Anno 2006 lijkt die angst ongegrond te zijn geweest, zegt Bagby. „Je kunt niet ontkennen dat de tegenstellingen tussen de islam en het Westen op sommige fronten zijn verscherpt. Maar de échte confrontatie doet zich voor tussen de uitersten. Ik kan niet vaak genoeg herhalen dat de radicale, gewelddadige islam -en in het bijzonder het fanatisme van al-Qaida- niets met onze religie te maken heeft.”
De hoogleraar ergert zich regelmatig aan de manier waarop president Bush de islamitische wereld tegemoettreedt. „Door zich vrijwel uitsluitend op de denkbeelden van groeperingen zoals al-Qaida te richten en zich niet te wenden tot de overgrote meerderheid van de moslimwereld die terrorisme afwijst, geeft Bush ongewild een zekere legitimiteit aan extremisten. In plaats van zich te focussen op de negatieve signalen van al-Qaida, zou de president moeten samenwerken met gematigde moslims - hier in de Verenigde Staten, maar ook in het buitenland. Alleen zo kun je terroristen isoleren en een positieve visie uitdragen.”
Brug slaan
Volgens dr. Bagby is de Amerikaanse moslimgemeenschap meer dan bereid om te helpen een brug te slaan tussen de Verenigde Staten en de islamitische wereld. „De Raad voor Amerikaans-Islamitische Betrekkingen heeft vorig jaar nog een fatwa (religieuze uitspraak, RD) uitgevaardigd waarin terrorisme en religieus extremisme expliciet worden veroordeeld. Honderden groeperingen, moslimleiders en instituties hebben die verklaring ondersteund. In 2004 hebben wij via internet een petitie verspreid waarin wij mensen ertoe opriepen openlijk te verklaren dat zij zich van de gewelddadige acties die in naam van de islam worden gepleegd, distantiëren.”
Geven moslims dan ook gehoor aan die oproep? Bagby: „Onze gemeenschap begint zich steeds meer tegen het extremisme te keren. Na de aanslagen van 11 september 2001 waren zij totaal geschokt. Velen konden niet geloven dat die terreuraanvallen in naam van hun godsdienst waren gepleegd. Langzaam maar zeker zijn we uit die ontkenningsfase ontwaakt. Nu realiseert men zich maar al te goed dat er inderdaad islamieten zijn die terreur gebruiken om hun religieuze doelen te bereiken.”
Dat Amerikaanse moslims genoeg hebben van het extremisme blijkt volgens het CAIR-bestuurslid uit het feit dat leden van de islamitische gemeenschap met de veiligheidsdiensten samenwerken om radicale elementen aan te pakken. „Er zijn hier diverse voorbeelden bekend van moslims die maandenlang tips aan de politie hebben doorgespeeld - variërend van haatzaaierij in moskeeën tot het daadwerkelijk plannen van aanslagen. Er zijn ook berichten dat een Britse moslim de politie daar heeft gewaarschuwd dat terroristen van plan waren met vloeibare explosieven vliegtuigen op te blazen. Dat zijn voor mij allemaal signalen dat de moslimwereld zich steeds meer tegen de uitwassen gaat keren.”
Anderzijds klagen veel Amerikaanse moslims dat zij nog steeds met argwaan worden bekeken en als tweederangsburgers worden behandeld. Bagby: „Dat is dus het grote probleem. Door altijd maar over extremisme, fanatisme, terrorisme en al-Qaida te spreken, dreigen alle moslims over één kam te worden geschoren. Generaliseren is het beste recept voor radicalisering. Daar kunnen de beste bedoelingen niet tegenop.”