De halfaap is genoemd naar Darwin ter ere van zijn 200e geboortejaar. Ze heeft inmiddels de populaire bijnaam Ida gekregen. Paleoantropologen noemen het één van de belangrijkste fossielen om de vroege evolutie van primaten inzichtelijk te maken.
Tijdens de presentatie beweerde onderzoeksleider Jorn Hurum, universiteit van Oslo, dat het 1 meter lange dier een ”missing link” zou zijn tussen hedendaagse primaten, zoals onder meer apen, mensapen en de mens. In het wetenschappelijke internettijdschrift PLoS One van afgelopen dinsdag gaan de onderzoekers inclusief Hurum lang zo ver niet.
Onafhankelijke wetenschappers vinden de claim van Hurum voorbarig. Dr. Henry Gee, redacteur van Nature, noemt de term missing link zelfs misleidend en vindt dat de wetenschappelijke gemeenschap het belang van de vondst eerst zelf moet evalueren. Andere wetenschappers vinden het een mooie aanvulling op de bestaande collectie.
Het fossiel is opmerkelijk gaaf. Het heeft, net als de mens, vingers en nagels. Volgens de Amerikaanse organisatie Answers in Genesis lijkt Ida sprekend op de moderne lemuur, een hedendaagse halfaap. De geringe verschillen wijzen volgens hen eerder op een variant van het hedendaagse zoogdier dan op een menselijke voorouder.
Het fossiel is zo goed geconserveerd dat de omtrek van de vacht en sporen van de laatste maaltijd van fruit en blaadjes nog zichtbaar zijn. De creationistische organisatie ziet daarin een bewijs voor snelle begraving, waarschijnlijk tijdens de zondvloed.
Hurum stuitte op een jaarmarkt in Hamburg op het fossiel en wist niet wat hij zag. Het dier lag tussen wodka en paraplu’s toen een verkoper hem het liet zien. Het is gevonden in de modder van de voormalige vulkaankrater Messet Pit in de buurt van het Duitse Darmstadt. Daarna heeft het 25 jaar deel uitgemaakt van een privécollectie. Dr. Jens Franzen, lid van het onderzoeksteam, noemt Ida het „achtste wereldwonder” vanwege de buitengewone compleetheid van het skelet.
„Een droom wordt bewaarheid. Dit fossiel is het nauwkeurigste overblijfsel van een directe voorouder”, stelde Hurum opgetogen.
In het geheim stelde de Noorse wetenschapper een Amerikaans-Duits team van deskundigen samen, die enthousiast het onderzoek aan het aapje uitvoerden.
Eveneens in het geheim laat Hurum een jaarlang filmfragmenten opnemen over het onderzoek aan de fossiele halfaap. „Een popgroep doet precies hetzelfde”, verzekert hij. „Elke athleet creëert zo belangstelling rond zijn persoon. Wij denken dat we nu in de wetenschap hetzelfde moeten doen.”
De wetenschappelijke directeur van met museum, Michael Novacek, ondersteunt die visie. „Als het niet iets van uitzonderlijk wetenschappelijk belang was, hadden we het niet zo aangepakt.”
De New York Times signaleert een nieuwe trend. „Voorheen publiceerden wetenschappers hun bevindingen, waarna de media ervan oppikten wat ze wilden. Deze campagne is een voorbeeld van een eenmalige wetenschappelijke mediabom, waarvan ook National Geographic Society een succesvolle beoefenaar is: Wetenschappers schrapen zo hun subsidies bij elkaar en National Geographic strijkt de winst op van tv-shows en tijdschriftartikelen.”
Dr. Chris Beard, curator van het Carnegie Museum of Natural History in Pittsburg was echter verbijsterd door de publiciteitsmachine rond het nieuwe fossiel. Volgens hem „schaadt deze mediahype de wetenschap als het fossiel niet blijkt te zijn, waar het nu voor gehouden wordt.”
klik hier voor video’s
klik hier voor de reactie van Answers in Genesis