Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Gevangen in een westerse obsessie

 Het openlijk hand in hand lopen mag dan in het Westen bevrijdend werken voor andersgeaarde mannen en vrouwen, in veel niet westerse en Oost Europese landen werkt dit coming outgedrag juist averechts. Het leidt tot publieke agressie en discriminatie. Foto EPA

Het openlijk hand in hand lopen mag dan in het Westen bevrijdend werken voor andersgeaarde mannen en vrouwen, in veel niet westerse en Oost Europese landen werkt dit coming outgedrag juist averechts. Het leidt tot publieke agressie en discriminatie. Foto EPA

Nederland pompt kapitalen in campagnes die homoseksuelen in Oost-Europa moeten bevrijden van discriminatie en onderdrukking. Weggegooid geld, vindt de Australische onderzoekster Shannon Woodcock. Door zich zo nadrukkelijk als ”gay” en ”lesbian” te presenteren, krijgen deze andersgeaarde mannen en vrouwen immers juist meer discriminatie te verduren. Desondanks dringen zij nauwelijks aan op een andere aanpak. De Europese pot met geld is te verleidelijk.
Een incident in de straten van de Albanese hoofdstad Tirana bracht dr. Shannon Woodcock op het idee om het onderwerp verder uit te diepen. De Australische, verbonden aan La Trobe University in Melbourne, werd er staande gehouden door een Nederlandse mensenrechtenactivist die dacht dat ze met een Albanese lesbienne van doen had. De activiste zei in opdracht van de Nederlandse ambassade te werken om een door Nederland gefinancierde organisatie van homoseksuelen en lesbiennes in Tirana van de grond te krijgen. Woodcock vertelde haar niet het voordeel van zo’n organisatie te zien, en bedankte vriendelijk. „Daarop werd de vrouw bijna hysterisch, en fulmineerde tegen me dat ik kennelijk bereid was mijn leven in schaamte en verborgenheid te slijten, terwijl het juist nu de tijd was voor lesbiennes om moed te vatten en voor vrijheid te kiezen.”

Het werk van de bevlogen activiste uit Nederland past in een trend die al vijftien jaar aan de gang is: de verspreiding van specifiek westerse opvattingen over homoseksualiteit in landen in Oost-Europa, Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Dat specifieke houdt dan in dat andersgeaarde mannen en vrouwen worden aangespoord vrijmoedig uit te komen voor hun seksualiteit en zich zelfs te organiseren op basis van die geaardheid.

Vijf jaar geleden publiceerde Woodcock een studie over deze materie onder de titel ”Globalization of LGBT identities. Containment masquerading as salvation or why lesbians have less fun”. Daarin richt ze zich met name op de positie van lesbiennes in Roemenië en Albanië, maar haar kritiek reikt verder dan deze landen. Overigens staat de gebezigde term LGBT voor Lesbian, Gay, Bisexual and Transgender en beogen de niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) met die naam een ruimere doelgroep dan alleen homoseksuelen.

Roemeense en Albanese lesbiennes zitten helemaal niet te wachten op zulke bevrijdingscampagnes, stelt Woodcock in deze studie. Ze hebben zich op veel subtielere wijze verzekerd van een veilige plek in hun overigens homovijandige samenleving. En daarom zijn het juist al die westerse campagnes die deze precaire en subtiele leefwijzen van andersgeaarden in Oost-Europa om zeep helpen. „Het uiteindelijke resultaat is dat wat als bevrijding is bedoeld, juist leidt tot grotere onderdrukking van andersgeaarde mannen en vrouwen.”

”Gaydar”, de internationale term voor het geheel van kenmerken en signalen waaraan andersgeaarden elkaar herkennen (en die in elke cultuur weer anders klinken en ogen), is ook in Oost-Europese landen een wezenlijk onderdeel van die ruimte waarin homoseksuelen zich vanouds bewegen. Daar komt bij dat in landen als Roemenië en Albanië de vrouwen- en de mannenwereld tamelijk van elkaar gescheiden zijn. Ook dat biedt homoseksuelen ruimte om zich op hun gemak te voelen, zonder dat ze zich nadrukkelijk gedragen als homo of lesbienne. „Zo hebben veel vrouwen die andersgeaard zijn een kring van vriendinnen om zich heen, of ze zijn zelfs getrouwd. Niemand in de familie of ruimere omgeving die daar verder moeilijk over doet, ook al weet iedereen dat ze anders zijn. Dat komt doordat er weliswaar sprake is van intensieve vriendschappen maar die worden door de vrouwen zelf niet en door de omgeving evenmin gezien als een bewuste keuze voor een lesbische levensstijl.”

Familie en vrienden staan veel meer open voor dit soort relaties, zolang die niet expliciet seksueel van aard zijn en ook niet nadrukkelijk op die manier worden gepresenteerd. De botte definitie van zulke relaties als lesbisch, dus als expliciet en eenzijdig seksueel, zijn funest voor andersgeaarde mannen en vrouwen in deze landen. Toch is juist dat wat westerse campagnes beogen met hun coming-outboodschap: kom er maar openlijk voor uit dat je lesbisch of homo bent. Ze werken daardoor als de spreekwoordelijke olifant in de porseleinkast. „Vrouwen met wie ik daarover sprak”, aldus Woodcock, „reageerden geschokt: als ze dat doen, verliezen ze juist hun vrijheid.”

Met de opkomst van internet is er voor deze andersgeaarde mannen en vrouwen een populaire ontmoetingsruimte bijgekomen: online vrienden en vriendinnen ontmoeten. Het maakt al die EU-campagnes nog meer overbodig. „Internet biedt alle ruimte om er wel of niet voor te kiezen je seksuele geaardheid verborgen te houden. En dat is pas echt vrijheid. In tegenstelling tot wat men in het Westen wil doen geloven: dat je pas vrij bent als je iedereen -liefst live op televisie- hebt laten weten dat je lesbisch bent.”

Michel Foucault
Die westerse obsessie met de coming-out komt ergens vandaan, weet de Australische wetenschapper, en ze wijst daarvoor naar de Franse filosoof (en homoseksueel) Michel Foucault. Hij stelde dat seksualiteit in de westerse cultuur een vorm van zelfkennis is die door sociale taboes wordt geblokkeerd. Daarom kan die kennis van de waarheid over jezelf enkel door een publieke belijdenis verkregen worden, waarbij taboes van derden die meeluisteren of -kijken nadrukkelijk met voeten moeten worden getreden. Openbare belijdenis van je geaardheid als vorm van genezing dus.

Met name in de Verenigde Staten bestaat inmiddels een hele cultuur rond coming-outshows en klinkt er luid applaus zodra een jongen of meisje zich op tv als homo of lesbienne ontpopt. Die typisch westerse en Amerikaanse cultuur rond de coming-out is overgenomen door de Roemeense en de Albanese homobeweging, maar de gevolgen voor de deelnemers zijn daar allesbehalve bevrijdend. Zij kunnen daarna juist rekenen op afkeer en discriminatie vanuit de samenleving.

Woodcock zegt het verpestend effect van de homo- en lesbiennecultuur die vanuit het Westen naar Oost-Europa is overgewaaid aan den lijve te hebben ervaren. „Voor 1999 was het in Roemenië relatief gemakkelijk om hand in hand met een vriendin over straat te lopen. Mensen hadden immers nog geen expliciet seksueel getint label dat ze aan dat gedrag konden hangen. Een label dat symbool stond voor het willens en wetens doorbreken van de normen en waarden van hun land. Door de introductie van westerse termen als ”gay” en ”lesbian” veranderde dat, en al snel werd dat een scheldwoord waarmee ”homo’s” werden gebombardeerd. Ook vrouwen die niet openlijk als lesbisch door het leven wilden gaan, kregen het op straat naar hun hoofd geslingerd. Ik kan niet langer hand in hand met een vriendin door Boekarest lopen, zonder dat ik agressief word aangesproken door passanten.”

Intussen zijn het wel Oost-Europese homo-organisaties (zogenaamde LGBT-ngo’s) die zich voor dit westerse karretje laten spannen. Hoe is dat te verklaren? „De donor beheerst alles”, reageert Woodcock. „Zo geeft Nederland veel geld uit aan LGBT-zaken, en het gevolg is dat iedereen in Oost-Europa slaafs die invalshoek overneemt die de ambassades hebben gekozen. Wie zich daar als andersgeaarde burger verre van wil houden, is daar vrij in; alleen hoeft hij of zij geen geld van Den Haag of Brussel te verwachten.” Het komt erop neer dat homobelangengroepen in Roemenië en Albanië die interesses van westerse donoren moeten dienen willen ze in aanmerking komen voor een pot geld. Woodcock vertelt dat toen ze haar studie vijf jaar geleden had gepubliceerd, er vanuit de hele wereld reacties bij haar binnenkwamen. „Mensen uit Roemenië, maar ook uit India, Sri Lanka en Brazilië lieten me weten het volledig met me eens te zijn, maar ze voegden er wel snel aan toe dat zij dat nooit openlijk zouden durven zeggen, omdat ze dan hun baan bij de homo-organisatie kwijt raakten.”

Discussiegroepen
Maar niet iedereen laat zich daar voor het Nederlandse karretje spannen, weet Woodcock. Ze vertelt dat er in Roemenië geld is gestoken in het opzetten van discussiegroepen voor lesbiennes. „Die bestaan inmiddels op papier, maar als de leden bij elkaar komen praten ze over heel andere zaken dan waarvoor ze zijn bedoeld. Niet zozeer over hun seksuele geaardheid en wat daarmee samenhangt, maar over praktische dingen als het aanvragen van een visum.”

De Australische wetenschapper denkt dat er nauwelijks objectief wetenschappelijk onderzoek ten grondslag ligt aan al die goedbedoelde campagnes van westerse regeringen en ambassades. „Ze hebben allemaal grote idealen, maar onder de beleidsmakers is er blijkbaar niemand die eerst eens op een intellectuele manier de problemen in het veld in kaart wil brengen.”

Wat zou u hun willen adviseren?
„Geef meer bevoegdheden en geld in handen van lokale gemeenschappen, zodat die zelf kunnen kiezen wat ze ermee doen. De betere ideeën komen nu eenmaal altijd van onderop en niet van de mensen die het geld ter beschikking stellen.” Als voorbeeld noemt ze het initiatief ”Ladyfest”, een jaarlijks festival dat door en voor vrouwen wordt georganiseerd en dat nadrukkelijk niet exclusief inzoomt op seksualiteit, maar openstaat voor alle vrouwen. „Mensen hebben toch veel meer dan alleen hun seksualiteit? Zolang ngo’s zich richten op zaken als aids, op discussiegroepen voor lesbiennes of het houden van gay prides is er iets grondig mis met hun aanpak.”

Woodcock wijst op recente EU-rapporten die aangeven dat homohaat in een land als Roemenië sterk is toegenomen. „Door het Westen geïntroduceerde terminologieën als ”lesbisch” en ”gay” worden inmiddels volop gebruikt door extreem rechtse groepen die jacht maken op homoseksuelen. Vijf jaar nadat mijn studie uitkwam, blijkt dat homohaat in Roemenië omvangrijker is dan haat jegens de Roma (zigeuners), en dat wil wat zeggen in een samenleving als de Roemeense.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek