Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

RD-actie Indonesië: mens heeft meer nodig dan rijst

 Een van de via de RD-actie gefinancierde kleuterscholen in de regio Mamasa op Sulawesi. Foto’s RD
 1 van 3  

Een van de via de RD-actie gefinancierde kleuterscholen in de regio Mamasa op Sulawesi. Foto’s RD

Ira is christen. Ze woont in een typisch Torajahuis op het Indonesische eiland Sulawesi. Ze heeft eten. „Maar een mens heeft meer nodig dan rijst.” Daarom betaalt zij christelijk onderwijs voor neefjes en nichtjes uit de baten van haar eigen bedrijfje, dat ze startte met geld van de RD-actie 2005. „Onderwijs maakt christenen weerbaar in een moslimcultuur.”
Lang niet alle Indonesische moslims tonen zich vijandig tegen christenen. Een predikant van de Gereja Kristen di Java Tengah Utarah, een kerk in Midden-Java, vertelt dat z’n vader moslim is. „Maar toen mijn kinderen gedoopt werden, woonde hij de kerkdienst bij.” Toch constateert de predikant dat moslims strenger worden. „De ideologie groeit. Moslims nemen met meer trouw hun plichten waar. Tien jaar geleden stuurden veel moslims hun kinderen naar de christelijke school. Nu verbieden officiële moslimleiders dat. Er is een revival van de islam in Indonesië.”

Fundamentalisten verlagen zich hier en daar tot extreem geweld. Zo werd in april in Noord-Sulawesi een predikantsechtpaar op sadistische wijze vermoord. Sommigen willen de islamitische wetgeving, de sharia, invoeren en op Java neemt het aantal moslims duidelijk toe. Slechts 10 procent van de bevolking is nog christen. In Centraal-Java blijken volgelingen van Mohammed veelal vriendelijk ten opzichte van mensen die in Jezus Christus geloven. Ze zijn toleranter dan de mensen in Oost- en zeker dan die in West-Java.

Niet overal is sprake van confrontatie met moslims. In het gebied rond Mamasa –op het eiland Sulawesi– zijn met geld van de RD-actie onder supervisie van de Gereja Toraja Mamasa tientallen scholen gebouwd. De invloed van de islam neemt toe. Maar een deel van de bevolking ter plekke is animistisch. Zij houden vast aan tradities en wijzen christenen af. Toch zijn er scholen gebouwd in dorpen. Juist daar wordt nu het Evangelie gebracht en zingen kinderen christelijke liederen.

Irian Jaya

De in 2005 gestarte RD-actie voor Indonesië bracht 323.500 euro op. Zij richtte zich op de bouw van christelijke scholen en op inkomensverbetering. Goed opgeleide christenen hebben meer inbreng in de maatschappij. Lokale kerken fungeren als partner in gebieden op Java en Sulawesi en in Irian Jaya. Nederlandse partners zijn de GZB (Gereformeerde Zendingsbond), de zending van de Christelijke Gereformeerde Kerken en die van de Gereformeerde Gemeenten. Het onderwijs sluit geen kinderen buiten van wie de ouders bij een andere godsdienst behoren.

In Irian Jaya verrijzen –in samenwerking met de Gereja Jemaat Protestan di Indonesia– in de gebieden Yali, Una en Mek enkele tientallen scholen voor basisonderwijs. Zij worden gebouwd met geld van de RD-actie. Van groot belang bij de bouw is dat de bevolking uit de dorpen zelf meewerkt. Deze mensen krijgen een bescheiden loon. Op deze manier wordt de school echt hun eigen school.

Verder is er sprake van renovatie van enkele internaten. Daar zitten jongeren die een hogere opleiding volgen en met meer gevaren worden geconfronteerd. Ook het jeugdwerk en de Bijbelcursussen ontvingen steun uit de RD-fondsen. Mede om te voorkomen dat jonge mensen uit de kerk de wereld kiezen.

Java

Op Java financierden de RD-gevers het bouwen en inrichten van extra school- en praktijklokalen bij een christelijke school voor beroepsonderwijs. Het was ook nodig een hek en een toegangspoort te bouwen ter beveiliging van de school. Doordat ook een Duitse organisatie iets bijdroeg, bleek het mogelijk ook te investeren in de bouw en inrichting van een lerarenkamer en de opleiding voor computertechnologie. Bij dat laatste gaat het om investeren in en repareren van hardware en om het opzetten van netwerken en eigen websites.

De opleiding computertechnologie is de eerste van dien aard in dit gebied. „Overigens zullen moslims ons natuurlijk volgen met het starten van een dergelijke opleiding”, vertelt de schooldirecteur. De school groeit. Het net voorbije cursusjaar telde 160 studenten. De overheid houdt toezicht op het curriculum. Van de leerlingen is de helft moslim en 10 procent boeddhist. Maar de school heeft de mogelijkheid christelijke elementen christelijke accenten te leggen. En jonge mensen van diverse religieuze komaf leren er vreedzaam met elkaar om te gaan. „Wij onderwijzen christelijke levensstijl”, legt de directeur uit. „Ook aan moslims. Er is op een school als de onze ook geen verplichting om te onderwijzen in de Koran en in de sharia.” Dat gebeurt natuurlijk wel als christelijke kinderen genoodzaakt zijn naar niet-christelijke scholen gaan. „In het parlement zijn krachten bezig om het onderwijzen uit de Koran en de sharia op alle scholen verplicht te stellen. Tot op heden is dat nog niet gelukt. Politici die daarnaar streven, willen de tactiek van het Midden-Oosten volgen.”

Verder kunnen kleine boeren in Midden-Java via de RD-actie microkrediet ontvangen. Eerst was het de bedoeling via microkrediet ook varkenshouders te steunen. Maar de prijs van varkens is niet stabiel. En moslims hebben een afkeer van die dieren. Daarom hebben kerk en boeren zich geconcentreerd op koeien en geiten. Lokale mensen in elk dorp vormen een bestuur.

Een dorpspredikant groeide op als moslim. Toen hij negen jaar oud was, kreeg hij plaatjes onder ogen van kinderen van de zondagsschool. Hij zocht naar de betekenis ervan en begon christelijke samenkomsten te bezoeken. In 1982 werd hij erg ziek. Hij beloofde God: „Als U mij helpt, zal ik mijn hele leven geven om U te dienen.” In deze ziekte ervoer hij een roeping tot predikant. Hij genas, behaalde zijn masters degree in missiologie en theologie en dient nu een gemeente. Om enig inkomen te waarborgen heeft hij een koe en twee kalveren op stal.

In een van de dorpen kreeg het geld voor microkredieten een andere bestemming. Er was sprake van ernstige spanningen. De christenen kunnen geen diensten meer houden in hun eigen bedehuis. Dat is gesloten. Niet door de lokale overheid, maar door vijf of zes particuliere moslims. In een ander dorp verboden islamitische omwonenden christenen een nieuwe kerk te bouwen. De lokale overheid doet er weinig tegen. Zij lijkt bang haar positie te verliezen. Toch leven er op Java tal van moslims die zich minder arrogant gedragen.

Luwu

Een deel van het geld van de RD-actie gaat naar een kerk in het Luwugebied op Sulawesi, voorheen Celebes. Het valt op dat tal van tuinhekjes daar geschilderd zijn in de kleuren rood, wit en blauw. Wie denkt dat hier de liefde tot Nederland spreekt, vergist zich. Veel Indonesiërs herinneren zich met enige afschuw het kolonialisme. Tal van moslims beweren: het christendom komt óók uit het Westen, dus is het verkeerd. En het ziet ernaar uit dat over niet al te lange tijde de sharia, de toon gaat aangeven in het Luwugebied.

De Gereja Protestan Indonesia Luwu functioneert in een gebied waar 95 procent van de bevolking tot de islam behoort. Een halve eeuw geleden is door moslimextremisme een aantal christelijke voorgangers vermoord. Ook de laatste jaren hebben christenen uit het Luwugebied steeds te maken gehad met geweld. Ook is een aantal kerkgebouwen in vlammen opgegaan. Volgens de preses van het kerkverband is het nu redelijk rustig. Wel hebben christenen minder rechten dan voorheen. Zo mag er geen varkensvlees meer worden gegeten. De politie houdt toezicht. Radicale moslims trachten via het parlement een officieel verbod te promoten voor moslims om over te gaan tot het christelijk geloof.

Verder plaatst de regering borden met Koranteksten op tal van plekken langs de weg en bijvoorbeeld op markten. Terwijl de eerste vraag bij opname in het ziekenhuis te Palopo altijd is: „Van welke godsdienst ben je?” Moslims willen slechts door moslims worden geholpen.

Op openbare scholen leren kinderen een groet uit te spreken in de naam van Allah; en dat in zijn naam genade is. Reden genoeg voor de kerk om waar mogelijk eigen scholen te stichten. Vanuit de RD-actie zijn diverse kleuterscholen in het Luwugebied gebouwd en ingericht. Het salaris van een van de onderwijzeressen blijkt minimaal. Via een eigen winkeltje tracht ze bij te verdienen. Als zij les geeft, helpt haar schoonvader in de winkel.

De mensen in dit gebied zijn erg arm. Maar een buitenlandse bezoeker krijgt een allerhartelijkste ontvangst en speciaal voor zijn komst bereide kokosnootsoep. De kerk probeert met geld van de RD-actie ook iets aan de armoede te doen door middel van training van jongeren voor landbouwprojecten. Ze worden getraind in het aanmaken van compost waarop bepaalde groenten goed groeien, maar ook in het kweken van vis.

De actie voorziet tevens in grote, betonnen waterdepots in het Luwugebied. Honderden mensen worden op deze manier van schoon water voorzien. Zowel christenen als moslims maken gebruik van dit water. „Het project heeft christenen en moslims dichter bij elkaar gebracht”, aldus een van de predikanten. Er is hierdoor minder ruimte voor religieuze spanningen. „Zo gebeurde het dat moslims land afstonden om daarop waterdepots te bouwen en een waterleiding aan te leggen.” Dat is iets bijzonders.

Rantepao

Het zogeheten ”bintranita”-programma van de Torajakerken rond Rantepao –ook op het eiland Sulawesi– biedt jongeren die in het reguliere onderwijs zijn uitgevallen de kans een vak te leren. Om te voorkomen dat zij elders als migrantwerkers aan de slag gaan, wat het risico van kerkverlating met zich meebrengt. De meesten zijn alleenstaand en drop-out. De RD-actie financiert naaicursussen en cursussen om een kapsalon te beginnen. Jongens kunnen leren bloempotten en toiletpotten te fabriceren.

Via de aankoop van een naaimachine kan iemand een klein bedrijfje starten. „Zij moeten zo’n machine na zes maanden gaan terugbetalen”, zegt de projectcoördinator. Met geld dat ze verdienden met hun bedrijfje. Jongeren krijgen training in landbouw, visserij en veeteelt, om zo een bedrijf te kunnen beginnen en inkomen te verwerven. In een grote voorbeeldtuin worden allerlei groenten gekweekt. Ze leren zaaien, maar niet machinaal. Vanuit de actie is het mogelijk dit project met een aantal subcentra uit te breiden.

Een predikant met een leidende rol binnen het Theologisch Instituut in Rantepao vraagt de buitenlandse bezoeker en passant kennis te maken met de studenten. De gast vertelt iets over de groeiende invloed van de islam in West-Europa. En over de postmoderne cultuur. Studenten vragen: „Hoe vallen die culturele invloeden te keren?” Dan komt ter sprake dat commissies en organisaties hooguit middelen kunnen zijn. En dat het ten diepste gaat om de vraag of mensen die zeggen christen te zijn een levend geloof kennen. Dat is de beste afweer.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek