HOLLAND – Amerikaanse scholieren krijgen uitleg over Nederlandse gebruiken in het museum van Holland, Michigan. In het museum hangen diverse oude meesters en is een typisch Nederlandse huiskamer uit begin twintigste eeuw ingericht. Ook vertelt een expositie de geschiedenis van de Nederlandse immigratie. Foto RD, Henk Visscher
Die weersomstandigheden weerhielden Nederlandse pioniers er halverwege de negentiende eeuw niet van om hun grenzen vanuit de oostkust van de Verenigde Staten naar het westen te verleggen.
„Wat een reis. We zijn dankbaar voor de voorzienigheid van de Heere”, meldt een scheeps-anaal uit 1848 over de barre tocht over Lake Michigan. „Maar wat een land. Er zijn hoge bomen, slechte woningen. Hoewel, behuizing – er is geen behuizing. Kunnen onze dromen hier wel worden gerealiseerd?” vragen de landverhuizers zich af. Maar dan: „We vertrouwden erop dat God ons had geleid en ook vanaf dit moment voor ons zou zorgen.” Met een direct verwijzing naar Handelingen 27:40: „En als zij de ankers opgehaald hadden, gaven zij het schip aan de zee over, meteen de roerbanden losmakende; en het razeil naar den wind opgehaald hebbende, hielden zij het naar den oever toe.”
Vierhonderd gulden moesten deze landverhuizers voor de overtocht naar de Nieuwe Wereld betalen, zo blijkt uit de ”Voorwaarden tot den overtocht” die te zien zijn in de Herrick Historic Library in Holland. Voor proviand dienden ze zelf te zorgen: „25 pond scheepsbrood, 30 pond aardappelen, 15 pond rijst, benevens boter, azijn en zout.”
Aanvankelijk kerkten de meeste pioniers bij de bekende ds. A. C. van Raalte, een Nederlandse predikant die in 1846 voet op Amerikaanse bodem zette. De eigenzinnige voorganger bouwde een omvangrijke Nederlandse nederzetting op. ”Vandaag spreekt hij nog tot ons, zoals hij dat 25 jaar geleden, bij de stichting van Holland, ook deed”, meldt een inscriptie boven zijn sobere grafsteen.
Het graf van ds. Van Raalte is slechts een van de vele graven met een Nederlands opschrift. Van Putten, Visscher, Van de Broek – soms op z’n Amerikaans aan elkaar geschreven, maar allemaal met een onmiskenbaar Hollandse oorsprong.
Bij De Boer Bakkerij wanen klanten zich in een oer-Hollandse winkel. Bij het betreden van de zaak klinkt een ouderwets deurbelletje. Op een bakkerskar liggen Wilhelminapepermunten en rollen drop uitgestald. Op de toonbank prijken cd’s van de Nederlandse musicus Jan Mulder.
Net buiten Holland doemt plotseling tussen wuivende rietkragen een windmolen op. Een stukje Hollandse polder in Amerika.
Dit is het zevende deel in een serie. Het achtste deel verschijnt dinsdag.
Zie ook www.refdag.nl/enkelereisamerika.