Het parlement van Luxemburg nam in februari in meerderheid de euthanasiewetgeving aan. Terminaal zieken kunnen hun leven laten beëindigen als ze toestemming krijgen van minstens twee doktoren en een panel van experts. Het wetsvoorstel werd goedgekeurd door een wisselmeerderheid van sociaaldemocraten, liberalen en groenen. De Christelijk Sociale Volkspartij (CSV) stemde tegen. Deze maand moet nog een tweede lezing volgen. Als het voorstel dan opnieuw wordt goedgekeurd moet de groothertog het bekrachtigen. Die weigert dat.
Juncker wil daarom het staatshoofd het recht ontnemen om wetten te blokkeren. Hij legt het parlement nu een voorstel voor om de grondwet te veranderen. Als twee derde daarmee instemt, verliest de groothertog zijn vetorecht. Juncker, lid van de CSV, is zelf ook tegen de wet, maar hij vindt dat het parlement het laatste woord heeft. „Omdat wij een institutionele crisis willen vermijden, maar tegelijkertijd de mening van de groothertog willen eerbiedigen, zullen wij in artikel 34 van de grondwet de term sanctioneren schrappen en vervangen door afkondigen. Dit betekent dat hij (de vorst, red.) enkel wetten zal afkondigen.”
De groothertog ziet zijn macht daarmee fors ingeperkt, want in de huidige grondwet staat dat hij wetten „sanctioneert en afkondigt” binnen drie maanden nadat zij door het parlement zijn goedgekeurd.
„Ik begrijp de gewetensproblemen van de groothertog, die ik tot op zekere hoogte ook heb”, zei Juncker dinsdag, „maar ik ben van mening dat als een wet door het parlement wordt goedgekeurd, die wet ook van kracht moet worden. We moeten een oplossing vinden om te vermijden dat we in een grondwettelijke crisis komen”, aldus Juncker, die de toestand „zeer ernstig” noemde.
De door Juncker aangekondigde grondwetswijziging, die volgende week dinsdag aan het parlement wordt voorgelegd, komt er nadat de groothertog tegen de fractieleiders in het Luxemburgse parlement had gezegd dat hij „omwille van zijn geweten” de wet die euthanasie in sommige omstandigheden toestaat niet zou ondertekenen. Daarmee stortte de vorst het land in een constitutionele crisis, de eerste sinds 1919. Toen nam groothertogin Marie Adélaide afstand van haar politieke neutraliteit door de zijde van de katholieken te kiezen naar aanleiding van een wet die de invloed van de kerk in het onderwijs wilde beknotten. Ook werd haar te veel sympathie voor Duitsland verweten. Daarop deed de groothertogin in eerste instantie troonsafstand, maar na een referendum bleef de constitutionele monarchie toch behouden.
De weigering van Henri om de euthanasiewet te tekenen doet denken aan de weigering van de overleden koning Boudewijn van België om zijn handtekening onder de abortuswet te zetten. In 1990 keurden de Belgische Tweede Kamer en de Senaat een wetsvoorstel goed tot liberalisering van abortus. Boudewijn liet daarop aan premier Martens weten dat hij volgens zijn geweten die wet niet kon bekrachtigen. Een oplossing voor de zaak werd gevonden in grondwettelijke spitsvondigheid. De ministerraad stelde vast dat de koning in de onmogelijkheid verkeerde om te regeren. In dat geval oefent de ministerraad de grondwettelijke macht van de koning uit. De raad bekrachtigde de abortuswet en kondigde ze af. Twee dagen later werd aan de onmogelijkheid tot regeren van Boudewijn een einde gemaakt.
De groothertog en zijn vrouw zijn zeer populair onder het volk. Ze zijn actief betrokken bij diverse organisaties en instellingen in Luxemburg.
Zie ook: Het vetorecht van koningin Beatrix