De Britse politiek is nog ver af van legalisering van actieve levensbeëindiging zoals in Nederland en België. Dat wil niet zeggen dat er geen publicitaire en maatschappelijke druk bestaat om dat te doen. Maar alle voorstellen leidden tot nog toe nergens toe.
Op dit moment ligt er een initiatiefvoorstel van Lord Joffe in het Hogerhuis. Deze rechtsgeleerde stelt voor hulp bij zelfdoding goed te keuren. Ethisch gezien lijkt dat op euthanasie, maar juridisch is het net iets anders. Het voorstel ligt nu ter beoordeling bij een commissie. Het Hogerhuis gaat waarschijnlijk in mei verder in op het plan. Bij eerdere besprekingen bleek al dat er weinig steun bestaat voor een beleid in die richting.
Toch was het voorstel-Joffe de aanleiding voor de oprichting van Care not Killing, zegt voorzitter dr. Peter Saunders, in het dagelijks leven secretaris-generaal van de Christian Medical Fellowship. „Ook als dit voorstel wordt weggestemd, blijft het onderwerp zeker terugkomen. De organisatie voor vrijwillige euthanasie Dying in dignity heeft als belangrijkste doel de legalisering van levensbeëindiging.”
Extreme fanaten
Care not Killing is een bondgenootschap van 24 organisaties met verschillende achtergronden en doelstellingen. „Er zitten zowel religieuze als niet-religieuze organisaties bij. Ondanks alle professionele en ideologische verschillen stemmen we op één punt overeen: we willen de huidige wetgeving vasthouden. Zo doet de nationale gehandicaptenraad mee in ons platform, en de organisatie voor palliatieve zorg. Die organisaties hebben geen godsdienstige grondslag. Anders is dat voor de Christian Medical Fellowship, die ik zelf vertegenwoordig.
We zijn dus niet weg te zetten als extreme fanaten. Dit soort brede coalities zijn overigens vrij uniek in ons land. Juist omdat we elkaar vinden op dit ene punt, denk ik dat we heel sterk kunnen worden.”
Om te zorgen dat het verbod op euthanasie blijft bestaan, zal Care not Killing de publieke opinie moeten bespelen. Want die lijkt positief ten opzichte van legalisering. Dying in Dignity heeft zelfs peilingen gehouden waaruit blijkt dat maar liefst 80 procent van de Britse bevolking voor legale euthanasie is. Saunders bestrijdt dat. „Er is heel veel aan te merken op de gehanteerde methode en vraagstelling. Care not Killing wil daarom ook peilingen gaan uitvoeren.”
Ook de medische sector is tegen, meent Saunders. Toch verliet vorig jaar de nationale beroepsorganisatie, de British Medical Association (BMA), het traditionele negatieve standpunt en besloot een neutrale positie in te nemen. Saunders: „Dat besluit is vlak voor de sluiting van een vergadering genomen, toen er nog maar net genoeg mensen aanwezig waren. De werkelijke opvatting van BMA-leden is heel anders.”
Sterke vertekening treedt ook op door de manier waarop de media euthanasie benaderen, aldus Saunders. „De euthanasielobby krijgt veel sympathie in de pers. Misschien omdat journalisten nieuwe dingen per definitie toejuichen. In de media overheersen bovendien de verhalen van patiënten die bijvoorbeeld bij de rechter pleiten voor euthanasie, zoals enkele jaren geleden Diane Pretty. Die persoonlijke voorbeelden van groot lijden zijn communicatief natuurlijk heel sterk. Als er Britten naar Zwitserland vertrekken om daar bij organisatie Dignitas hulp bij zelfdoding te krijgen, zie je vaak een tv-ploeg mee reizen. Maar niemand vertelt erbij dat er duizenden vergelijkbare patiënten zijn, die zich neerleggen bij de zorg die ze krijgen.”
Het is niet meer het ondraaglijk lijden van kankerpatiënten dat centraal staat in het Britse debat over euthanasie, zegt Saunders. „De palliatieve zorg heeft zich sterk ontwikkeld en pijn is vandaag goed te bestrijden. In de lobby voor euthanasie gaat het daarom meer om bijvoorbeeld patiënten met spierziektes die bang zijn dat ze stikken. Dit bevestigt ons standpunt dat er met goede palliatieve zorg veel te winnen is.”
De voorzitter is tevreden over de mediapresentatie van Care not Killing eind vorige maand. „Het lukte ons woordvoerders te krijgen op televisie en op twee nationale radiozenders. Ook grote kranten publiceerden over ons. Die publiciteit zie je weer terug in bezoeken op onze internetpagina.
Onze naamsbekendheid zal verder moeten blijken uit vragen vanuit de media zodra er weer een zaak speelt.”