Virologen van beide onderzoekscentra vergeleken het verloop van de Mexicaanse griep met de gewone griep. Daarvoor werden in het CDC-laboratorium achttien fretten besmet en in het Erasmus MC zes fretten. Griep ontwikkelt zich in deze roofdiertjes op dezelfde manier als bij mensen, reden waarom ze in laboratoria als proefmodel worden gebruikt.
Uit zowel het Amerikaanse als het Nederlandse onderzoek blijkt dat de Mexicaanse griep leidt tot ernstiger ziekteverschijnselen dan bij de gebruikelijke wintergriep. Viroloog en onderzoeksleider prof. dr. Ron Fouchier van het Erasmus MC: „Het publiek denkt veelal dat het allemaal wel meevalt. Maar ons onderzoek laat zien dat de Mexicaanse griep echt gevaarlijker is.”
De Rotterdammers ontdekten dat het Mexicaanse griepvirus diep binnendringt in de bronchiën, de onderste luchtwegen. Dat verhoogt het risico op een longontsteking. Bij het wintergriepvirus komt het virus doorgaans niet verder dan de neus en de keelholte. De Amerikaanse onderzoekers stelden vast dat ook het maag-darmkanaal werd geïnfecteerd, wat leidde tot buikgriepachtige verschijnselen. Dat is bij gewone griep zelden het geval. Bij ziektegevallen in onder meer Mexico bleek al dat zo’n 40 procent van de patiënten ook last heeft van overgeven en diarree.
De Rotterdammers stelden verder vast dat het Mexicaanse virus zich net zo snel verspreidt als het wintergriepvirus, ook via bijvoorbeeld luchtverversingssystemen. „Die bevinding komt overeen met resultaten die werden gepresenteerd op een congres in de Amerikaanse plaats Minnesota, een week geleden.”
Fouchier denkt dat de ernst van de griep tot nu toe meevalt omdat het zomer is. Pas komende winter kan volgens hem duidelijk worden wat het virus echt in petto heeft. „We doen er goed aan ons voor te bereiden op een stevige griep.” In de media wordt volgens Fouchier nogal eens gesuggereerd dat het allemaal zo’n vaart niet gaat lopen, maar de nieuwste onderzoeksresultaten wijzen in een andere richting.