Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Belasting over bijverdiensten

Voor de belastingheffing zijn verschillende categorieën inkomen. Bijverdiensten zitten in een ander ‘hokje’ binnen box 1 dan iemands vaste salaris.
Inkomsten die te maken hebben met verrichte werkzaamheden, worden belast in de zogenoemde box 1. Te denken valt aan inkomsten uit dienstbetrekking. Dit is het geval wanneer iemand in dienst is bij een werkgever. Dan moet de werkgever loonbelasting inhouden over het brutoloon.

Belangrijke andere categorieën in box 1 zijn winst uit een onderneming en resultaat uit overige werkzaamheden. Bij die laatste categorie gaat het in veel gevallen om de bijverdiensten. Deze inkomsten worden in box 1 belast tegen het progressieve tarief tot maximaal 52 procent (afhankelijk van de hoogte van de inkomsten).

Deze restcategorie, het resultaat uit overige werkzaamheden, omvat in feite alle inkomsten uit werkzaamheden die niet als winst of loon worden belast. In de jurisprudentie zijn normen gegeven waaraan die bezigheden getoetst moeten worden, willen zij zich kwalificeren als ”overige werkzaamheden”. Van geval tot geval moet worden bekeken of de bijverdiensten vallen onder het bereik van de inkomstenbelasting. Opbrengsten uit overige werkzaamheden zijn bijvoorbeeld opbrengsten ontvangen:

als alfahulp

als predikant

als artiest of beroepssporter

door te klussen voor anderen (bijvoorbeeld schoonmaakwerk of schilderwerk)

door het geven van cursussen of bijles

door het schrijven van artikelen en boeken

door het houden van lezingen

door vermogensbeheer waarvoor meer werkzaamheden zijn verricht dan normaal (bijvoorbeeld het actief handelen in onroerende zaken)

voor incidentele adviezen

als lid van een gemeenteraad

voor het hebben van kostgangers

voor vrijwilligerswerk (indien daar een vergoeding voor wordt ontvangen en de persoon niet in dienst is)

voor het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan bijvoorbeeld een eigen bedrijf.

Niet elke vergoeding voor vrijwilligerswerk is belast in de inkomstenbelasting. Als de vrijwilliger werkzaamheden heeft verricht voor een niet-commerciële instelling, dan is van belang of de beloning marktconform is. Marktconforme beloningen zijn belast. Er is geen sprake van een marktconforme beloning als de vrijwilliger (23 jaar of ouder) maximaal 4,50 euro per uur ontving. Voor een vrijwilliger jonger dan 23 jaar geldt een maximum van 2,50 euro per uur. In beide gevallen geldt een maximumbedrag van 150 euro per maand en een maximumbedrag van 1500 euro per jaar. Als de beloning hoger is dan een van deze twee bedragen, dan is de volledige beloning in beginsel belast met inkomstenbelasting.

Wie overige inkomsten heeft, is in het algemeen niet verplicht een administratie bij te houden. De Belastingdienst kan overigens wel om meer gegevens vragen, dus is het altijd raadzaam om bonnen en (rekening)overzichten van de inkomsten en kosten te bewaren. Het bijhouden van een overzicht met kosten en opbrengsten verdient dus aanbeveling.

Als iemand een vermogensbestanddeel aan een bedrijf ter beschikking stelt, dan moet hij mogelijk wel een administratie bijhouden (zoals bijvoorbeeld een resultatenrekening en een balans).

Een bijkomend voordeel ten opzichte van de dienstbetrekking bij de bepaling van het inkomen uit overige werkzaamheden is dat sommige –zakelijke– kosten, die zijn gemaakt voor het verkrijgen van de opbrengsten uit overige werkzaamheden, aftrekbaar zijn. Let op de volgende regels:

Zakelijke kosten zijn kosten die binnen redelijke grenzen nodig zijn voor de uitoefening van de werkzaamheden, zoals vakliteratuur. Zakelijke kosten mogen helemaal worden afgetrokken.

Kosten met alleen een privékarakter mogen niet worden afgetrokken.

Van kosten die een zakelijk én een privékarakter kunnen hebben, is alleen het zakelijke deel aftrekbaar.

Voor sommige kosten geldt een drempel.

Eventuele vergoedingen die voor de kosten zijn ontvangen, moeten bij de opbrengsten worden geteld.

Het uiteindelijke verschil tussen de opbrengsten en de kosten vormt ”inkomen uit overige werkzaamheden”. Voor de duidelijkheid: er kan niet worden gekozen voor de kwalificatie van inkomsten als loon of resultaat uit overige werkzaamheden. Wie op de een of andere manier in dienst is bij een werkgever, geniet loon. In dat geval zijn er geen aftrekbare kosten. Pas als er geen sprake is van een dienstbetrekking, kan het gaan om resultaat uit overige werkzaamheden, waarbij kosten kunnen worden afgetrokken.

Bijverdiensten kunnen leiden tot ondernemerschap voor de btw (indien met de werkzaamheden die worden verricht wordt deelgenomen aan het economische verkeer). Dit betekent dat de resultaatgenieter btw moet berekenen over de opbrengsten die hij krijgt. Hij kan dan vaak ook btw op aan hem in rekening gebrachte kosten in aftrek brengen.

De auteur is werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs NV. Reageren aan scribent? fiscaliteiten@refdag.nl.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Serie
    Fiscaliteiten
    Meer uit deze rubriek