Het VN-Mensenrechtencomité is een groep van achttien internationale experts die toeziet op de naleving van het Internationaal Verdrag voor Burgerlijke en Politieke Rechten (kortweg BUPO). Het wijst de Nederlandse regering nu op artikel 6, dat het recht op leven beschermt. Dit artikel zegt dit recht „door de wet wordt beschermd. Niemand mag naar willekeur van zijn leven worden beroofd.”
Het comité herhaalde gisteren de „eerdere aanbevelingen.” Het „blijft bezorgd” over de omvang van euthanasie en hulp bij zelfdoding in Nederland. Opnieuw dringen de internationale deskundigen op het gebied van mensenrechten erop aan dat de „wetgeving wordt herzien.”
Het belangrijkste punt van kritiek in het rapport is het ontbreken van een toetsing vooraf door „een rechter of een jurist” om te garanderen dat de beslissing tot levensbeëindiging niet het gevolg was van „ongepaste invloed.”
Volgens de Nederlandse regels wordt alleen achteraf getoetst door een regionale commissie, die sommige gevallen daarna kan voorleggen aan justitie.
Het VN-comité heeft blijkbaar geen vertrouwen in het systeem van de „second opinion” zoals dat in Nederland functioneert. Die „kan zelfs worden verkregen via de telefoon.”
Twee weken geleden ging minister Hirsch Ballin van Justitie zelf naar het VN-comité in Genève om antwoord te geven op diverse vragen. Behalve over euthanasie werd hij ook gesproken over de subsidie van de SGP.
Enkele organisaties hadden het comité aangeschreven, omdat zij de staatstoelage voor de SGP onaanvaardbaar vonden omdat die partij vrouwen geen volledige rechten geeft. In het eindrapport van het comité ontbreekt echter elke verwijzing naar deze kwestie. Wel wijst het de regering in het algemeen op het belang van gelijkberechtiging, omdat het de participatie van vrouwen in Nederland laag vindt.