DAMASCUS – Het geweld in Syrië heeft inmiddels ook de hoofdstad Damascus bereikt. Het dagelijks leven ondervindt daar in toenemende mate hinder van.
Het zijn soms kleine details die nooit de media halen, maar die je plotseling doen beseffen hoezeer het gewone en alledaagse maatschappelijke leven in Syrië is veranderd. Mijn woning bevindt zich aan een drukke verkeersader in het centrum van Damascus die buitengewoon populair was bij pasgetrouwde stellen.
Syriërs van alle religieuze achtergronden koesteren de traditie dat bruidsparen in een feestelijk versierde auto luid toeterend door de stad worden gereden. Hierbij begeleid door een bonte stoet van feestvierders en soms zelfs een vrachtwagen waarop een compleet orkest heeft plaatsgenomen. De brede straat voor mijn huis leent zich uitstekend voor dit soort optochten, die vooral plaatshadden op donderdagavond en vrijdag.
Toen ik vorige week donderdag op een taxi stond te wachten die me naar een afspraak met vrienden moest brengen, realiseerde ik me plotseling dat ik me niet kon herinneren wanneer ik voor de laatste keer zo’n bruiloftsstoet had gezien. Ze lijken bijna geruisloos uit het straatbeeld te zijn verdwenen.
Deze observatie werd diezelfde avond door vrienden bevestigd. Er is een stilzwijgende consensus ontstaan dat openlijk vertoon van blijdschap en vreugde ongepast is als er op hetzelfde moment ontelbare families in diepe rouw zijn gedompeld omdat ze die dag een geliefde hebben begraven. Geliefden die het slachtoffer zijn geworden van het dodelijke geweld dat het land steeds meer in een wurggreep houdt. Bovendien wordt er nauwelijks nog getrouwd. Huwelijken worden uitgesteld om economische redenen, maar ook omdat vele vrienden en familieleden de bruilofszaal niet meer veilig kunnen bereiken. Zeker ’s avonds zit iedereen het liefst binnen, met de deur stevig op slot.
In een restaurant werd ik getroffen door deze eenvoudige uitleg, die het beeld schetst van een samenleving waar verdriet en dood momenteel de overhand hebben op vreugde en leven. De sfeer is deze avond bedrukt. We volgen op de Syrische televisie de beelden van zware gevechten die in vrijwel alle plaatsen rondom de hoofdstad plaatsvinden. De camera’s snellen van Saqbah en Duma naar Kafarbatna en Harasta.
Tot voor kort keken we naar gelijksoortige beelden uit andere delen van het land en waanden we ons in Damascus op een eenzaam eiland in een zee van chaos en geweld. Kijkend naar een reportage uit de belegerde stad Homs bekroop ons vaak het onwezenlijke gevoel dat het eerder beelden uit Irak leken.
De rauwe werkelijkheid van deze beelden leek vorige week opeens griezelig dichtbij. Een van onze tafelgenoten woont in het oostelijk gedeelte van het centrum, waar duidelijk de schietpartijen te horen waren uit een wijk die daaraan grensde. Zijn familie had hem bijna gesmeekt om deze avond thuis te blijven, wat hij boos had geweigerd „omdat het leven geen zin heeft als het wordt gedicteerd door angst.”
Overal om ons heen werden bezorgde gesprekken gevoerd. De teneur leek overal dezelfde. De vraag is niet langer hoe en wanneer deze verlammende onrust zal eindigen, maar veeleer hoeveel bloediger en gewelddadiger de situatie nog kan worden. De harde werkelijkheid is dat er in Syrië een complete burgeroorlog woedt, waarbij nog het meest merkwaardig is dat niemand de situatie als zodanig benoemt.
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Clinton, verwoordde enkele dagen geleden de zorg van de Amerikaanse regering „dat Syrië zou kunnen afglijden in de richting van een burgeroorlog” – die in werkelijkheid al in volle hevigheid woedt.
Ik probeer zelf een verklaring te vinden voor deze vreemde ontkenning van de realiteit. In een burgeroorlog is er sprake van een situatie van wederzijds geweld waarin alle betrokken partijen zwaarbewapend zijn. Toegeven dat er in Syrië een burgeroorlog gaande is, impliceert de ongemakkelijke erkenning dat ook de oppositie gewapend en gewelddadig is, wat vaak niet strookt met het heersende beeld.
Links en rechts hoor ik in toenemende mate verhalen over familieleden die door hun werkgevers voor onbepaalde tijd met onbetaald verlof naar huis zijn gestuurd. Buren vertellen dat veel families reeds rond de tiende van de maand zonder geld zitten, terwijl de prijzen constant stijgen. Een vriend die een klein kruidenierszaakje bezit, liet me onlangs met een treurig gezicht een schrift zien dat op zijn toonbank lag. Ik zag lange lijsten van buurtbewoners die hun boodschappen niet meer konden betalen en ze lieten opschrijven. De afgelopen maanden ben ik vertrouwd geraakt met het beeld van lange rijen auto’s die voor benzinestations staan te wachten, maar tot mijn schrik zag ik vorige week voor het eerst honderden mensen in de stromende regen staan wachten voor een winkel waar brood wordt gebakken.