Tegelijkertijd vallen de zorgen van de voorganger goed te plaatsen. Dit is Turkije, het land waar de positie van de religieuze minderheden al sinds jaar en dag als zorgelijk wordt omschreven, het land dat zo veel herinneringen oproept aan de Bijbel, maar waar de christelijke kerken nog slechts een marginale rol vervullen, het land waar de (christelijke) Armeniërs en de Syrisch-orthodoxe christenen in 1915 bij duizenden werden afgeslacht, het land waar begin jaren vijftig de Grieken massaal werden gelyncht, het land waar men spreekt over de verovering van Istanbul en niet over de val van Constantinopel, dit is het land waar op een bevolking van 70 miljoen Turken nog slechts 100.000 christenen zijn.
Istanbul is de enige stad ter wereld die op twee continenten ligt. De ene helft ligt in Europa, de andere in Azië. Het ene been staat in de christelijke wereld, het andere in de islamitische. De stad is door zijn verleden van bloedige oorlogen en kleurrijke heersers een mix van christendom en islam, waarbij de eerste het moest afleggen tegen de tweede.
Het gebedshuis in Istanbul van de Grieks-orthodoxe aartsbisschop Meliton wordt van de buitenwereld afgescheiden door een hoog hekwerk. Bezoekers moeten zich melden aan de poort, waar de identiteitspapieren worden ingezien. De islamitische oproep tot gebed schalt over de stad als aartsbisschop Meliton de deur naar zijn vertrek opent. Zijn bleke gelaatskleur verraadt dat hij weinig daglicht ziet. „Op straat kan hij zich niet vertonen, want dan wordt hij lastiggevallen”, zegt dr. Otmar Oehring, die als hoofd van de rooms-katholieke mensenrechtenorganisatie Missio regelmatig de toestand van de christelijke kerk in Turkije peilt. „Als Meliton al naar buiten gaat, kleedt hij zich als normaal burger en niet als kerkelijke functionaris.”
Meliton heeft het er moeilijk mee dat de eens zo bloeiende Grieks-Orthodoxe Kerk nauwelijks nog levenstekenen vertoont. De kerk mag geestelijken niet zelf opleiden, dus binnen afzienbare tijd zijn er geen herders meer die de kudde moeten leiden. „We worden als een gevaar voor de Turkse staat gezien”, verzucht Meliton. Toch heeft hij niet alle hoop laten varen. „Turkije wil lid worden van de Europese Unie. Ik hoop dat de toetredingsonderhandelingen ons lucht verschaffen.”
De Europese Unie. Het klinkt als een soort van toverformule die alle problemen waar de christelijke kerken in Turkije mee geconfronteerd worden in een handomdraai kan oplossen. „De problemen waar de kerken voor staan, vloeien voor een belangrijk deel voort uit hun wettelijke status”, aldus Oehring. „De Turkse wet erkent de kerken niet als openbare rechtslichamen, met alle gevolgen van dien. Het bouwen van een kerk is bijvoorbeeld uitgesloten.”
Barbara Baker, een Amerikaanse journalist die al een kwarteeuw in Istanbul woont en voor de christelijke nieuwsdienst Compass Direct werkt, is ervan overtuigd dat de toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie ertoe hebben geleid dat er begin deze maand voor het eerst sinds tijden in Istanbul een christelijke kerk werd geopend. „De onderhandelingen spelen gewoon een rol. Turkije schuift qua godsdienstvrijheid op richting het Westen.”
Baker noemt als ander voorbeeld het identiteitsbewijs. De Amerikaanse: „In Turkije staat je godsdienst aangegeven op je kaart. Sinds kort staat Turkije zijn burgers toe -en dat is uniek in de moslimwereld- dat ze de aanduiding van hun religie op hun identiteitskaart via een simpele administratieve handeling laten wijzigen. Dit is duidelijk een concessie aan de Europese Unie.”
Oehring is minder optimistisch over de veranderingen die zich in Turkije voordoen. Hij spreekt over „een spel” dat de Turkse autoriteiten spelen. „Men probeert de Europese Unie gunstig te stemmen door het geven van kleine geschenken. De EU hecht aan godsdienstvrijheid, dus doet Ankara iets op dit gebied.”
Voor de Duitser is het nog maar de vraag of de kerk in Istanbul openblijft. „Als een rechter het besluit toetst aan de wet zal hij tot de conclusie komen dat die strijdig is met de passage die handelt over de scheiding tussen kerk en staat. En als de onderhandelingen met de EU stoef verlopen, verwacht ik dat het inderdaad tot een toetsing komt.”
Oehring constateert dat de aversie in Turkije tegen Europa groeit. „De gewone burger denkt dat Europa eropuit is Turkije te christianiseren.” Baker bevestigt Oehrings woorden: „Het aandeel Turken dat wil dat zijn land zich aansluit bij de EU is gedaald van 73 procent in 2004 naar 54 procent in 2006.”
De aanslagen van 11 september zijn hierop amper van invloed geweest, stelt Oehring. „Wel de oorlog in Irak en het conflict in het Midden-Oosten tussen Israël enerzijds en de Palestijnen en Hezbollah anderzijds. Die hebben tot veel meer antiwesterse gevoelens geleid. En antiwesters betekent in Turkije antichristelijk.”
Zowel Oehring als Baker is beducht voor de groeiende invloed van de fundamentalisten in Turkije. Oehring schrok toen hij in april in Istanbul was. „Zelfs in westerse wijken zie je meer en meer gesluierde vrouwen. Dat zag je een aantal jaren geleden nog niet.”
Istanbul oogt de laatste jaren meer en meer islamitisch. De migratie vanuit het oosten heeft grote steden als Istanbul naar buiten toe godsdienstiger gemaakt. Seculiere Turken klagen over de groeiende islamisering. De strijd spitst zich de laatste maanden toe op het dragen van een hoofddoek in openbare gebouwen. De fundamentalisten verlangen dat het verbod op het dragen daarvan in openbare gebouwen wordt opgeheven. Recent werd een rechter neergeschoten nadat hij onderwijzeressen niet toestond dat ze in de klas een hoofddoek droegen.
Premier Recep Tayyip Erdogan van de gematigd islamitische AKP laat alles bij het oude. Zijn aanhang is teleurgesteld in hem omdat hij het verbod niet via het parlement heeft opgeheven. Heft hij het verbod op, dan weet Erdogan dat hij het leger tegen zich in het harnas jaagt. Het leger ziet er streng op toe dat de scheiding tussen kerk en staat gehandhaafd blijft. Het is niet de eerste keer dat het leger ingrijpt tegen de fundamentalisten.
Omdat er niets gebeurt, loopt de spanning in het land alleen maar op. Baker: „De polarisatie tussen het seculiere deel van de Turkse samenleving en de islamisten heeft de afgelopen maanden een gevaarlijk niveau bereikt. Hoe het zal aflopen weet niemand. Turkije is een verscheurd land.”
Voor Oehring is het de vraag in hoeverre het leger door islamisten is ondermijnd. „Dat valt moeilijk te zeggen. Positief is dat de onlangs benoemde stafchef van het leger bekendstaat als iemand die een strikte scheiding wenst tussen kerk en staat en eventueel ingrijpt. Maar als je kijkt naar de ambtenaren op de ministeries: de fundamentalisten rukken daar op. Dat is een bekend gegeven. Als de regering vertrekt of tot aftreden wordt gedwongen, blijven zij zitten.”