Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Als christen; niet incognito

 Met kleding die niet meer is dan een façade kunnen mensen lang een bepaalde stand ophouden of suggereren iets te zijn. Maar de kleding die een christen draagt, moet een logische uiting zijn van zijn innerlijk, zegt ethicus dr. R. Seldenrijk.

Met kleding die niet meer is dan een façade kunnen mensen lang een bepaalde stand ophouden of suggereren iets te zijn. Maar de kleding die een christen draagt, moet een logische uiting zijn van zijn innerlijk, zegt ethicus dr. R. Seldenrijk.

Kleding is een belangrijk cultuurverschijnsel. Door zich op een bepaalde manier te kleden maken mensen onderscheid en definiëren ze zichzelf - al dan niet bewust. Reformatorische christenen profileren zich zichtbaar door hun manier van kleden. Heel logisch, zegt antropologe drs. José Baars. Zeker, beaamt ethicus dr. R. Seldenrijk, „maar heeft het reformatorische anders-zijn nog wel de door de Bijbel bedoelde werfkracht?”
Kleding is een ontzettend belangrijk kenmerk van een religieuze overtuiging, vindt antropologe José Baars-Blom (46). „Ik vind dat je mensen ergens op aan moet kunnen spreken. Een priester hoort een priestergewaad te dragen, een non een habijt. Een heilssoldaat is altijd herkenbaar aan het uniform. En een refo is aan zijn kleding te herkennen als refo.”

Baars studeerde in 2005 af op een onderzoek naar de leefwereld en studiekeuze van reformatorische meisjes en maakte als buitenstaander kennis met de eigen codes en gebruiken van de gezindte. Ze duidt het verschijnsel ”refomode” vanuit haar antropologische professie en vindt het niet meer dan logisch dat refo’s zich anders kleden. „Jezelf kuis en sober kleden is mooi en passend, vind ik. En het is een prima middel om gelijkgestemden te herkennen in de openbare ruimte. Als alle refo’s een groene stip op hun neus zetten, heeft dat hetzelfde effect. Het is handig. Reformatorische mensen koesteren hun gedachtegoed. Als je dat doet, is het logisch dat omgang met mensen uit de eigen kring wordt gestimuleerd en de omgang met anderen geremd. Binnen een bepaalde geloofwaardigheidsstructuur hou je elkaar vast. Er hoeft niets ter discussie te worden gesteld; iedereen denkt hetzelfde.”

Elke cultuur is dynamisch en ook de reformatorische subcultuur is aan verandering onderhevig. Baars: „De kledingcodes binnen de refozuil zijn niet overal meer zo strak, dat kun je inmiddels wel stellen. Kleding is steeds minder een halszaak volgens mij. Ik denk dat ouders gelukkiger zijn wanneer hun kind serieus bezig is met het geloof.”

Groepsdruk

Dat een religieuze groep zich onderscheidt van de rest is dus logisch, maar niet altijd weten reformatorische christenen nog waarom ze zich met hun kleding precies onderscheiden, meent ethicus dr. R. Seldenrijk (58). „Waar dient kleding eigenlijk voor? Dat is de eerste vraag. De Bijbel zegt ons dat kleding er is om eerbaarheid te waarborgen en bescherming te bieden. Verder heeft de Bijbel het over kleding die moet passen bij de rol die iemand heeft in de maatschappij. Kleding hoeft geen onderscheid te maken tussen man en vrouw, want dat onderscheid is er al. Als de Bijbel verder expliciet over kleding spreekt, is dat over ambtskleding bij priesters, dus waar het gaat over de verbijzonderde functie van kleding. Jezus spreekt in het Nieuwe Testament nergens over onze manier van kleden.”

Over kleding kun je vanuit de Bijbel op concreet niveau dus weinig zeggen, aldus Seldenrijk. Dat wordt anders als je kleding ziet als onderdeel van een christelijke levensstijl. „Vanuit die positie kun je zeggen dat de Bijbel voorschrijft dat een christen zich sober en stijlvol moet kleden.” En een christen dient zich ethische vragen stellen bij kleding. „Hoe is ze vervaardigd? Komt er kinderarbeid aan te pas? Hoeveel geld besteed ik eraan? Past de kleding die ik draag bij mijn persoonlijkheid? Ben ik er authentiek in?”

De vraag is of bovenstaande punten -soberheid, stijl, eerlijkheid en authenticiteit- altijd even goed tot uitdrukking kunnen komen in de reformatorische gezindte. Seldenrijk: „De groepsdruk is er groot. Wij zijn erg bang voor het oordeel van de ander. Reformatorische christenen zien in menselijke oordelen soms het oordeel van God.”

Oordelen kan echter alleen maar waar dat gebaseerd is op Bijbelse gronden, benadrukt Seldenrijk. „We lezen, met eerbied gesproken, snel in Gods agenda. Maar in het laatste oordeel wordt ons de vraag gesteld of wij de werken van barmhartigheid hebben uitgevoerd. Hebben wij de liefde in praktijk gebracht? Dat is de vervulling van de wet, waarover Matthéüs 25 en Lukas 7 spreken. Waar het Evangelie wortelt, komen de werken van barmhartigheid openbaar. Die barmhartigheid staat haaks op oordelen. Willen wij de wereld iets vertellen met onze manier van kleden, dan moet dat binnen die context van barmhartigheid zijn, met de intentie Gods Woord te verkondigen.”

Museumstuk

Daarbij komt dat reformatorische christenen moeten oppassen voor de ’buitenwereld’ geen museumstuk te worden, vindt Seldenrijk. „Dat werkt stigmatisering in de hand. Je bent dan wel anders dan de wereld, maar heeft dat anders-zijn de door de Bijbel bedoelde werfkracht? Kun je dan een lichtend licht en een zoutend zout zijn? We moeten niet incognito naar buiten treden, maar als christenen.”

Volgens Seldenrijk is het belangrijk in het oog te houden dat het gaat om het groot maken van Gods Naam. „Vermeien wij ons in onze ellende of richten we ons op Gods Naam? Het gaat om de diepte van onze zonde, het wonder van Zijn genade en de heiliging van ons leven. We zijn arm aan de Heilige Geest. Als we rijk zijn aan de Geest, worden grenzen relatiever.”

Met kleding die niet meer is dan een façade kunnen mensen lang een bepaalde stand ophouden of suggereren iets te zijn. Maar de kleding die een christen draagt, moet een logische uiting zijn van zijn innerlijk, zegt Seldenrijk. „Als dat niet zo is, is een kledingcode alleen maar uitstel van afbraak.”

Seldenrijk ziet hier een taak weggelegd voor ambtsdragers. „Het is belangrijk om te onderscheiden wat sociologische codes zijn en wat echt principiële normen zijn vanuit de Tien Geboden. Als je sociologische regels maar lang genoeg hanteert, worden het principiële normen. Ambtsdragers moeten dit onderscheid tussen sociologisch gedrag en Bijbels gefundeerde principes kunnen maken, en dat expliciet benoemen.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek