Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Geen islamitische gebedskleedjes op openbare scholen in Hamburg

 HAMBURG – Moslims komen in Hamburg in een moskee bijeen voor het vrijdaggebed. Foto DPA

HAMBURG – Moslims komen in Hamburg in een moskee bijeen voor het vrijdaggebed. Foto DPA

HAMBURG - Hamburg is Hamburg niet meer na de aanslagen van 11 september 2001. Het klimaat in de eens zo liberale multiculturele Hanzestad, waar zelfmoordterrorist Mohammed Ata de al-Qudsmoskee bezocht, is ingrijpend veranderd.
Hamburg laat zich dit jaar in september van zijn mooiste kant zien. Mild herfstlicht en zomerse temperaturen omhullen de stad en nodigen de burgers nog één keer uit tot een wandeling langs de Aussenalster. Die passeren daarbij het Amerikaanse consulaat, dat in de volksmond het ”kleine Witte Huis” wordt genoemd, en komen na een paar kilometer langs de Imam-Alimoskee.

Het zijn twee adressen die staan voor een Hamburg dat sinds 11 september 2001 is veranderd. Zware betonblokken versperren sinds die inktzwarte dag de toegang tot het generaal-consulaat. Zwaarbewapende politieagenten bewaken het gebouw, het verkeer wordt omgeleid. Niemand weet wanneer de wegversperringen worden verwijderd.

Geheel anders is de situatie aan de overkant. De eens door rijke Iraanse kooplieden geschonken Imam-Alimoskee met haar blauwe tegelwerk en gouden koepel ligt vredig in het zonlicht.

Hier ontmoeten Hamburgs moslims elkaar voor het gebed. Maar niet alleen daarvoor. Zo houdt de binnenlandse veiligheidsdienst de moskee, een van de in totaal vijfitg die de Hanzestad telt, nauwlettend in de gaten. De twee vermeende kofferterroristen die enkele weken geleden in Keulen en Aken een bloedige aanslag op treinen in gedachten hadden, zouden hier contact met elkaar hebben gehad.

Hamburg geldt echter al langer als belangrijke uitvalsbasis voor de fundamentalisten. Hier kwam Mohammed Atta vandaan, de leider van de terroristencel die de aanslag op het World Trade Center in New York heeft gepleegd. De ontmoetingsplek van de zelfmoordterroristen was de al-Qudsmoskee in het Hamburgse stadsdeel St. Georg. Het is een van de wijken in Hamburg die voornamelijk door moslims worden bewoond. Hier is de ene Turkse of Arabische winkel na de andere. Hier, vlak bij het Centraal Station, zijn islamitische cultuurverenigingen, ontmoeten jonge moslims elkaar in muziekwinkels en discussiëren ze in theehuizen. Hier in de al-Qudsmoskee werd de foto genomen die Mohammed Atta te midden van zijn handlangers toonde, een foto die vijf jaar geleden de wereld over ging.

Er zijn ongeveer 130.000 moslims in Hamburg, de meesten van hen hebben een Turkse achtergrond. Van ongeveer 170 van hen verwachten de veiligheidsinstanties dat ze voor het gebruik van geweld zijn. Zo’n twintig staan bij de binnenlandse veiligheidsdienst te boek als fundamentalistisch en als voorstanders van geweld.

Sinds de terroristische aanslagen van vijf jaar geleden is het eens zo liberale klimaat in de multiculturele stad Hamburg met haar 1,8 miljoen inwoners veranderd. Islamitische terreuraanslagen in andere delen van de wereld hebben daar extra toe bijgedragen. Weliswaar leven moslims en christenen (er zijn 700.000 protestanten en 180.000 rooms-katholieken) vreedzaam naast elkaar.

Maar Friederike Raum-Blöcher, woordvoerster van een christelijk-islamitische praatgroep in Wilhelmsburg, denkt daar anders over: „Mijn indruk is dat degenen die in het verleden al kritisch tegenover de islam stonden, nog meer zijn verhard.” En Ali Özdil, directeur van het islamitische wetenschaps- en onderwijsinstituut, voegt eraan toe: „Voortdurend sta ik onder druk mijzelf te rechtvaardigen, me van terreur te distaniëren. Islam en geweld worden eenvoudigweg in één pan gemikt.”

Veel Hamburgers eisen daarom van hun islamitische medeburgers dat ze zich duidelijk uitspreken voor de grondwaarden van de Duitse democratie. Het thema ”integratie” staat boven aan de politieke agenda. Dat begint op school, waar er sinds een jaar over wordt gediscussieerd dat moslims geen speciale rechten hebben. Ook zij moeten deelnemen aan schoolzwemmen, gymnastiek en schoolreisjes, zelfs als de ouders dat niet willen. En dat eindigt bij gericht taalonderwijs voor jonge islamitische migranten die vanwege hun gebrekkige kennis van de Duitse taal moeilijk toegang tot de arbeidsmarkt krijgen. Juist het lage onderwijsniveau van dergelijke jongeren wordt door integratiedeskundigen als belangrijke reden voor criminaliteit of het afglijden naar fundamentalisme gezien.

In het stadsdeel Wilhelmburg, waar inmiddels meer dan de helft van de mensen uit Turkije afkomstig is, bestaat nu een mentorenprogramma voor zwakke leerlingen met een migratieachtergrond. Burgers van Hamburg helpen bij het huiswerk, begeleiden de ouders bij klasseavonden en vertalen van het Turks naar het Duits.

Een ander project wordt gestimuleerd door de Körber-stichting (Körber was een welgestelde Hanze-ondernemer). ”School zonder racisme” is de naam van discussiebijeenkomsten waarbij islamitische en niet-islamitische jongeren samenkomen om van gedachten te wisselen over elkaars cultuur. Dat gebeurt zonder opgeheven vingertje en met respect voor vreemdelingen.

Vooral echter zetten Hamburgse kerken, protestanten en rooms-katholieken zich ervoor in de spanningen te verminderen en gezamenlijk het samenleven vorm te geven. Bisschop Maria Jepsen: „Enkele jaren geleden hebben we handtekeningen verzameld voor de bescherming van de zondag. We kregen toen ook 800 handtekeningen vanuit de islamitische gemeenschap. Dat is een voorbeeld voor de interreligieuze samenhang die wij buiten de grenzen van Hamburg zouden moeten uitbreiden.”

Open voor de dialoog met de islam toont zich eveneens aartsbisschop Werner Thissen. „Er is geen alternatief voor het gesprek met de islamitische medeburgers”, zegt hij. Tegelijkertijd merkt hij daarbij kritisch op dat een grotere distantie ten aanzien terrorisme gewenst zou zijn.

Intussen openen moskeeën hun poorten voor christenen. Er zijn gespreksbijeenkomsten, feestelijke uitnodigingen tot vasten tijdens de ramadan of christelijk-islamitische stadsdeelfeesten. De Hamburgse sjoera -de raad van islamitische gemeenschappen- biedt zich aan als gesprekspartner voor religieuze en politieke vraagstukken. Eén keer per jaar ontmoeten moslims en christenen elkaar op de dag van de wereldreligies, waarop gepleit wordt voor begrip voor andermans geloof en tevens informatie wordt verschaft over de wezenlijke inhoud en waarden van beide religies. Met succes: toen in het voorjaar de strijd rond de cartoons over de profeet Mohammed uitbrak, waren het de imams van Hamburg die opriepen tot matiging.

Nog altijd omstreden is de vraag over het islamonderwijs op Hamburse scholen. Een beslissing is nog niet genomen. Er zullen echter volgens de woorden van de wethouder van Onderwijs, Dinges-Dierig, geen gebedskleedjes op scholen komen. Ook het vrijdaggebed op school is uitgesloten. De wethouder: „Openbare scholen blijven neutraal.”

Aslan Aydin is een rustige man. De 33-jarige Turk leeft met zijn vrouw en zijn drie kinderen in Hamburg-Harburg. Toen hij 15 was kwam hij naar Duitsland. Door Duitsers, aldus Aydin, wordt dit stadsdeel ”Klein-Anatolië” genoemd. In de oude flatgebouwen wonen ook Duitsers, waarmee Aydin nauwelijks contact heeft. „Die willen met ons niets van doen hebben.” En dan voegt de buschauffeur er een zin aan toe die misschien wel het beste de situatie in Hamburg karakteriseert, die ondanks verschillende initiatieven van beide kanten moeilijk blijft: „Maar ik heb ook geen stap in hun richting gedaan.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek