Al geruime tijd probeert het stadsdeel een frequente zondagsopenstelling van winkels mogelijk te maken. Zo bleek het stadsdeel vorig jaar ontheffingsaanvragen voor de Winkeltijdenwet goed te keuren, waarbij een C1000-filiaal zich op allerlei exotische feestdagen beriep.
Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) haalde door een dergelijke lichtvoetige invulling van de Winkeltijdenwet een streep. Om alsnog zondagsopenstelling mogelijk te maken, besloot de deelraad van Amsterdam-Noord vervolgens op 17 december 2008 bij wijze van proef voor het hele stadsdeel een toeristisch regime in te stellen. Ook dat besluit bevond het CBB op 11 maart onrechtmatig, met als argument dat van een aanmerkelijke stroom toeristen in het stadsdeel geen sprake was.
Daarop probeerde het stadsdeel opnieuw zondagsopenstelling te legitimeren, nu door op 30 juni de plaatselijke verordening winkeltijden te wijzigen. Volgens de kortgedingrechter valt echter niet in te zien waarom het toeristisch regime zou moeten gelden voor het gehele gebied.
In het vonnis benadrukt de rechter dat de door het stadsdeel als toeristisch bestempelde attracties zich concentreren langs de IJ-oevers en in landelijk Noord. Het winkelcentrum Boven ’t Y, dat ook onder de vrijstelling valt, is volgens de rechter zodanig ver verwijderd van een door het stadsdeel genoemde trekpleister dat het gebied rond het centrum niet toeristisch kan worden genoemd.
Bovendien discussieerde het stadsdeel, aldus het vonnis, niet inhoudelijk over de vraag of toerisme de zondagsopenstelling van winkels in Amsterdam-Noord vereist en zo ja, in welke mate. „De aanwijzing van het stadsdeel als toeristisch gebied lijkt geheel te zijn ingegeven door de wens de economische belangen van (bepaalde) ondernemers in het stadsdeel te dienen”, stelt de rechter vast.
Het besluit de verordening te wijzigen, is zodoende volgens de rechter op oneigenlijke gronden genomen en onredelijk.
„De rechter heeft het stadsdeel wederom een keiharde tik op de neus gegeven”, zegt advocaat T. van Vugt, die de wijziging namens 58 hoofdzakelijk kleine winkeliers uit Amsterdam-Noord aanvocht. „Voor mijn cliënten hoop ik dat het nu eindelijk afgelopen is met het onrechtmatige geklungel in Noord.” Een nieuwe procedure om de door de winkeliers geleden omzetschade op het stadsdeel te verhalen, sluit Van Vugt niet uit. „Daarover moet ik nog met cliënten overleggen. Het is een mogelijkheid, want er is nu voor de tweede keer bepaald dat het stadsdeel onrechtmatig handelde.”