UTRECHT – Meer dan 60 miljoen mensen in Azië worden in de komende tientallen jaren door klimaatverandering bedreigd in hun voedselzekerheid.
Doordat de hoeveelheid smeltwater van sneeuw en ijs in een deel van de Himalaya afneemt, zullen de grote rivieren er minder water aanvoeren, zo stellen drie onderzoekers van de Universiteit Utrecht vrijdag in het tijdschrift Science.
Meer dan één miljard mensen zijn afhankelijk van het smeltwater dat wordt aangevoerd door de Indus, Ganges, Brahmaputra, Yangtze en de Gele Rivier. De bovenstroomse sneeuw- en ijsreserves zijn belangrijk om de beschikbaarheid van water benedenstrooms te garanderen.
De gletsjers in de Himalaya nemen door klimaatverandering overwegend af in omvang en volume. „Er zijn echter grote regionale verschillen in waargenomen afsmelt van de gletsjers”, zegt Marc Bierkens, hoogleraar hydrologie aan de Universiteit Utrecht.
De onderzoekers van de Universiteit Utrecht en ingenieursbureau FutureWater verwachten in de stroomgebieden van de Indus en de Brahmaputra de meest negatieve gevolgen.
„Smeltwater is in het stroomgebied van de Indus van veel groter belang dan in de andere Aziatische stroomgebieden”, aldus Walter Immerzeel, hydroloog aan de Universiteit Utrecht en ook werkzaam bij FutureWater. „Het benedenstroomse deel van de Indus is van nature droog. Het bevat daarom één van de grootste irrigatiesystemen ter wereld en is volledig afhankelijk van het smeltwater uit de Himalaya.”
De waterafvoer in de grote Aziatische rivieren zal door klimaatverandering uiteindelijk afnemen, zodat ook minder irrigatiewater beschikbaar komt.
„Onze modelberekeningen laten zien dat de Brahmaputra en de Indus het meest kwetsbaar zijn en we schatten dat 60 miljoen mensen rond 2050 in hun voedselzekerheid worden bedreigd in deze gebieden”, aldus Immerzeel. Het omgekeerde gebeurt volgens hem echter ook. „In het stroomgebied van de Gele Rivier verwachten we meer neerslag in de winter. Daardoor komt meer water vroeg in het groeiseizoen beschikbaar.”