Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Euthanasie doorlopend onder kritiek

APELDOORN - Vanaf het moment dat de Tweede en de Eerste Kamer de euthanasiewet aannamen, is er vanuit het buitenland steeds onbegrip geweest. De schermutseling met de Italiaanse minister Giovanardi is het zoveelste incident. En waarschijnlijk ook niet het laatste.
Weinig debatten in de Eerste en de Tweede Kamer trekken zo veel buitenlandse mediabelangstelling als die over de euthanasiewet in 2000. Internationaal is de kritiek onverwacht groot. De Duitse minister van Justitie, Herta Däubler-Gmelin, spreekt van een „ernstige taboedoorbreking.”

Volgens de paarse regering-Kok komt alle kritiek echter neer op onkunde. Ze besluit brochures in allerlei talen te schrijven om de regels uit te leggen. Informatie zal helpen. Wat dat betreft is er niets veranderd.

Komt de Duitse kritiek uit alle politieke stromingen, op Europees niveau zijn het vooral de christendemocraten die -samen met het Nederlandse CDA- de oppositie aanvoeren. In februari 2001 belegt deze beweging een symposium in het Europees Parlement, waar vooral tegenstanders een stem krijgen. Ook nu komt de Italiaanse kritiek uit de hoek van de christendemocraten.

De informatie van het kabinet overtuigt in juli echter niet het VN-Mensenrechtcomité. In een rapport toont het zich „uiterst bezorgd” over de wet. Het is bang dat euthanasie routine wordt. Ook de vaagheid van het begrip „ondraaglijk en uitzichtloos lijden” kan tot willekeur leiden.

De Tweede Kamer dringt bij de regering aan de kritiek serieus te nemen. CDA-Kamerlid Ross-van Dorp stelt dat Nederland zich internationaal „volstrekt onmogelijk” maakt.

In het najaar van 2004 zet Ross-van Dorp echter als staatssecretaris haar handtekening onder de reactie aan het VN-comité. Haar ferme toon klinkt daar niet meer in door.

De regering kiest in dat antwoord voor een zakelijke en technische toon. Het VN-comité blijft hierop ontevreden en vraagt Nederland in augustus 2006 nader antwoord te geven op de vragen uit 2001.

De Nederlandse -en inmiddels ook Belgische- wet is in 2002 voor de Raad van Europa aanleiding om een oordeel over euthanasie te geven vanuit het oogpunt van de mensenrechten. In april 2005 blijkt echter dat tussen afgevaardigden uit de 45 lidstaten niet het begin van overeenstemming mogelijk is.

De kern van vrijwel alle kritiek is dat men met het legaliseren van actieve levensbeëindiging een grens overschrijdt en in een gebied komt dat herinneringen oproept aan nazi-Duitsland. Ook nu reageert de Nederlandse regering weer als door een wesp gestoken.

Tot nu toe is de meeste uitleg tevergeefs geweest. De regering zoekt de oplossing opnieuw in zakelijke en technische informatie. Maar het buitenland verlangt van Nederland een erkenning van het taboe op het mysterie van de dood. Zolang dat niet gebeurt, kunnen we meer zulke incidenten verwachten.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek