Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Noorse coalitie schudt door inzet troepen in Afghanistan

 Storting maakte deze week in het Noorse parlement bekend 150 commando’s naar Kabul te sturen.

Storting maakte deze week in het Noorse parlement bekend 150 commando’s naar Kabul te sturen.

OSLO - De Noorse regeringscoalitie bezweek deze week bijna onder de politieke spanningen over de inzet van 150 militairen in Afghanistan. De kans dat Noorwegen de vredesmissie in de Zuid-Afghaanse provincie Uruzgan van Nederland overneemt, is daarom vrijwel uitgesloten.
Minister Bot (Buitenlandse Zaken) vloog vorige week donderdag naar Oslo om zijn collega Jonas Gahr Støre warm te maken voor de NAVO-missie in Uruzgan. Hij wist niet dat de Noorse regering op dat moment op de rand van de afgrond verkeerde.

De regeringscoalitie was zwaar verdeeld over de inzet van 150 commando’s in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Uiteindelijk bereikte het kabinet wel overeenstemming. Dinsdagochtend werd het besluit bekendgemaakt.

Het kabinet van Jens Stoltenberg bestaat uit de Arbeiderspartij, Socialistisch Links (SV) en de Centrumpartij. De SV doet voor het eerst mee aan de regering, nadat de groep zich in de jaren zestig afsplitste van de Arbeiderspartij, uit onvrede over het Noorse NAVO-lidmaatschap.

Bij het aantreden van de regering eind 2005 waren al 550 militairen in het noorden van Afghanistan. De linkse SV legde zich daarbij neer. Ze wist wel voor elkaar te krijgen dat genietroepen uit Irak werden teruggetrokken en dat er nooit troepen naar het zuiden van Afghanistan zouden worden gestuurd. De zuidelijke provincies, zoals Helmand en Uruzgan, zijn immers gevaarlijk.

De SV vindt de aanpak in het zuiden te eenzijdig militair, zegt partijwoordvoerder Torgeir Knag Fylkesnes. „De agressieve veldtocht tegen de taliban is destructief en levert alleen meer rekruten op voor de vijand. Wij zien meer in de civiele opbouw van het land. Daarop ligt ook het accent in het Noorse reconstructieteam in het noorden van Afghanistan. Inzet in het zuiden zullen wij nooit accepteren.”

Onder druk van de linkse SV moest de regering vorig jaar twee keer ”nee” verkopen op verzoeken van de NAVO om meer troepen in Afghanistan. „Dat betekende een groeiende bedreiging van de coalitie”, stelt Kristian Berg Harpviken, deskundige van het Peace Research Institute in Oslo (PRIO).

Begin vorige week kwam voor de derde keer een verzoek van de NAVO. Waarnemers zagen hoe de SV onder grote druk werd geplaatst. Volgens Fylkesnes ging zijn partij alleen overstag op voorwaarde dat de inzet van de 150 commando’s beperkt zou blijven tot de regio rond Kabul. „Dat was een compromis.” De leider van de partij, minister van Financiën Kristin Halvorsen, heeft daarom ook een spoedzitting van het partijcongres aangekondigd.

Vragen
Tijdens zijn presentatie in de Storting, het Noorse parlement, benadrukte Støre dinsdag dat de commando’s zouden „worden gestationeerd in de regio Kabul, en niet in het zuiden”. Maar bij de oppositie riep dat juist nieuwe vragen op.

Oppositielid Jan Petersen, voorzitter van de parlementaire commissie defensie en voorganger van Støre op Buitenlandse Zaken, vindt het vermakelijk. „Tijdens de NAVO-top in Riga hebben regeringsleiders afgesproken alle beperkingen op inzet van troepen op te heffen. In noodgevallen geldt de solidariteit binnen het bondgenootschap en helpen landen elkaar”, aldus het conservatieve parlementslid.

Tijdens meerdere debatten deze week over de kwestie ontkende premier Stoltenberg dat er formele beperkingen op de commando’s waren geplaatst. „We hebben de NAVO duidelijk gemaakt dat de troepen alleen in Kabul worden ingezet en nergens anders. Als het nodig is ergens anders heen te gaan, moet de regering daar eerst over beslissen”, aldus de regeringsleider woensdag.

Voor Harpviken is nog steeds niet duidelijk of zijn 150 landgenoten in noodgevallen nu wel of niet kunnen worden ingezet in het zuiden van Afghanistan. „NAVO-woordvoerder Appathurai heeft duidelijk op de Noorse televisie gezegd dat het NAVO-commando het laatste woord heeft. Oslo heeft dus geen veto. Maar minister Støre zegt dat hij na contact met NAVO-secretaris-generaal De Hoop Scheffer wel onderhandelingsruimte heeft. Duidelijk is dat de zaak hier in elk geval zeer gevoelig ligt.”

Een NAVO-functionaris bevestigt onder voorwaarde van anonimiteit dat er beperkingen liggen op de Noorse inzet. „Als ze buiten de regio Kabul worden ingezet, moeten de Noorse autoriteiten dat goedkeuren. De NAVO probeert zo veel mogelijk te voorkomen dat lidstaten beperkingen aan de troepen opleggen, maar soms is het niet te voorkomen. Ook Frankrijk en Duitsland staan erop dat in sommige gevallen de eigen regering de uiteindelijke beslissing moet nemen.”

Paradox
Met de 150 commando’s komt de totale Noorse inzet in Afghanistan op 700. Daarmee is voor de linkse regeringspartij SV de uiterste grens bereikt, zegt woordvoerder Fylkesnes. „Wij zijn niet bereid tot een nieuw compromis over bijvoorbeeld Uruzgan.”

Volgens Harpviken leidt de socialistische blokkade tot een paradox. „We hebben heel goede commando’s in de Noorse krijgsmacht. Maar we zijn politiek onmachtig ze daadwerkelijk in te zetten. Als we hadden geïnvesteerd in transportvliegtuigen zou er waarschijnlijk weinig aan de hand zijn geweest. Voor mij staat wel vast dat deze coalitie een besluit over een meer robuuste inzet in Afghanistan nooit zal overleven.”

Als de regering toch over Afghanistan zou struikelen, ligt het in Noorwegen voor de hand dat de Arbeiderspartij als minderheidsregering verder gaat. Harpviken: „Dan zou er voldoende steun van andere groepen te krijgen zijn. Maar vergeet niet dat de twijfel over de aanpak van Afghanistan heel breed leeft. De ISAF-operatie wordt als een eenzijdig militaire aanpak in Amerikaanse stijl gezien, die veel schade veroorzaakt. Of de Arbeiderspartij zich daar in haar eentje achter wil scharen, is maar de vraag.”

De oppositie zou inzet van troepen in het zuiden direct steunen, zegt de conservatieve oud-minister Petersen. „Wij hebben geen bezwaar tegen een militaire missie. Maar sinds de herstructurering van onze krijgsmacht is ons leger simpelweg veel te klein om volgend jaar de 1400 Nederlanders af te lossen. Dus zelfs als we dat zouden willen, zouden we dat niet in ons eentje kunnen.”

Ståle Ulriksen, deskundige van NUPI (Noors Instituut voor Internationale Zaken), benadrukt dat het Noorse leger te ver is afgeslankt voor zulke grote missies. „Onze landmacht is van 160.000 man in 1989 teruggebracht tot ruim 3000. Daar kun je weinig meer mee doen. We hebben ook geen gevechtshelikopters, zoals de Nederlanders. Zonder andere partners kunnen de Noren daar dus niets uitvoeren.”

Ook andere zegslieden waarschuwen tegen te grote beloften. „We zitten nu in Afghanistan, Kosovo en Libanon”, zegt een anonieme functionaris rond de parlementaire commissie buitenlandse zaken. „Een veel zwaardere missie in Uruzgan zou echt tot overbelasting leiden.”

Harpviken: „Minister Støre prees na een bezoek aan Tarin Kowt in januari de Nederlandse aanpak daar. Maar toch zal de Nederlandse regering een ander land moeten zoeken voor de aflossing in Uruzgan.”

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek