Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Armoede of rijkdom

 Wij speelden ”één pik vier”. Foto ANP

Wij speelden ”één pik vier”. Foto ANP

Voor een duppie had je in mijn jeugd twintig knikkers. U weet wel, van die pottenbakkertjes. Daar werd bij ons op school druk mee geknikkerd.
Welnu, in de knikkertijd mocht ik van mijn moeder eens een dubbeltje (10 cent, dus omgerekend ruim 4 eurocent) gebruiken om knikkers te kopen. Met mijn schat kwam ik op school.

Wij speelden ”één pik vier”. Dat betekende dat je vier knikkers oplegde in de gleuf tussen twee tegels. Je tegenstander rolde vanaf een afgesproken afstand zijn knikker naar je toe. De missers waren voor jou, maar als hij er één raakte was je in één keer alle vier de knikkers kwijt.

Blut
Ik meen dat ik in totaal vijf potjes heb gedaan. In no time was ik helemaal blut. Dat was wel zuur. Ik voel het nog steeds een beetje. Alles kwijt, niets over.

Maar het was eerlijk gegaan. En ik was wel arm, maar ik had geen schuld. Want stel je voor dat ik in een overmoedige bui mijn drie broers en drie zussen had overgehaald om mij hun knikkers te lenen. Met de gedachte: mijn knikkers zijn zo mooi, daar win ik vast wel mee. Als het spelverloop dan net zo was gegaan als met die twintig… Op dat moment zou ik pas echt een probleem hebben. Een onbetaalbare schuld.

Simpele voorstelling van zaken. Maar toch wel leerzaam voor de grotemensenwereld. De banken in Europa hebben elke euro die ze bezitten ruim dertig keer uitgegeven. Dus als ze verliezen, ontstaat er ineens een fors probleem. Want waar betalen ze nu die miljardenschuld van?

Handvol
Met een beetje geluk komt er iemand langs die even een handje helpt, bijvoorbeeld een minister van Financiën, die 4 miljard euro in Fortis pompt. Leuk, maar het is net ”één pik vier” als je maar een handvol knikkers hebt. De eerste klap slokte al bijna een kwart op. In een dag slonk 4 miljard naar 3 miljard. Dat komt hard aan. En wie weet wat er nog volgt.

Inmiddels kijkt iedereen vol spanning toe hoe deze kredietcrisis gaat aflopen. Er worden grapjes gemaakt over de toekomst van ons spaargeld. Of je krijgt de vraag of je ook geld in aandelen hebt belegd. Als dat inderdaad zo is, dan slaat de onrust wellicht toe. Waar eindigt dit? Wat moet ik doen, wat is wijsheid?

Vanuit de Bijbel weten we dat het gevaarlijk is om ons al te bezorgd te maken om geld en goed. Paulus schrijft aan zijn geestelijke zoon Timotheüs dat we vergenoegd moeten zijn met voedsel en kleding. Dat is vergelijkbaar met de instelling van Agur: „Armoede of rijkdom, geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels.” Dat vroeg hij uit angst dat hij zou gaan stelen als hij te arm werd, of dat hij de Heere niet meer nodig zou hebben als hij te rijk zou worden.

Asaf had zichzelf leren kennen, door genade. Diezelfde genade hebben wij allemaal nodig. Daarmee is niet gezegd dat we ons alle fijne en mooie dingen volledig moeten ontzeggen. Maar wel dat we ons realiseren dat alles wat ons gegeven is, slechts geleend goed is. We raken het eens weer kwijt. Dan blijft over waarop Paulus ons wijst: „Maar gij, o mens Gods, vlied deze dingen; en jaag naar gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid.”

Dan is de kredietcrisis wel een klap, maar raakt die ons niet echt.

De auteur is raad van bestuur van de RMU. Reageren aan scribent? nietbijbroodalleen@refdag.nl.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek