Op een theatrale manier geeft de Amerikaans-Britse journalist Christopher Hitchens zijn statement af aan het begin van een debat met vier christelijke denkers tijdens een christelijke boekenbeurs vorige maand in de Texaanse stad Dallas. Een echt vriendelijke woordenwisseling wordt het niet. Er zijn enkele politiemensen aanwezig; voor het geval dat.
Het blijft een verbale confrontatie. Maar die liegt er niet om. Alsof zijn openingszinnen nog niet duidelijk genoeg zijn geweest, zegt Hitchens aan het eind van zijn introductie: „Ik beweer niet alleen dat alle religies versies zijn van dezelfde onwaarheid, maar ik stel ook dat invloed van kerken en het effect van godsdienstig geloof uiterst schadelijk zijn voor de mensheid. Ik benijd gelovigen niet vanwege hun overtuiging. Ik denk dat de hele boodschap een duister sprookje is. Ons leven zou heel beroerd zijn als gelovigen werkelijk gelijk hebben, maar daarvoor is geen enkel bewijs. Gelovigen hebben een benauwd bestaan; ze leven alsof ze in Noord-Korea wonen en moeten zuchten onder toezicht van een dictator die voortdurend vanuit het heelal naar ons zit te turen. Het verschil is dat de Noord-Koreanen niet kunnen vluchten. Die zitten daar gedwongen. Maar gelovigen sluiten zichzelf vrijwillig op in een geestelijke dictatuur.”
Verdubbeling
Christopher Hitchens is een belangrijke woordvoerder van de nieuwe atheïstische beweging die in de Verenigde Staten -maar niet alleen daar- geducht veld wint. Godsdienstsociologen spreken van een revival van de godloochenaars. Geen enkele denominatie in Amerika groeit momenteel zo snel als de groep niet-religieuzen. Recent onderzoek van Trinity College in Hartford toont aan dat die groep sinds 1990 is verdubbeld.
Ongeveer 15 procent van de Amerikanen rekent zich tot de groep niet-religieuzen. Concreet betekent dit dat 45 miljoen burgers van de VS zeggen niet in een god te geloven. Inmiddels heeft 30 procent van de Amerikanen zijn huwelijk niet kerkelijk laten bevestigen en wil 27 procent geen religieuze begrafenis.
Vooral jongeren blijken te kiezen voor het ongeloof. De atheïstische Secular Student Alliance heeft nu 129 afdelingen in Amerika; vijf jaar geleden waren dat er nog maar 42. Opvallend dat de kringen vooral worden opgericht aan onderwijsinstellingen die gevestigd zijn in de conservatieve biblebelt van de VS.
De opmars van het georganiseerde ongeloof manifesteert zich overigens niet alleen in Amerika. Ook in Europese landen is daar sprake van. De atheïstische reclamecampagne op Engelse bussen en de toenemende belangstelling voor ontdopen in Groot-Brittannië zijn ook exponenten van het ontwaken van de beweging van godloochenaars. „Maar het verschil is dat Europa een veel langere traditie van atheïsme kent. Daar is al decennialang sprake van desinteresse in het geloof. In Amerika is dit een nieuwe verschijnsel. Het is wellicht daardoor veel strijdbaarder”, zegt Mark Noll, kerkhistoricus aan de universiteit van Notre Dame, in de Amerikaanse staat Indiana.
Agressief
Om zich te onderscheiden van de traditionele atheïsten noemen moderne bestrijders van het geloof in God zich antitheïsten. Daarmee onderstrepen ze het verschil met de ’gewone’ godloochenaars. „Of God nu wel of niet bestaat, dat interesseert de traditionele atheïst niet”, zegt Hitchens. „Maar de antitheïst maakt zich wel druk over de invloed van het geloof. Hij wordt er kwaad om. Hij wil van die waanzin af. Uitbannen uit de maatschappij. Een antitheïst is vechtlustig, een atheïst feitelijk apathisch. Het geloof laat hem koud.”
Voor Hitchens, een vaardig debater, betekent de strijd tegen het geloof aangaan vooral „de tegenstanders in hun hol opzoeken.” Dat is typerend voor de antitheïsten. Het mooiste vindt Hitchens als hij op christelijke instellingen of zelfs in kerken zijn verhaal mag vertellen. „Het moment suprême is als ik als ongelovige ergens de preekstoel op mag. Dat is al verschillende keren gebeurd. En ik krijg helemaal een kick als mensen juist op die uitgesproken christelijke plaatsen hun waardering of instemming laten blijken. Tot mij verbazing krijg ik soms zelfs in kerken applaus.”
Hitchens heeft redenen te over om zich strijdbaar op te stellen. „Waarom moet ik betalen met geloof?” zegt hij doelend op de spreuk ”In God we trust” op Amerikaanse dollarbiljetten. „Waarom legt de president de eed af met de hand op de Bijbel? Wat heb ik daaraan? Juist door op die manier de eed af te leggen, denk ik dat die man niet deugt. Want godsdienstigen zijn of schizofreen of doortrapte huichelaars. Waarom moeten we de eed zweren waarin staat dat Amerika ”One nation under God” is? Waanzin gewoon. Die belofte is niks waard. Je kunt net zo goed zeggen: ”One nation under Flintstone”. Dat is ook een fantasiefiguur. Waarom kun je bepaalde ambtelijke functies niet bezetten als je niet op een of andere manier gelooft? Onze samenleving wordt gedomineerd door geloof in fantasie, in krankzinnige waanideeën.”
Vier ruiters
Hitchens is een van de vier leidende godloochenaars in de VS. Zijn drie „medegeneraals van het groeiende legioen antitheïsten” zijn de Britse geleerde Richard Dawkins, de Amerikaanse schrijver Sam Harris en de filosoof Daniel Dennett. Samen worden zij ”de vier ruiters van het antitheïsme” genoemd.
Die naam is ontleend aan een twee uur durend televisiedebat tussen het viertal waarbij de verwijzing naar de vier ruiters uit het boek Openbaring evident is. Met hun boeken, die soms maandenlang boven aan gerenommeerde Amerikaanse lijsten van bestsellers staan, oefenen deze schrijvers grote invloed uit op het denken van met name de jongere generatie Amerikanen.
Onmiskenbaar is Dawkins de peetvader van het moderne antitheïsme. Voor hem staat vast dat de evolutieleer de enige verklaring voor het bestaan van de wereld is. „God en het geloof hebben we niet nodig om het ontstaan van het heelal te verklaren.” Dat evolutionisme delen de vier voormannen. Een lastig punt voor hen is dat, ondanks natuurlijke selectie, het geloof in God het gedurende vele eeuwen heeft uitgehouden. Daniel Dennett erkent dat ook, maar stelt dat de mens van nu er aan toe is die genen uit te schakelen.
De directeur van het Centrum voor Rationeel Onderzoek in Californië, James Underdown, zegt dat dankzij auteurs als Dawkins en Hitchens voor het eerst in de recente geschiedenis informatie over het atheïsme buiten de universiteitszalen komt. „Ik denk dat steeds meer mensen zeggen: Wow, mijn geloof heeft niet zo’n stevige basis als ik altijd heb gedacht. Deze schrijvers zaaien twijfel en dan gaat het geloof in God wankelen. Als we maar een vechtlustige voorhoede hebben van antitheïsten, zal onze kruistocht tegen het geloof in God slagen. En niet iedereen hoeft zich agressief in de strijd tegen religie op te stellen. Als men het geloof maar afzweert, zijn we al tevreden.”
Elf september
Mark Noll, de evangelicale hoogleraar kerkgeschiedenis van de twintigste eeuw, stelt „met pijn in het hart” vast dat de antitheïsten de wind behoorlijk mee hebben in de VS. Behalve de „uitgekiende manier” waarop de vier toonaangevende bestrijders van het geloof te werk gaan, noemt hij nog vier factoren.
„Allereerst moeten we de invloed van de aanslagen van 11 september niet onderschatten. In naam van het geloof, weliswaar het islamitische, werden bijna 3000 mensen in New York omgebracht. Vrijwel onmiddellijk was toen het commentaar in de media: nu zien we waar strikte geloofsopvattingen toe leiden, tot blinde haat en fanatisme. Dat heeft veel kwaad gedaan.” Nolls stelling wordt onderstreept door het feit dat de dag na de aanslagen Sam Harris zich zette aan het schrijven van zijn boek ”The End of Faith”.
Een tweede factor is volgens Noll het verzet dat de regering-Bush heeft opgeroepen. De begin dit jaar vertrokken president wordt algemeen gezien als oerconservatief en voorvechter van strikte christelijke waarden. Daardoor zijn niet alleen atheïsten gemobiliseerd, maar gingen ook veel oppervlakkige christenen nadenken of ze zich wel wilden vereenzelvigen met mensen die tegen abortus, tegen euthanasie, tegen stamcelonderzoek en tegen het homohuwelijk zijn. „Dawkins, Hitchens en anderen speelden daarop in door gelovig-zijn te synoniem te verklaren met onwetenschappelijk en achterlijk. Als je echt op een intellectuele manier nadenkt, ben je volgens hen ongelovig.”
Het moderne atheïsme is volgens Noll echter niet alleen een reactie op de duidelijke invloed van het christelijke gedachtegoed, maar het is ook een correctie op het postmoderne denken. „Mensen hebben er genoeg van dat iedereen zijn eigen godsdienstige menu mag samenstellen, omdat iedereen waarschijnlijk wel een stukje waarheid beheert. De moderne mens zoekt juist naar duidelijkheid. Het is voor hen van tweeën één: of er bestaat een God. En dan is Hij de enige God Die geen concurrentie duldt. Of hij bestaat niet.”
Die stelling van Noll wordt ondersteund door verschillende onderzoeken. Niet zozeer de Bijbelgetrouwe kerken zien hun leden naar het atheïstisch kamp overstappen, maar juist de leden van de grote gevestigde kerken met een traditioneel, weinig betrokken christendom. Hun aanhang slonk in de achterliggende vijftien jaar met ruim 6 procent.
In zijn boek schrijft Sam Harris ook veel liever van doen te hebben met een Bijbelvaste christen dan met kerkgangers die bij herhaling verklaren dat ze niet zo streng in de leer zijn en anderen de ruimte gunnen. „Orthodoxe christenen staan ergens voor. Die zijn duidelijk. Vage christenen dwingen geen respect af. Die hoef je ook niet te bestrijden. Die vallen ook om als je nog maar één pijl uit de pijlkoker hebt getrokken en die wilt gaan aanspannen.”
Ten slotte wijst kerkhistoricus Noll op de invloed van internet. „Men kan elk standpunt op internet vinden, allerlei studiemateriaal opzoeken en vooral via forumdiscussies vragen voorleggen aan antitheïstische leiders, om zich zo door ongelovigen te laten overtuigen. Niemand die bijstuurt zoals in het gesprek gebeurt. Je kunt op je studeerkamer steeds verder verdwalen in het atheïstisch moeras.”
Noll is ervan overtuigd dat de grote uitdaging voor het christendom de komende jaren niet komt van andere godsdiensten, maar van het antitheïsme. „Natuurlijk ben ik bezorgd over de groeiende politieke invloed van de islam. Maar christenen onderschatten de rol die het antitheïsme gaat spelen.”
Moderne homo’s
Een politiek machtige lobby is de antitheïstische beweging nog niet. Maar Washington zal er de komende jaren wel meer rekening mee moeten gaan houden. De doelstellingen reiken verder dan die van strijders voor een strikte scheiding tussen kerk en staat die al langer hun punten proberen te maken.
„Het gaat ons om de totale uitbanning van godsdienst. Niet alleen uit het publieke domein, maar ook uit allerlei particuliere instellingen”, zegt de Texaanse financier van de goddelozenkruistocht, Louis J. Appignani. „Als wij de macht krijgen, zal ons land rationeler worden geregeerd. Stamcelonderzoek zal worden gesubsidieerd, mensen zullen vrij zijn om te kiezen voor abortus en euthanasie, artsen moeten de keus van de patiënt honoreren, apothekers kunnen niet meer uit principiële overwegingen de morning-afterpil weigeren en scholen mogen alleen nog maar de evolutietheorie onderwijzen.”
Zover is het nu nog niet. Allerlei humanistische en atheïstische groepen hebben zich aangesloten bij de Secular Coalition for America onder leiding van Herb Silverman. Maar vooralsnog is de beweging te sterk verdeeld om een vuist te maken. Dat is volgens Appignani een kwestie van tijd. „Dit is de voormobilisatie. Het besef groeit echter dat er een zware strijd wacht. Antitheïsten zijn de moderne homo’s. Homoseksuelen zijn al over de helft van hun emancipatiestrijd. Wij staan aan het begin. Maar winnen zullen we.”
Dit is het eerste deel van een serie over opkomend atheïsme. Donderdag: ”Herleving van de christelijke apologetiek”.