Aanvankelijk werd gedacht dat Bernanke minder welwillend stond tegenover het aanpassen van de rentestand aan de grillen van de financiële markten en dat hij meer oog zou hebben voor het handhaven van prijsstabiliteit.
Niets blijkt minder waar. Sinds deze week heeft Bernanke zijn eigen ’put’. Hij verlaagde dinsdag het belangrijkste Amerikaanse rentetarief met driekwart procentpunt naar 3,50 procent, nog meer dan de markten vooraf hadden ingecalculeerd. De Fed-baas probeert hiermee de vrees voor een recessie in de VS te beteugelen die is ontstaan door aanhoudende problemen met Amerikaanse rommelhypotheken.
Voorzitter Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank (ECB) liet deze week weten het voorbeeld van Bernanke niet te volgen. De bank ziet het slechts als zijn taak om de inflatie in de eurozone te beteugelen. En die ligt al maandenlang ruim boven het streefcijfer van de ECB. Als er dus al een renteverandering in Europa komt, dan zal die opwaarts zijn, zo liet de bank onlangs doorschemeren.
Gelukkig maar. Want de noodmaatregel waarmee Bernanke de financiële markten te hulp schiet is, evenals de door de Amerikaanse president Bush aangekondigde bestedingsimpuls ter waarde van 100 miljard euro, slechts een lapmiddel voor de werkelijke problemen waarmee de Amerikaanse economie kampt.
Want in feite leven Amerikanen al jarenlang ongelooflijk op de pof. Onder meer door inmenging in tal van politieke conflicten zijn de overheidsuitgaven in de VS torenhoog. Maar ook de Amerikaanse burger blaast zijn partijtje mee. Gestimuleerd door de jarenlange lage rentestand -Greenspan verlaagde begin deze eeuw de rente stapsgewijs van 6,5 procent tot een dieptepunt van 1 procent- en hard oplopende huizenprijzen in voorgaande jaren, consumeerde deze er lustig op los.
Amerika is hierdoor opgezadeld met een fiks dubbeltekort op de handelsbalans en de overheidsbegroting. Dat kan alleen maar worden opgelost wanneer zowel de Amerikaanse overheid als burgers er eens flink gaan sparen, in plaats van te consumeren met geleend geld.
Vroeg of laat komt de klap, zou je zeggen. En een correctie is ook onvermijdelijk. Maar verbazingwekkend genoeg lijkt Amerika er al jaren in te slagen een recessie -ten minste twee maanden van economische krimp- consequent voor zich uit te schuiven.
De laatste teruggang in de Amerikaanse economie dateert daardoor alweer uit de beginjaren negentig. Zelfs tijdens het knappen van de internetbubbel wisten de VS er nog een groei van ruim 0,5 procent uit te persen. Zoetjesaan lijken Amerikanen er ook daadwerkelijk in te geloven dat groei altijd en overal te realiseren is, mits je de economie maar een handje helpt.
Onderzoek vanaf 1945 heeft aangetoond dat de Amerikaanse beursindex S&P 500 een gemiddelde stijging met 15 procent heeft ondergaan in periodes dat de Fed de rente verlaagde. En ook deze week boekten de Amerikaanse beurzen weer fraaie winsten, terwijl in de rest van de wereld aanvankelijk de angst regeerde, omdat de vooruitzichten juist in de Verenigde Staten zo slecht zijn. Slecht nieuws lijkt in Amerika haast goed nieuws te zijn: de Fed zou dan immers de rente wel eens kunnen verlagen.
Maar een renteverlaging lost de werkelijke problemen natuurlijk niet op. Hooguit stelt het paardenmiddel van Bernanke een onvermijdelijke correctie nog even uit, maar de kans dat het deze verergert is levensgroot.
Blijkbaar leren Amerikanen niet van hun eigen ervaringen. Door de serie renteverlagingen van Greenspan vanaf 2001 was er de laatste jaren in Amerika sprake van een bijzonder ruime geldvoorziening, waardoor huizenprijzen stegen tot zeepbelhoogte. Bovendien werd er, om almaar hogere rendementen te behalen, met het haast onbegrensde geld ook steeds meer risico genomen.
Door de problemen die zijn opgedoken met ’slechte’ hypotheken plukken Amerikanen hiervan nu de wrange vruchten.