Makassar -bij sommigen beter bekend als Ujung Pandang- is de thuisbasis van de Buginezen, een zeevarend volkje waarvan je de leden overal in de archipel aantreft. Makassar is ook de stad waar de islam het openbare leven bepaalt. Je zult hier maar christen zijn en je geloof moeten belijden! Tussen al die minaretten en moskeeën je kerkje nestelen.
Toch zijn ze er. En niet zo bescheiden ook. Sommigen christenen huizen in kerken die kathedraalachtige allure hebben; anderen zijn stukken bescheidener en zitten verstopt in onopvallende gebouwtjes.
Op deze namiddag zijn we op zoek naar zo’n gemeente. Nou ja op zoek? Aan het eind van onze slopende autotocht hangt mijn chauffeur uitgeput op zijn stuur (terwijl hij het gaspedaal ingedrukt houdt) en zelf kan ik nauwelijks mijn ogen open houden. Maar dat alles verandert op het moment dat we bij het kerkgebouwtje -ergens midden in een woonwijk- halt houden. Kinderen rennen achter onze auto aan en een groep mannen en vrouwen wacht ons op voor een warm welkom: in een aangrenzend gebouwtje dampen vanuit schalen gekookte rijst, kippenbouten en saté. Want zo gaat dat hier bij een ontvangst van buitenlandse gasten: dat gebeurt niet zuinig of met een blik van haast of ongeduld. Gasten ontvang je uitbundig en royaal.
Eigenlijk zijn we weer even terug in Mamasa, want deze christelijke gemeente van Mandai, gelegen in het zuiden van de stad, behoort tot de Gereja Toraja Mamasa, de Torajakerk. Tal van christen-Toraja’s hebben in de loop der jaren de bergen verlaten en zijn naar de stad getrokken. Daar zijn ze verder gegaan met geloven en belijden.
De jonge predikant ds. Deppasarin Madika dient de gemeente sinds haar oprichting in 2003. Ook hij komt uit het Mamasagebied en heeft zijn opleiding gehad aan de theologische hogeschool Intim in Makassar. Enthousiast vertelt hij over zijn kudde, terwijl die vanuit de bankjes aandachtig toekijkt en meeluistert. Drieënveertig gezinnen telt het kerkje, en die wonen allemaal in de directe omgeving, dat wil zeggen: midden in een wijk waar verder enkel moslims wonen.
Hoe kun je nu openlijk christen zijn in een omgeving die zo nadrukkelijk islamitisch is? Ds. Madika glimlacht alsof hij op het punt staat een geheime formule te verklappen. „Eerlijk en positief met je buren omgaan, daar gaat het om.” Madika zegt dat er om die reden „nog nooit” spanningen zijn ontstaan tussen gemeenteleden en hun buren - zelfs niet na de aanslagen van 11 september toen wereldwijd de relatie met moslims onder hoogspanning kwam te staan. „We drukken het de gemeente regelmatig op het hart: geef geen aanstoot, gedraag je als goede buren.”
Hij voegt eraan toe dat Toraja’s die mentaliteit van huis uit hebben meegekregen, omdat de oude Toraja-adat hetzelfde leert: liefdevolle omgang met mensen in je omgeving.
De predikantenopleiding waar Madika heeft gestudeerd, de STT-Intim, was de afgelopen zes jaar ook het werkterrein van Jilles en Corrie de Klerk. Dit jaar keerden ze naar Nederland terug. Jilles doceerde er namens Kerkinactie oudtestamentische vakken. Zijn vrouw was er docente culturele antropologie.
Volgens Jilles heeft 11 september in Indonesië niet zo veel gevolgen gehad. „Op de campus van onze school was het geen groot thema en dat komt omdat al die anti-Amerikaanse sentimenten hier niet beperkt zijn tot moslims. Ook enkele (christen)studenten zeiden: Goed dat die Amerikanen ook eens ervaren wat lijden is en wat geweld inhoudt.”
Heel anders werd het na de inval van Amerika in Afghanistan, nog datzelfde jaar. „Toen ontstond hier wel het beeld dat het christelijke Westen moslimbroeders in Afghanistan aanviel.”
Toch escaleerde de anti-Amerikahetze in Makassar niet in gewelddadigheden. Volgens De Klerk is dat vooral te danken aan de goede contacten die christenen met moslims onderhouden. En toen de VS Irak aanvielen, bleef elke antichristelijke hetze uit omdat Frankrijk en Duitsland zich tegen die inval keerden. „Het Westen bleek dus zelf verdeeld en daardoor waren er wel anti-Amerikaanse protesten, maar geen antichristelijke.”
De aanval op Irak heeft er volgens De Klerk wel toe geleid dat allerlei radicale islamitische splintergroepen zich nadrukkelijker zijn gaan manifesteren in de stad. Toch heeft volgens hem veel zogenaamd religieus geweld een totaal andere achtergrond. „In de eerste plaats is armoede hier altijd een belangrijke factor. Mensen zijn daarom graag bereid om voor een paar roepia ergens onrust te stoken. Deze stad blijft om die reden licht ontvlambaar.”
Een tweede punt is volgens De Klerk dat godsdienst gemakkelijk te gebruiken is door bestuurders en politici. „Je moet daarom altijd twee keer nadenken als je het over moslims en christenen hebt, want vaak zitten er achter al die conflicten allerlei politieke machtsspelletjes.”
Dat neemt niet weg dat Makassar enkele islamitische universiteiten kent waar groepen radicale studenten aan verbonden zijn. Maar zelfs die worden vaak voor het karretje gespannen van lieden die belang hebben bij onrust. „Na de inval in Afghanistan bezette een groepje demonstranten onze school. Ze schreeuwden dat de grond waarop de school stond „van iemand anders was.” Overigens hadden veel van de jongens -onder wie zelfs enkele zwakbegaafden- naar eigen zeggen geen idee waarom ze er zaten. Nu had de rector van de school al het personeel opgeroepen zich niet door deze groep te laten provoceren, dus die jongens zaten daar maar te zitten. Uiteindelijk waren moslims uit de buurt die demonstratie zo zat dat zij de relschoppers van ons terrein hebben gejaagd.”
De Klerk vertelt dat bij de enkele tientallen radicale universiteiten die Makassar rijk is ook wel eens ”sweepings” zijn gehouden. Dan worden er wachtposten ingericht waar iedereen die passeert zijn identiteitskaart moet laten zien - en dus ook zijn godsdienst. „Een enkele keer waren er dan wel eens pesterijen naar andere studenten.”
Om van dit soort radicale acties zo weinig mogelijk last te hebben zijn goede contacten met de moslimwereld of met zo’n radicale universiteit van levensbelang, zegt Corrie de Klerk. Een belangrijke schakel in deze contacten is het Forum Dialog Antar Kita (Forlog). Het werd in 1999 opgericht door docenten en studenten van de theologische hogeschool en van een islamitische opleiding in Makassar, met als doel vrede en verzoening te stimuleren tussen moslims en christenen in zuidelijk Sulawesi.
Forlog heeft meermalen zijn nut bewezen, weet Corrie. „Omdat we via Forlog contact houden met de moslimuniversiteiten zijn ons veel problemen met radicale studenten bespaard gebleven.”
Of er kans bestaat dat het in Makassar toch een keer goed mis gaat tussen christenen en moslims? Jilles de Klerk gelooft van niet. „In gebieden waar de verhouding christenen-moslims ongeveer gelijk ligt -op Ambon, in Midden-Sulawesi en Mamasa-, dus daar kun je zulke escalaties verwachten. Hier in Makassar is 95 procent van de bevolking moslim; 5 procent christen. Die 5 procent is voor radicale moslims helemaal niet interessant.”
Daar komt bij dat het merendeel van de Indonesische moslims niets moet hebben van islamitisch radicalisme en vasthoudt aan de Indonesische grondwet pancasila, die vrijheid van godsdienst garandeert. „Die radicale islam, dat is niet de ware islam, is hun overtuiging.”
Dit is het tweede artikel in een serie over de botsing tussen de islam en het Westen.