Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

„De Stasi moet van alles op de hoogte zijn”

 Lichaamsgeuren van verdachte burgers in weckpotten.

Lichaamsgeuren van verdachte burgers in weckpotten.

Als in 1989 de Muur valt staat Duitsland voor een tweede keer het verleden verwerken. Moest Duitsland na de Tweede Wereldoorlog politiek, mentaal en juridisch afrekenen met het naziverleden, na de Wende moest Duitsland het leed van de communistische DDR een plaats geven.
De verwerking van het verleden van de Duitse Democratische Republiek richtte zich vooral op de geheime politie, de Stasi in de volksmond de ”Firma”. De Stasi hield iedereen in de gaten, luisterde massaal telefoons af, maakte brieven open en weer dicht.

Van verdachte burgers bewaarde men zelfs de lichaamsgeur in weckpotten. Als ze op het politiebureau werden verhoord, moesten ze op een stoel gaan zitten waar een los doekje op lag. Na het verhoor stopte men het doekje met de lichaamsgeur van de verdachte in een weckpot. Het adagium van Stasichef Mielke luidde: „We moeten als ministerie voor Staatsveiligheid van alles op de hoogte zijn.”

Omdat de legitimiteit van het regime nooit door vrije verkiezingen was bevestigd, was staatsveiligheid voor de DDR-leiding een obsessie. Als West-Duitsers pakketjes naar Oost-Duitse familieleden opstuurden, werden die grondig nagekeken. Tubes tandpasta werden leeggeknepen op een schone plank, de pasta onderzocht op ”Fremdkörper” en daarna teruggestopt. Veel West-Duitsers stuurden ook geld naar hun familie in het oosten. Dat verstopten ze in pakken thee of koffie. Tussen 1984 en 1989 onderschepte de Stasi 32 miljoen mark.

Alles wat de Stasi te weten kwam werd schriftelijk vastgelegd en bewaard in eindeloze dossiers. Het archief van het ministerie voor Staatsveiligheid had naar schatting een lengte van 200 kilometer en iedere kilometer telde 10 miljoen pagina’s. Het bevatte informatie over 4 miljoen DDR-burgers en 2 miljoen West-Duitsers.

De Stasi had 90.000 mensen op kantoor. Bij het vergaren van informatie maakte de Stasi gebruik van informanten, in totaal niet minder dan 600.000. Sommigen deden het vrijwillig, anderen werden gedwongen. Het leidde ertoe dat veel gevallen niet zwart of wit waren, maar vooral grijs.

DDR-burgers eisten na de val van de Muur inzage in hun dossiers. Uiterst pijnlijk was het voor sommigen te ervaren dat vrienden en familieleden als informant voor de Stasi hadden gewerkt. Soms betrof het een man die over zijn vrouw infomatie doorgaf.

Inmiddels zijn er sinds de val van de Muur bijna achttien jaren verstreken, maar dat wil niet zeggen dat de pijn niet meer wordt gevoeld. Mensen die in Stasigevangenissen hebben vastgezeten protesteerden vorige maand nog omdat ze de schadeloosstelling die dit jaar in het vooruitzicht is gesteld te laag vinden. Bovendien, en dat doet misschien nog wel het meeste pijn, komt de vergoeding veel te laat.

In veel gezinnen en in vriendenkringen is het nooit meer goed gekomen. Wat gebeurt is kan men niet vergeten, laat staan vergeven. Joachim Gauck, de eerste beheerder van de Stasiarchieven, zegt dat vergeving nodig is. „Maar hoe voltrekt zich vergeven in het normale leven of in de Bijbel? Dat is altijd een proces. Iemand ziet dat hij schuldig is. Hij erkent dat hij verkeerde dingen heeft gedaan, hij ontdekt zijn schuld. Dan kan het zijn dat hij die schuld kwijt wil. Hij gaat dan naar zijn naaste en zegt: „Luister, ik kan niet meer. Ik moet je vertellen wat ik heb gedaan.” Als hij de waarheid zegt, zal het slachtoffer in de regel ongelooflijk genereus zijn.”

Het is Gaucks ervaring dat slachtoffers vergeven als de dader de waarheid spreekt. „Een groot aantal slachtoffers staat in feite met uitgestrekte armen gereed om te omhelzen en te vergeven, maar helaas zwijgen de daders.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek