Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Fonduen in het dorre hart van Europa

  
 1 van 5  

 

Reichenbach moet zo ongeveer het hart van Europa zijn. Maar daar is het niet zo best mee gesteld. De in de voormalige DDR gelegen gemeente heeft een zodanig werkloosheidspercentage dat jongeren die van school komen een inktzwarte toekomst hebben. De Nederlander Peter Vlug wil de jeugd uitzicht bieden, „op werk en op Gods Zoon.
Peter Vlug heeft iets met tieners en geloof. Al tientallen jaren werkt hij voor de stichting Tiener Toekomst en probeert hij jongeren aan te spreken met het Evangelie. „Dan kun je in Rotterdam gaan zitten of in een andere gemeente in Nederland, maar mij raakte op een gegeven moment de tienerproblematiek in Europa. En waar kun je dan beter zitten dan in het hart van Europa.”
Daarop trok Vlug twee diagonale lijnen over een landkaart van Europa. „We kwamen uit in Reichenbach, een Oost Duitse gemeente die voor de ”Wende” 23.000 inwoners had en nu nog maar 18.000. Van het ene op het andere moment zaten in 1989 veel mensen zonder werk. Ook hier.” Met een breed armgebaar wijst hij naar het gebouw om hem heen.
Het is het abattoir dat Peter Vlug anderhalf jaar geleden kocht. „Tot 1989 was het een slachthuis. Zonder nadere aankondiging gingen in één keer de poorten dicht. Eigenlijk wilde men het afbreken, maar dat mocht niet omdat het onder monumentenzorg viel.”

Geen toekomst
In het uit 1890 daterende pand wil de bevlogen Nederlander plaatselijke jongeren die van school komen een stageplek bieden. „Ieder jaar komen hier ruim zestig jongeren van school, zonder enig uitzicht op werk. Wil je als jongere hier in Duitsland aan de bak dan heb je een stageplek nodig. Heb je die niet dan kom je niet verder.”
In de voormalige DDR klinken hier en daar opwekkende geluiden over de economie die aantrekt, maar in Reichenbach is het een en al troosteloosheid. Peter Vlug: „Het beetje arbeid dat hier is wordt door betaalde krachten gedaan. Dan heb je de werklozen die voor een uur of tien moeten meewerken en de laatste arbeid voor de neus van de schoolverlaters wegkapen. Dus op een gegeven moment is er helemaal geen werk meer over. Hier werken wel tientallen mensen bij de brandweer, terwijl je aan een handjevol genoeg hebt.”
De jongeren hebben geen enkele toekomst, aldus Vlug. „Als ik niet slim ben en ik kan daarom niet naar het gymnasium, kan iedereen mij dat uitleggen. Als mijn ouders arm zijn en ik kan daarom niet doorleren, kan iedereen mij dat uitleggen. Maar als ik mag leren voor een bepaalde baan, en er is geen mogelijkheid om te leren voor die baan, kan niemand mij dat uitleggen. Ik ben niet arm, ik heb de hersens, maar de gelegenheid om te leren wordt me niet gegeven. Ik word gewoon klaargestoomd voor een WW premie. Dat gebeurt ieder jaar met ruim zestig jongeren die van school komen.”
Vlug schildert wat er met die jongeren gebeurt: „Dit zijn jongens en meisjes die zich helemaal vol piercen en tatoeëren en dan zijn ze totaal niet meer bruikbaar voor de arbeidsmarkt; zijn ze nergens meer geschikt voor, dan zuipen ze zich vol en dan is het gebeurd.”

Feesten
Vlug ging met anderen nadenken hoe ze konden kon helpen. „In Handelingen staat over de eerste gemeente in Jeruzalem dat de apostelen in aanzien stonden bij de mensen omdat ze zorgden voor de weduwen en de wezen in hun druk. Wij stelden hardop de vraag: „Wie zijn hier in Reichenbach de weduwen en de wezen?” Die vraag was niet moeilijk te beantwoorden. In de tijd van de DDR was het zo dat je een huis kreeg als je een kind had, anders moest je er jaren op wachten. Dus iedereen kreeg een kind. Ben ik een jongen en jij een meisje en zit je bij mij in de klas: kind. Dan hoef je niet bij je ouders te zitten. Er zijn heel veel van die hele jonge moedertjes geweest. Dat zijn nu stuk voor stuk alleenstaande moeders geworden, want de liefde ontbrak in die huwelijken. Die alleenstaande moeders hebben intussen wel allemaal een zoon of dochter die geen aansluiting vindt. Wij hebben gezegd: „Op hen kun je de definitie van weduwen en wezen heel goed loslaten. We zullen deze weduwen en wezen alle aandacht geven.””
Peter Vlug wil de mensen niet alleen werk bieden, maar ook bekendmaken met Christus. „Van de mensen hier ging bijna niemand meer naar de kerk. De voorgangers wantrouwden ze, omdat die mogelijk met de Stasi samenwerkten. Veel mensen hier hadden veertig jaar lang niet meer van God gehoord. Ze groeiden in feite op zonder God. Pas had ik iemand die zei: „Wie is ”amen”, waar woont die man, wie is dat?” Er is hier een totale God loosheid.”
Vooralsnog wil Vlug geen diensten beleggen om het Evangelie te verkondigen. „In Handelingen lees je dat de gemeenteleden dagelijks bij elkaar aan huis kwamen, het brood braken, de Bijbel openden en elkaar bevroegen. Met dit gegeven in het achterhoofd hebben we een programma uitgedacht: Bijbel Fondue heet het. Je kunt dan mensen bij je uitnodigen om dat Bijbelstudieprogramma wekelijks samen te beleven. Bij dit programma horen vragen die je moet beantwoorden. Als vanzelf kom je dan tot een gesprek. Om de gesprekskringen het gevoel te geven bij een groter geheel te horen zijn er regelmatig grote landelijke feesten. Feesten ter ere van God. Hiermee sluiten we aan bij de praktijk zoals die in Handelingen beschreven staat.”

