De griepvirussen zitten in druppeltjes snot, slijm en speeksel. Door praten, hoesten of niezen worden de virussen verspreid. Ook worden ze overgedragen via handen en voorwerpen, zoals deurknoppen. Als iemand bijvoorbeeld na het vastpakken van de deurknop, zijn mond, neus of ogen aanraakt, is overdracht van het virus mogelijk.
Raak deurknoppen en dergelijke zo min mogelijk met de handen aan of ontsmet ze regelmatig. Een alternatief is openen met de elleboog. Raak mond, neus of ogen niet aan.
Plekken in huis die vaak worden aangeraakt of vastgepakt goed schoonhouden met desinfecterende middelen.
Blijf uit de buurt van mensen met griep. Draag bij contact een kapje voor mond en neus. Verschoon het regelmatig. Blijf zo kort mogelijk bij een patiënt. Was daarna de handen met zeep.
Voor patiënten geldt: blijf zo veel mogelijk weg van anderen. Nies altijd in een papieren zakdoek, gooi tissue daarna weg. Was vaak de handen met zeep. Droog ze af met een papieren doekje. Dit daarna weggooien.
Zie ook het advies van de World Health Organisation