Deze mening is hoogleraar Casper de Vries van de Erasmus Universiteit in Rotterdam toegedaan. De Vries wijst erop dat de details van het Amerikaanse reddingsplan nog ontbreken. „Maar het ziet ernaar uit dat ze de rotte appels bij elkaar zetten om risico’s te kunnen afbouwen. Het is dé manier om markten weer liquide te krijgen.”
Hoeveel geld de Amerikanen moeten ophoesten om banken van hun slechte beleggingen af te helpen, is nog onduidelijk. „We weten niet hoeveel ons dit gaat kosten. Waarschijnlijk 500 miljard tot 1 biljoen dollar. De belastingbetaler krijgt vroeg of laat wel een bezoekje. Dit zal worden betaald door ons of onze kinderen”, schetste de Amerikaanse senator Richard Shelby vrijdag tegen televisiezender ABC.
Naar schatting kan de Amerikaanse staatsschuld door het plan met wel 10 procent oplopen. Momenteel bedraagt deze 9,65 biljoen dollar.
Hoewel het plan betekent dat de risico’s worden afgewenteld op de belastingbetaler, kan de schade voor de burgers van de Verenigde Staten meevallen. De Vries: „Als je de slechte beleggingen isoleert, kan het zijn dat de waarde ervan na een tijdje opkrabbelt.”
De hoogleraar trekt een vergelijking met het gevallen hedgefonds LTCM, dat in de jaren negentig werd overgenomen door enkele private partijen. „Anderhalf jaar nadat LTCM was opgekocht, waren de bezittingen van het fonds weer gestegen. Ze hoefden niet meer te worden verkocht”, aldus De Vries.
Toch is het niet uitgesloten dat de Amerikaanse ingreep burgers schade zal opleveren. „Zo heeft de Amerikaanse spaarbankcrisis in de jaren negentig de belastingbetaler 4 procent van zijn nationale inkomen gekost”, weet De Vries. „Bij waardepapier weet je natuurlijk nooit zeker of het zijn geld opbrengt.”
In hoeverre de Amerikaanse ingreep Nederlandse financiële instellingen ondersteunt, blijft vooralsnog onduidelijk. Het is onbekend of het fonds ook besmet papier van buitenlandse banken zal aantrekken. De Vries: „Wat gaan ze er precies in stoppen? Er kunnen ook beleggingen op oneigenlijke voorwaarden worden ingestopt.”