Restaurant
Vlug verlaat zijn kantoor en komt een minuut later terug met een houten doos. „Hierin zit het Bijbelstudieprogramma”, zegt hij trots. Hij doet de schuif open en toont de inhoud: kartonnen kaarten waarop vragen staan. „Dat spel maken we hier en zo slaan we twee vliegen in één klap. We verschaffen werk en verspreiden het Evangelie in het dorre hart van Europa.”
Het Bijbel Fondue wordt beneden in het abattoir vervaardigd. Vlug: „Je kunt die spellen natuurlijk ook voor een euro of zo in China laten maken, maar het gaat om de jongeren hier. Je moet stageplekken creëren. Ik kan wel preken, maar als er niet heel snel heel veel werk wordt georganiseerd, ben je snel uitgepraat.”
De stageplekken werpen hun eerste vruchten af. „Onlangs reed een taxichauffeur hier het terrein op. Zijn twee kinderen werkten hier en hadden voor het eerst geld verdiend, waar ze schoenen van hadden gekocht. Die man was zo blij.”
Door het verschaffen van werk ontstaat er contact met de plaatselijke bevolking. „Ze weten dat we christen zijn. Ze zijn daar wel in geïnteresseerd en vragen naar het hoe en wat. Zo ontstaat soms een gesprek.”
Vlug benadrukt dat hij geen sociale werkplaats runt. „We verschaffen werk, maken de mensen blij, maar verdienen ook gewoon.” Want behalve de werkplaatsen herbergt het abattoir ook een winkel en een restaurant. „In het verleden was hier eveneens een restaurant. Als je de verhalen hoort moet het een begrip zijn geweest. Opa’s en oma’s gingen hier met hun kinderen en kleinkinderen eten, hier werden bruiloften gehouden. Dat willen we allemaal terugbrengen. Op dit moment zijn hier in Reichenbach bijna geen restaurants meer. Het is een saaie bedoening.”
In de winkel verkoopt Vlug tweedehands wasmachines en andere elektrische toestellen. De meeste artikelen krijgt hij van een Nederlands bedrijf dat ze aan particulieren verhuurde. Mensen kunnen de producten bij Vlug eventueel via internet bestellen.

Bron
De plaatselijke gemeente is ingenomen met Vlug, al stond ze aanvankelijk sceptisch tegenover Vlug en zijn ideeën. „Ze konden niet geloven dat iemand zijn studio in Nederland verkocht om in Reichenbach iets op te zetten. Ik had al een paar keer om jongeren gevraagd zodat die in Nederland bij een bedrijf stage konden lopen. Daar reageerden ze negatief op. Uiteindelijk ben ik naar Berlijn gegaan en daar wilde men wel meewerken. Toen daarop stukken in de krant over mij verschenen zei de burgemeester: „Als die Nederlander weer komt, moet je alles doen waar hij om vraagt.” Toen ik daarop om het grootste gebouw vroeg om alle jongelui hier aan werk te helpen, boden ze dit abattoir aan.”
Peter Vlug wordt op straat in Reichenbach regelmatig aangesproken. „Dan vragen de mensen aan mij: „Waarom Reichenbach?” Dan zeg ik: „Dit is het middelpunt van Europa en ik wil u het Koninkrijk van God laten zien.”
Tijdens een rondleiding op het bedrijfsterrein na afloop van het gesprek staat Vlug stil bij een betonnen plaat op de grond. Wijzend met zijn hand: „Hier zit een bron. Een gemeenteambtenaar heeft me daar opgeattendeerd. Ten tijde van de DDR hadden ze hier op het abattoir veel water nodig. Dat we hier een bron hebben heeft toch een prachtige symbolische betekenis. Hier in het voormalige Oost Duitsland is misschien geen werk, voorlopig althans, maar er is wel een bron, de Bron met een hoofdletter.”


Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek