Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Wittenberge: Gevels met gapende gaten

 WITTENBERGE – Voor de Tweede Wereldoorlog moet de Oost-Duitse stad Wittenberge een plaatje zijn geweest. Een hele wijk staat vol met panden in de sierlijke jugendstil. Vandaag staat bijna een kwart van de huizen in de stad leeg. Foto’s RD, Henk Visscher
 1 van 3  

WITTENBERGE – Voor de Tweede Wereldoorlog moet de Oost-Duitse stad Wittenberge een plaatje zijn geweest. Een hele wijk staat vol met panden in de sierlijke jugendstil. Vandaag staat bijna een kwart van de huizen in de stad leeg. Foto’s RD, Henk Visscher

Het zit erop. Twee mannen van sloopbedrijf Golz Abbruchtechnik zijn klaar met hun klus in het monumentale huis. Hier en daar hebben ze verrotte balken verwijderd, op andere plaatsen probeerden ze de schimmel te bestrijden.
Op zolder hebben ze de dakpannen recht gelegd, zodat de meeste regen buiten blijft. De twee afvalcontainers zitten vol.

Binnen ademt alles in het huis, dat rond 1900 werd gebouwd, stijl en elegantie. De granieten vloer, de brede houten trap met al zijn versieringen, de spekstenen kachels in de diverse kamers – het kan niet anders of door de jaren heen zijn de mensen trots geweest op dit huis.

Nu is het vergane glorie. De mannen van Golz hebben boven rotte balken uit de vloer gezaagd. De gaten blijven zitten, totdat iemand er weer brood in ziet het huis op te knappen.

Beneden doen de slopers de deur weer op slot. Hun taak was het huis zo achter te laten dat het zo lang mogelijk onbewoond kan blijven staan. Uitgesteld instorten, zeg maar.

Ze zijn in meer huizen geweest in de Bürgermeister-Jahn-Strasse. De meerderheid van de statige jugendstilhuizen staat gewoon leeg. Soms met planken voor de ramen gespijkerd, maar meestal met de –ooit luxe– houten rolluiken neergelaten. Soms zit een bordje ”Denkmalschutz” (de Duitse monumentenzorg) op de gevel.

Aan de deuren hangt overal een stevig hangslot, om te voorkomen dat kwajongens bezit nemen van de leegstaande woningen. Niet overal heeft men dat kunnen voorkomen. Er zijn huizen waarvan de meeste dakpannen gebroken achter in de tuin liggen en waar weer en wind vrije toegang hebben. Een urinelucht in en rond deze juweeltjes van architectuur verraadt dat er van tijd tot tijd nog mensen voorbijkomen.

Maar het zogenaamde Jugenstilvierteil kent ook voorbeelden van gerenoveerde huizen. Een zwangere vrouw zet haar fiets neer voor een statig pand. „Het is in elk geval rustig wonen hier”, zegt ze glimlachend, terwijl ze de voordeur binnenstapt.

Welletjes

De auto’s van sloopbedrijf Golz komen in alle wijken van Wittenberge. Ook het oude ziekenhuis gaat onder hun hamers tegen de vlakte.

De slager op de hoek van de Bahn- en de Wilhelmstrasse vond het blijkbaar ook welletjes en sloeg planken voor zijn ramen. Eén ruit liet hij open. Die heeft een plaatselijke fotograaf in gebruik genomen.

Van de 13.000 huizen staan er zo’n 3000 leeg; bijna een kwart dus. Veel is al afgebroken. Het Duits heeft daarvoor een mooi woord: ”Rückbau”.

Het inwonertal van de stad ligt precies op dat van 100 jaar geleden; ruim 19.000. Maar na de Tweede Wereldoorlog groeide Wittenberge zelfs tot bijna 40.000. In 1989 lag het aantal op 30.000.

Toen rond 1900 de prachtige jugendstilwijk werd gebouwd, was Wittenberge een welvarende groeistad. Stoomschepen met passagiers legden aan in de Elbehaven. De werkplaats voor treinreparaties kon nergens beter komen dan op dit knooppunt van spoorwegen. En nog maar enkele tientallen jaren geleden bood de bekende naai­machinefabriek Singer in deze omgeving werk aan 4000 mensen.

Tuinbroek

Maar de bloeitijd van Wittenberge stopte in 1990. Na de hereniging van Duitsland moest de ene na de andere fabriek sluiten. De mensen trokken weg. In de twintig jaar na de val van de Berlijnse Muur raakte de stad ruim een derde van zijn 30.000 inwoners kwijt.

De toestand in Wittenberge is illustratief voor heel Oost-Duitsland. In 1989 telde de DDR 16,4 miljoen inwoners; vandaag leven er in hetzelfde gebied nog 14,4 miljoen mensen. Men schat dat er in Oost-Duitsland 1 miljoen huizen leeg staan. Overal treft men gevels met gapende gaten.

David Glockzin stapt in zijn blauwe tuinbroek over een plein met leegstaande woningen. De 34-jarige bouwvakker is „geboren en getogen” in Wittenberge, maar staat op het punt te vertrekken naar de Noorse hoofdstad Oslo. „Wellicht blijf ik daar. Ik maak nog een klus voor een vriend af en dan ben ik weg. Het heeft geen zin hier te blijven. Er is geen werk. Wat zou ik hier moeten doen?”

Of hij de stad met zo veel monumentale jugendstilhuizen dan niet mooi vindt? „Mooi? Mooi rustig zul je bedoelen”, zegt hij grijnzend, en hij loopt weer door.

Kroegen

Slagerij Vader drijft in de leeglopende buurt op vaste klanten. „Anders was het niet vol te houden”, vertelt de slagersvrouw. „Het meeste in de buurt is al dicht, zoals alleen in deze straat al twee kroegen.”

De slagersvrouw prijst zich gelukkig dat er aan de andere kant van de stad een platte DDR-flat tegen de vlakte gaat. „De mensen verhuizen naar gerenoveerde jugendstilhuizen.”

Café Kindl Ecke aan de hoofdstraat is nog wel open. De vrouw achter de tapkast zat met 28 kinderen in een schoolklas. „Van hen wonen er nog zes in Wittenberge. De rest is elders werk gaan zoeken”, vertelt ze.

De kroeg loopt daardoor ook slechter. „Alleen in het weekend gaat het nog.” Nadenkend steekt ze een sigaret op.

De werkloosheid levert ook vaste klanten op. Detlev Merfert strijkt vaak aan de bar neer om een biertje te drinken. „Ook ik heb een paar jaar in het Westen gewerkt, maar sinds ik boven de vijftig ben, hebben ze me niet meer nodig. Toen ben ik naar mijn Heimatstad teruggekomen.”

Dit is de derde aflevering in een serie van zeven over de voormalige Duitse binnengrens.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek