Ver voor de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 is de tuin echter opengesteld voor het gewone volk. Voor de bewoners van het paleis is de tuin sowieso niet bestemd, want die zijn er al lang niet meer. Opeenvolgende presidenten konden na 1975 niet meer in het paleis wonen, omdat het complex op instorten stond. Nu het met Nederlands geld is gerestaureerd, weigert president Ronald Venetiaan het paleis te betrekken. Hij wil niet wonen in een gebouw dat onder het juk van de door hem zo verfoeide heersers is neergezet.
De vegetatie in de Palmentuin is, zoals de naam al doet vermoeden, behoorlijk eenzijdig. Maar desondanks indrukwekkend met de vele honderden koningspalmen, die met hun stammen die tot 50 meter hoog kunnen reiken terecht tot de koning der palmen zijn gedoopt. De lage vegetatie bestaat vooral uit verschillende varensoorten, maar daarmee heb je het wel gehad.
Met de economische en sociale neergang die in 1975 in gang werd gezet, heeft ook de Palmentuin beetje bij beetje zijn glans verloren. Veel bomen zijn ziek, de wil en het geld bij de overheid, die het park beheert, zijn er niet om het tij te keren. Aan onderhoud wordt ook niet veel gedaan, maar dat valt alleen op door de vele gevallen bladeren die niet worden opgeruimd.
Vooral na zonsondergang is het park tegenwoordig een vrijplaats voor zwervers, geboefte en ander gespuis en gebeuren er zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Als argeloze wandelaar heb je er in het duister niets te zoeken, tenzij je erop uit bent jezelf, in het gunstigste geval, te laten overvallen.
Overdag is het een stuk veiliger om in het park te vertoeven, hoewel ook dan bedelaars en een enkele keer dieven actief zijn. Maar zolang je maar zorgt dat je er niet alleen rondloopt, zal er niet snel wat gebeuren. Belangrijkste trekpleister is de wat armetierige speeltuin, die vlak achter de eens zo majestueuze ingang aan de Kleine Waterstraat is gelegen. ’s Middags en in het weekeinde komen hier gezinnen., gadegeslagen door toeristen die even komen uitblazen na een stadswandeling langs de nabijgelegen monumentale panden.
Veel ander volk is er niet, en dat is opmerkelijk. Want de Palmentuin is een van de koelste plekken in de benauwde stad, met een dak van palmbladeren en lange kale stammen die de wind alle ruimte bieden om aan te zwellen tot een stevige bries. Alleen op nationale feestdagen, zoals Onafhankelijkheidsdag en, vorige week, de Dag der Inheemsen, bruist de Palmentuin van de activiteiten. Bandjes spelen de sterren van de hemel, bij honderden kraampjes zijn de meest uiteenlopende lekkernijen te krijgen.
Aan het eind van de dag valt echter enkel het rustgevende geruis van de wind in de toppen van de koningspalmen nog te beluisteren. Maar dat horen alleen de zwervers en andere ongewenste nachtelijke gasten van de Palmentuin.
Dit is het zesde deel in een serie over stadsparken.