De Amerikaanse vicepresident Dick Cheney blijft echter optimistisch. „We hebben honderden van hun belangrijkste leiders gevangengenomen of uitgeschakeld en we hebben grote vooruitgang gemaakt”, zei hij zondag tegenover NBC News. De zoektocht naar Bin Laden blijft volgens hem „een van Washingtons topprioriteiten.”
De Amerikanen konden Bin Laden enkele jaren geleden lokaliseren door zijn mobiele telefoon af te luisteren, maar die gebruikt hij blijkbaar niet meer. „Het is niet makkelijk om iemand te vinden die nauwelijks meer communiceert”, aldus minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice in een interview met Fox News. De Amerikaanse inlichtingendiensten gaan ervan uit dat Bin Laden zich schuilhoudt in het ontoegankelijke terrein van het zogeheten „autonome stammengebied” tussen Afghanistan en Pakistan.
Het Pakistaanse leger heeft hier de afgelopen jaren pogingen gedaan Bin Laden te vinden. Bij die operaties stuitte het op hevige weerstand van al-Qaida- en talibanaanhangers. Dusdanige weerstand zelfs dat het Pakistaanse leger een soort bestand heeft gesloten met de leiders van dit traditioneel zeer onafhankelijke gebied. Het bestand komt er in feite op neer dat de Pakistanen zich niet meer in dit gebied vertonen, hetgeen de aanhangers van Bin Laden dus vrij spel geeft.
Omdat Pakistan officieel een van Washingtons betrouwbaarste bondgenoten is in de strijd tegen het terrorisme, heeft de regering-Bush niet formeel op het bestand gereageerd. Maar informeel geeft men wel te kennen dat dit een ernstige tegenslag is. Niet alleen omdat het moeilijker wordt om Bin Laden te vinden, maar ook omdat dit autonome gebied een ideale uitvalsbasis vormt voor pro-talibanoperaties in Afghanistan. Er circuleerden enige tijd geleden berichten dat de Amerikanen dit gebied zelf wilden binnentrekken, maar daarover is in Washington geen duidelijkheid te verkrijgen.
Dat Bin Laden onvindbaar blijft, is volgens sommige critici van de regering-Bush het gevolg van het feit dat de regering te veel middelen heeft ingezet voor de oorlog in Irak ten nadele van de strijd tegen het terrorisme. Zowel Condoleezza Rice als Dick Cheney bestreed dit zondag ten stelligste. „Het is achteraf eenvoudig ondenkbaar dat wij niets ondernomen zouden hebben tegen Saddam Hussein die zijn omgeving en onze bondgenoten bedreigde”, aldus Rice. Cheney gaf toe dat de weerstand tegen de Amerikaanse aanwezigheid in Irak groter is dat Washington verwachtte, maar de beslissing om Irak binnen te vallen is volgens hem ook achteraf „de enig denkbare en juiste beslissing.”