Thierses eigen ‘biografie’ ligt ook voor een groot deel in het voormalige Oost-Duitsland. Als ambtenaar van het ministerie van Cultuur hield hij zich bezig met een specialistisch onderwerp. Pas in 1989, vlak voor de val van de Muur, werd hij politiek actief. Daarna steeg zijn politieke ster snel.
Momenteel geldt hij in de sociaaldemocratische SPD als een van de meest prominente Bondsdagleden uit de oude DDR. Gisteravond was hij voor een lezing bij het Duitsland Instituut in Amsterdam.
Onlangs pleitte u er in de Berliner Zeitung voor om „genuanceerder over de geschiedenis van de DDR te oordelen.” Wat bedoelt u daarmee?
„Het is duidelijk: de DDR was een dictatuur, zij was geen rechtsstaat, en zij had een gebrekkige economie.
Maar daar stond tegenover dat er ook een solidaire gemeenschap van mensen was die zich tegen de staat keerde. Gewoon om te overleven.
Over het systeem van de DDR ben ik dus kort. Dat deugt niet. Maar over de mensen die daarin geleefd hebben, ben ik genuanceerder.”
Ook over de mensen die het systeem hebben gemaakt?
„Toch wel, ja. Dat zijn er velen geweest, die bij de partij en de Stasi (Staatsveiligheidsdienst, EvV) werkten. Ook die mensen hebben gestreefd naar een doorsneeleventje. Ik zou niet weten waarom ik die mensen achteraf moet veroordelen. Ik had er ook niet voor gekozen in Oost-Duitsland op te groeien. Ik was in Breslau, in het huidige Polen, geboren en door een toeval in Thüringen terechtgekomen. Dan maak je er het beste van. Ik zie geen enkele reden me daarvoor te schamen.”
Bondskanselier en CDU-leider Angela Merkel groeide ook op in de DDR, maar als zij erover spreekt, is dat uitsluitend negatief. Lijkt u op haar?
„De DDR is voorgoed voorbij. Van het socialistische systeem kunnen wij vandaag niets leren. In die zin ben ik het eens met mevrouw Merkel.
Toch verschil ik wel van haar. Na de ”Wende” heeft zij alles gedaan om heel snel een West-Duitse te worden. Begrijpelijk, want de CDU is een door West-Duitsland gedomineerde partij.
Ik ben er altijd nog trots op dat mensen in het voormalige Oost-Duitsland van mij zeggen: Die Thierse, dat is er een van ons.”
We leven nu twintig jaar na de val van de Muur. Is de DDR inderdaad geschiedenis?
„Ja. Als systeem en als staat is zij voorgoed voorbij. Wel zijn er natuurlijk nawerkingen op allerlei gebied. Denk aan de cultuur, de economie, de instelling van de mensen.
In de media is er ook altijd nog veel discussie over de DDR en dan vooral over de Stasi. Dat is begrijpelijk, want de media en de wetenschap worden gedomineerd door mensen uit het voormalige West-Duitsland. Niet dat die er niets over mogen zeggen, maar zij hebben wel een andere invalshoek.”
U spreekt over nawerkingen van de DDR in economisch opzicht. Waar denkt u dan aan?
„Economisch is het gebied gebroken. Het bleek niet in staat tot concurrentie. De werkloosheid is daardoor dubbel zo hoog als in de rest van Duitsland.
Ook het milieu kwam zwaar vervuild uit het socialisme tevoorschijn. Dat is nu beter. Niet omdat de industrie schoner is geworden, maar omdat de industrie grotendeels is verdwenen.
De keerzijde is overigens dat het oosten momenteel niet zo sterk wordt getroffen door de economische crisis. We zijn minder gericht op export als de westelijke deelstaten. Vooral de auto-industrie heeft het moeilijk. Maar behalve twee productiefabrieken bevindt die zich in het Westen.”
U bent politicus. Kunt u de kiezer hoop bieden op een toekomst voor de economie?
„Het zal moeten. Hier en daar zijn eilanden van moderne productie, maar daar blijft het bij. Toch zijn ook wij deel van de algemene Duitse economie en daarom krijgen wij ook ondersteuning uit de staatskas. De verschillen zijn nog sterk zichtbaar, maar nemen wel langzaam af.”
Een andere nawerking van de DDR: uw partijvoorzitter Franz Müntefering stelde onlangs dat de Duitse grondwet nooit door de oostelijke deelstaten is goedgekeurd en dus eigenlijk niet aan hen behoort. Wat vindt u?
„Officieel is het nog altijd geen definitieve grondwet, maar een voorlopige voorziening. De vaders en moeders van de huidige grondwet wensten een referendum zodra de beide delen van Duitsland weer bij elkaar zouden komen. Maar toen de Muur viel, ging alles zo snel dat die kans nooit is benut.
Ik pleit er trouwens niet voor die volksstemming alsnog te houden, tenzij men wezenlijke veranderingen in de grondwet aanbrengt. Uit alles blijkt immers dat de grote meerderheid van de Duitsers dit beschouwt als een goede constitutie.”
Twintig jaar na de val van de Muur zijn de kerken in het voormalige Oost-Duitsland nog steeds opvallend leeg. Van de religieuze vrijheid maakt men geen gebruik. Is daar een verklaring voor?
„Je moet zeggen dat de socialistische staat in elk geval in één opzicht werkelijk ‘succesvol’ is geweest, en dat is in de radicale ontkerkelijking en onkerstening van het volk. Zo’n 80 procent van de bevolking behoort niet meer aan een kerk en weet er ook niets meer van. De mensen stellen zich ook geen religieuze vragen meer.
Dat is werkelijk een diepe cultuurbreuk met het verleden”, aldus de rooms-katholieke politicus.
„In 1989 speelden christenen een belangrijke rol in de revolutie en de kerk bood hun een dak. Daardoor valt het extra op dat vandaag slechts 15 tot 20 procent kerkelijk betrokken is.
De ideologie is weg, de economie is vernield, maar het zogenaamde verlichte atheïsme is overgebleven.”
Valt dat te verklaren?
„Wat dacht u van de jarenlange propaganda? Er is een heuse ”Kirchenkampf” gevoerd. Ook op scholen en universiteiten werd het wetenschappelijk socialisme geleerd. Tieners werd gevraagd zich tijdens een ”Jugendfeier” aan de socialistische staat te wijden.
Nu zie je in heel Europa natuurlijk een proces van secularisatie. Maar het verschil is dat het daar geen politiek gestuurd proces is.”