwartgeblakerde gebouwen op de Jalan Gadya Mada in Noord-Jakarta zijn een sinistere herinnering aan de bloedige rellen in die periode. Een kilometer verder staat de gloednieuwe wolkenkrabber van het ministerie van Handel. De reusachtige kolos weerspiegelt het nieuwe Indonesische zelfvertrouwen in de economie.
„De situatie is nu volledig anders”, benadrukt de Indonesische minister van Handel, Mari Pangestu. „Onze banksector is gezond. Ons percentage van slechte leningen is laag. En we zijn niet meer blootgesteld aan enorme buitenlandse schulden.”
De Indonesische president Yudhoyono roept zijn economische ministers dagelijks bijeen voor crisisberaad. Donderdagavond maakte de regering nieuwe maatregelen bekend. De voorwaarden voor het aanwenden van reservetegoeden voor investeringen zijn voor banken versoepeld. En ook staatsbedrijven worden aangemoedigd om aandelen terug te kopen.
Vooralsnog blijft de waarde van de roepia relatief stabiel. De druk op de export naar de VS en Europa, ongeveer een derde van de totale export, neemt wel dagelijks toe. „Maar de export blijft toch groeien”, verklaart minister Pangestu. Op 21 oktober opent zij de Jakarta International Trade Expo. In november zal een Nederlandse handelsdelegatie naar Indonesië komen.