Beide politieke kampen blaakten van zelfvertrouwen in de aanloop naar de stembusgang en de retoriek was niet mis. Hezbollah sprak zelfs van een referendum over de toekomst van het gewapende verzet. Daarover wordt nu niet meer gesproken: Hariri’s coalitie won 71 van de 128 te vergeven zetels in het parlement. Een uitslag die tegen alle prognoses indruiste.
Ook de opkomst was met ruim 54 procent voor Libanese begrippen uniek. In het land aan de Middellandse Zee heeft men geen hoge pet op van de politiek. Jarenlang schreef buurland Syrië er de wet voor en op de achtergrond heeft dat land nog steeds een stevige vinger in de pap. Beide politieke kampen hadden hun achterban opgeroepen om massaal te gaan stemmen in wat „de eerste verkiezingen zonder buitenlandse inmenging” zouden worden.
Strategie
Toch is het is een illusie om te denken dat Libanezen zelf de toekomst van hun land bepalen. Terwijl de Hezbollahoppositie naar Syrië en het sjiitische Iran kijkt, lonkt het Haririkamp naar het soennitische Saudi-Arabië en Egypte, en daarmee automatisch naar de Verenigde Staten.
In de acht jaar dat George W. Bush in Amerika de scepter zwaaide, keken Libanon en de VS elkaar met de nek aan. Maar sinds er sinds het aantreden van Barack Obama begin dit jaar een koers van toenadering is ingezet, wordt er weer voorzichtig met elkaar gesproken. De toekomst van Libanon staat nog altijd boven aan de agenda. Dit tot ergernis van de Libanezen, die hun buik vol hebben van buitenlandse inmenging.
Ondanks de hoge opkomst en de overduidelijke uitslag vlot de formatie van het eerste kabinet van Hariri junior nog niet erg. Althans zo lijkt het voor de buitenwereld. Al bijna twee maanden bezoeken vertegenwoordigers van de diverse politieke partijen Hariri in zijn villa in de hoofdstad Beiroet. Zo nu en dan druppelen er nieuwtjes naar buiten, maar veel wijzer over de stand van zaken wordt men er niet van. Volgens een van de laatste berichten zou de formatie voor het einde van deze maand afgerond zijn. Ook al wordt dat door de tweede man van Hezbollah tegengesproken. Het sjiitische Hezbollah laat er geen misverstand over bestaan dat eerst Syrië en Saudi-Arabië het eens dienen te worden voordat er een nieuwe regering gevormd kan worden.
Bronnen rond Hariri stellen dat de partijen bewust voor de strategie hebben gekozen om de media op afstand te houden. In plaats van de meningsverschillen in het openbaar uit te vechten, worden dit keer zo min mogelijk verklaringen in de pers afgelegd. Op deze manier wordt de rust op straat gegarandeerd en hoopt de politieke elite toeristen zo min mogelijk te bezwaren. Er hoeft maar iets te gebeuren of de achterban van de rivaliserende partijen gaat op de vuist.
Zoals altijd in Libanon staan de wensen van de twee stromingen loodrecht op elkaar en komt ”compromis” niet in het woordenboek voor. De oppositiepartijen vragen een vetorecht of ten minste een proportionele vertegenwoordiging in de nieuwe regering. Hariri heeft verschillende keren aangegeven hier weinig voor te voelen. Daar komt nog bij dat het principe van het vetorecht tegen de grondwet indruist.
De andere onderwerpen waar de politieke kampen over botsen, zijn eveneens niet de minste. Zo wil het Haririkamp dat Hezbollah de wapens opgeeft en opgaat in het nationale leger. Ook wil Hariri onvoorwaardelijke medewerking van Libanon met het in maart geopende Hariritribunaal in Leidschendam. Twee punten waar de oppositie niet echt warm voor loopt.
Drukte
De nieuwe mini-impasse ten spijt is het zomerseizoen in volle gang. Bezoekers komen dit jaar in groten getale naar Libanon. Voor het eerst sinds het einde van de burgeroorlog in 1990 worden zelfs meer dan 2 miljoen toeristen verwacht, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2008.
Hotels in de hoofdstad en aan de kust doen goede zaken. Medio deze maand meldde het ministerie van Toerisme dat de bezettingsgraad op 85 procent ligt. De toeristen zijn voornamelijk afkomstig uit de landen aan de Perzische Golf. Ook bezoeken jaarlijks honderdduizenden Libanezen vanuit Europa en de Verenigde Staten hun vaderland.
De drukte in het land, met een kleine 4 miljoen inwoners, is deze zomer overal te zien. Op belangrijke wegen staan van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat tientallen kilometers file. Voor populaire clubs en restaurants dient weken van tevoren gereserveerd te worden en op stranden is het vechten om een plaatsje.
Libanon is weer helemaal in trek. In januari stond de hoofdstad Beiroet boven aan de prestigieuze lijst van The New York Times. Elk jaar publiceert de krant een index van landen die de moeite van een bezoek meer dan waard zijn. Ook in de index van de bekende ”Lonely Planet”-reisgidsen staat Beiroet vanwege de „charme en dynamiek” hoog in de top tien.
Of Beiroet de vooroorlogse prestigieuze titel ”het Parijs van het Midden-Oosten” ooit weer terugverdient, is nog maar de vraag. Het oude stadscentrum en de rijke wijken eromheen zien er in ieder geval weer strak uit en hebben de oude dynamiek zonder meer teruggekregen. Maar op veel plaatsen in het land waar geen toeristen komen, hebben jaren van politieke instabiliteit ervoor gezorgd dat de infrastructuur is verwaarloosd. De toegang tot primaire levensbehoeften als water en elektriciteit laat daar ernstig te wensen over. Een dagelijkse elektriciteitsonderbreking van acht uur is normaal geworden.
In het oude stadscentrum is daarvan niets te merken. De architectuur is in één woord prachtig, met strak in oude stijl herstelde Ottomaanse en Franse bouwwerken. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de voor de oorlog fameuze soek. Op de terrassen van de tientallen luxerestaurants is ’s avonds het gelurk aan de traditionele waterpijp goed te horen. Tot in de late uurtjes wordt er in Beiroet flink gefeest, soms compleet met buikdanseressen.
Licht ontvlambaar
Ook diverse internationale zomerfestivals zorgen voor de nodige aandacht. In het historische kustplaatsje Byblos, in de ruïnes van Baalbek en in het prachtige paleis van Beitedine in het Choufgebergte treden jaarlijks tientallen internationale artiesten op. Zelfs bekende Nederlandse diskjockeys hebben de feestcultuur in het land ontdekt.
Jarenlang leek het alsof er voor de toeristenindustrie in Libanon geen toekomst meer was. Ondanks alle prestigieuze reconstructieprojecten bleven toeristen weg. Na een groei in de sector vanaf 2001 ontstond er in februari 2005 –na de moordaanslag op oud-premier Hariri– een nieuwe crisis.
In de jaren die volgden, waren tientallen anti-Syrische politici en journalisten het doelwit van aanslagen. In Libanon werd vooral Damascus als schuldige aangewezen. In de dagen na de aanslag op Rafiq Hariri werd de maatschappij in tweeën verdeeld: aan de ene kant de unieke anti-Syrische coalitie van soennieten, druzen en christenen onder leiding van Hariri’s zoon en aan de andere zijde de twee grootste sjiitische partijen Hezbollah en Amal.
Na de vele aanslagen brak in de zomer van 2006 een oorlog tussen Israël en Hezbollah uit. Een jaar later ontstond aan het begin van het toeristenseizoen een bloedige strijd in het noorden van het land. Een groep moslimfundamentalisten à la al-Qaida voerde wekenlang vanuit de noordelijke havenstad Tripoli en een nabijgelegen Palestijns vluchtelingenkamp gevechten met het Libanese leger.
Vorig jaar mei liepen de spanningen tussen beide politieke kampen zo hoog op dat Hezbollah met veel machtsvertoon een deel van West-Beiroet bezette. Precies in het district waar het gros van de hotels is gelegen. Er vielen in een korte periode tientallen doden.
Pas na tussenkomst van de Arabische Liga sloten de partijen een bestand en vormden ze een regering van nationale eenheid, met daarin een vetorecht voor de door Hezbollah geleide oppositie. Een unieke situatie.
Ook al is het geweld op straat momenteel beëindigd, de Libanezen blijven een licht ontvlambaar volk en meningsverschillen lijken onoverbrugbaar. De keuze van Hariri om de media tijdens de formatie te laten voor wat ze zijn, lijkt verstandig. De vraag is: Wie wint straks het formatiespel? Houdt Hariri voet bij stuk of geeft hij toe aan de eisen van de machtige oppositie?