In Nederland was het beeld niet anders. De AEX noteerde aan het eind van de ochtend ruim 6 procent lager op 264,10 punten, het laagste niveau in ruim vijf jaar. Banken en verzekeraars behoorden tot de grootste verliezers, ondanks een poging van de Nederlandse Staat om met een steunfonds van 20 miljard euro het vertrouwen in de sector te herstellen. De AEX opende vertraagd vanwege de opschorting van de handel in aandelen Fortis.
In Frankfurt, Londen en Parijs doken de graadmeters kort na de opening collectief 10 procent in de min. „De onrust onder beleggers zal nog wel een tijd aanhouden”, aldus fondsbeheerder Corné van Zeijl van SNS.
In de Verenigde Staten zorgde de angst voor een naderende recessie voor de zevende dag voor verlies op de beurzen, waar de indices donderdagavond 5 tot 7,5 procent verloren. In Tokio leverde de Nikkei–index vrijdagochtend bijna 10 procent in, het zwaarste verlies sinds de beurskrach van 1987.
Na de koersval op de Aziatische markten hield Rusland zijn twee belangrijkste beurzen gesloten. In Wenen werd de handel stilgelegd tot het middaguur.
In Amsterdam leverden Aegon en ING respectievelijk 6,8 en 9,5 procent in. De zwaarste klappen vielen in Londen, waar Barclays 7 procent verloor, Lloyds TSB ruim 9 procent inleverde en HBOS 15 procent aan waarde verloor.
De zwaarwegende fondsen ArcelorMittal (min 9,6 procent) en Shell waren ook onderin de AEX–index te vinden. Het staalconcern zal in een recessie merken dat de vraag naar staal sterk afneemt. Shell kampte onder meer met een flinke daling van de olieprijs en leverde 7 procent in. Een vat ruwe olie kostte 82,90 dollar, ruim 4 procent minder dan op donderdag.