Noorse herdenking zorgt voor Joodse irritatie

Noorwegen herdenkt de honderdvijftigste geboortedag van zijn beroemde schrijver Knut Hamsun. De herdenking verloopt echter niet zonder wrijvingen want de Noren worstelen nog steeds met Hamsuns buitengewoon dubieuze rol tijdens de bezetting van het land door nazi-Duitsland tussen 1940 en 1945.

Dat ook het koningshuis de herdenking van de Nobelprijswinnaar van 1920 actief luister bijzet, heeft voor een golf van kritiek gezorgd, niet in de laatste plaats vanuit internationale Joodse kringen. Directeur Efraim Zuroff van het Simon Wiesenthal Center meent dat Noorwegen zich met de talrijke manifestaties rond het Hamsunjubileum diskwalificeert als leidende kracht achter de Task Force for International Holocaust Education (IFT), een niet-regeringsgebonden samenwerkingsverband van 27 landen, waaronder Nederland, dat beoogt de herinnering aan de volkerenmoord op de Joden levend te houden.

De International Raoul Wallenberg Foundation heeft zich eveneens gemengd in het aanzwellende koor van critici. Topman Baruch Tenembaum van de stichting die is genoemd naar de Zweedse diplomaat die in 1944 en 1945 duizenden Hongaarse Joden het leven redde, noemt het „schandalig” dat koningin Sonja heeft deelgenomen aan een Hamsunviering. „Er waren veel genieën die nazi waren, maar ik heb nog niet eerder gehoord dat die zijn gehuldigd door een staatshoofd”, sneert Tenembaum.

De komende dagen krijgt hij nog meer gelegenheid om zich kwaad te maken. Op 4 augustus wordt in Hameroy in Noord-Noorwegen een Hamsuncentrum geopend in aanwezigheid van kroonprinses Mette-Marit. Tenembaum: „Ik snap niet dat ze het durft. De Hamsunviering wordt zo langzamerhand een symbool van Holocaustontkenning. Ik hoop dat het Noorse koningshuis zich nog eens extra bedenkt en zich alsnog corrigeert.”

De ambassadeur van Israël in Oslo, Michael Eligal, heeft tegen de achtergrond van Noorwegens belangrijke rol in de genoemde taskforce, eveneens uiting gegeven aan bezwaren. Een brief van de Noorse IFT-leider Tom Vraalsen heeft Eligal echter weer tot bedaren weten te brengen. In de brief werd uitgeengezet dat niet de nationaalsocialist Hamsun wordt herdacht, maar zijn literaire werk. „Zijn pro-nationaalsocialistische activiteiten moeten onveranderd worden veroordeeld,” aldus Vraalsen. Die uitleg heeft de ambassadeur aanvaard.

Knut Hamsun (1859-1952) was een overtuigde nationaalsocialist en heeft zich in de oorlogsjaren als zodanig ook geprofileerd. Daar valt volgens vriend en vijand weinig meer op af te dingen, ongeacht de zeggingskracht van zijn oeuvre, dat de tand des tijds tot dusver glansrijk heeft doorstaan. In tal van landen is het jubileumjaar dan ook voor uitgevers voldoende reden om nieuwe vertalingen van zijn romans op de markt te brengen.

Vrees dat daardoor bij de lezers sympathie voor het bizarre nationaalsocialistische gedachtengoed zou kunnen worden gewekt lijkt totaal afwezig en is volgens kenners van zijn werk ongegrond.

Hamsuns werk ligt op één lijn met dat van tijdgenoten zoals Franz Kafka en Thomans Mann en heeft vaak een symbolistische, modernromantische inslag. De Nederlandse dichter Herman Gorter liet zich door Hamsuns roman ”Pan” inspireren tot een episch-lyrisch gedicht met die naam.

De Noor was van meet af aan een felle anticommunist en zeer anti-Brits, vooral vanwege de Boerenoorlog. Zo werd hij bijna vanzelf pro-Duits tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dat was overigens ook de houding van veel Nederlanders in die tijd.

In de jaren 30 vatte hij bewondering op voor Hitler. Die adoratie werd niet minder toen de Duitsers in april 1940 Noorwegen binnenvielen. Hamsun betuigde openlijk steun aan de nationaalsocialistische landsverrader Quisling, die door de Duitsers in 1942 tot regeringsleider werd verheven.

In 1943 bracht Hamsun een bezoek aan nazipropagandaminister Goebbels en schonk hem bij die gelegenheid de Nobelprijs­medaille. Hamsun stond in Berlijn dusdanig in aanzien dat hij zelfs een keer op audiëntie mocht bij Hitler. Hij schijnt daar een goed woordje te hebben gedaan voor de Noorse Joden. Hitler kreeg daarop volgens de overlevering een van zijn beruchte ongecontroleerde woede-uitbarstingen.

Dat heeft Hamsun na de bevrijding echter niet mogen baten. Weliswaar ontliep hij na psychiatrisch onderzoek een gevangenisstraf en kwam hij ervan af met een flinke geldboete, maar de Noren hebben hem zijn doen en laten tijdens de bezetting nooit meer vergeven.

Dat zijn 150e geboortedag desondanks wordt herdacht, is daarom ook een stuk zelfoverwinning en erkenning dat „hij toch in de eerste plaats een groot schrijver was en slechts een zeer onbeduidende politicus”, aldus de formulering van de Noorse literator Ingunn Okland.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek