Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Baas failliet, personeel werkloos

 ... langdurige problemen... Foto ANP

... langdurige problemen... Foto ANP

Vlak na de kerstdagen viel het doek. De werkgever van Koos ging failliet. Het geld was op en er kwam te weinig werk bij. Koos verkocht keukens en deed dat prima. Buiten zijn schuld ging zijn baas failliet en nu is hij werkloos. Wat nu?
Ieder jaar raken ondernemingen in betalingsproblemen. De onderneming is niet meer in staat op tijd te betalen.

Langdurige problemen merkt een werknemer meestal al snel. Vaak komt dit aan het licht doordat het salaris niet, (veel) te laat of gedeeltelijk wordt uitbetaald. Er zijn signalen die al in een eerder stadium kunnen wijzen op problemen. Denk dan aan een zakelijke tankpas die ‘opeens’ wordt geblokkeerd, of een bedrijfsauto die onverzekerd blijkt te zijn door premieachterstand.

Een werknemer doet er verstandig aan om juridische hulp in te schakelen wanneer de klad komt in de loonbetaling. Werknemers lopen immers het risico om zelf in de financiële problemen te komen.

Stel, de werkgever gaat failliet. Dan wordt door de rechtbank een curator ingeschakeld. Hij heeft als taak het faillissement af te wikkelen en informeert het UWV wanneer de onderneming personeel in dienst heeft.

Ook werknemers zelf hebben bij faillissement de plicht om het UWV te informeren, als zij aanspraak maken op een faillissementsuitkering van die instantie. UWV voert namelijk de Werkloosheidswet uit. Daarin is een regeling opgenomen voor het geval de werknemer wordt geconfronteerd met betalingsonmacht van de werkgever; het UWV is dan verplicht om het loon een bepaalde periode door te betalen. Van betalingsonmacht is in de Werkloosheidswet sprake wanneer de werkgever failliet gaat, uitstel (surseance) van betaling wordt verleend, of in een schuldsanering terechtkomt. In die gevallen kan de werknemer bij UWV aanspraak maken op achterstallig loon voor ten hoogste dertien weken voorafgaand aan de dag van ontbinding, opzegging of beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer kan ook aanspraak maken op het loon over de geldende opzegtermijn tot een maximum van zes weken. Hij of zij heeft aanspraak op vakantietoeslag en bedragen die de werkgever in verband met het dienstverband aan derden was verschuldigd, bijvoorbeeld pensioenpremies. De aanspraak geldt over een periode van maximaal een jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop de opzegtermijn eindigt. Meestal zegt de curator de arbeidsovereenkomsten op. Natuurlijk kan de onderneming een doorstart maken. In veel gevallen gaat het dan echter om een deel van de onderneming en een deel van het personeel.

Faillissement betekent niet dat automatisch het concurrentiebeding vervalt.

Wanneer de curator opzegt, heeft hij een machtiging nodig van de rechter-commissaris. Dat is een rechter die toezicht houdt op de afwikkeling van het faillissement. De curator is gebonden aan een opzegtermijn van maximaal zes weken. Opzegverboden, zoals het verbod van opzegging tijdens ziekte, zijn niet van toepassing. Na opzegging kan de werknemer meestal aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering.

Alle schuldeisers kunnen hun vorderingen op de failliete werkgever indienen bij de curator. Voor de werknemer betreft het dan alleen vorderingen die het UWV niet overneemt. Aan het einde van het faillissement wordt de aanwezige boedel verdeeld over de schuldeisers. In de praktijk heeft de werknemer daar weinig aan. Extra uitkeringen in een faillissement zijn eerder uitzondering dan regel.

De auteur is werkzaam als jurist individuele belangenbehartiging bij de RMU. Reageren aan scribent? socialezaken@refdag.nl.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Serie
    Sociale Zaken
    Meer uit deze rubriek