De kerken hebben nu de tegenaanval ingezet. De verruiming van de openingstijdenwet brengt de uitoefening van het grondrecht op godsdienstvrijheid in gevaar, vinden zij. Een extra doorn in het oog van de kerken dat in Berlijn nu ook op adventszondagen geshopt mag worden. En omdat het recht op de zondagsrust in de Duitse grondwet is verankerd, hebben het bisdom van Berlijn en de evangelische kerk van Berlijn en het omliggende Brandenburg vorige week bij het Duitse constitutionele hof een klacht ingediend. De hoogste kerkelijke organen, de Duitse Evangelische Kerken en de Rooms-katholieke bisschoppenconferentie steunen de klacht.
Het is een klein fossiel, het bewuste grondwetsartikel. „De zondag en de erkende feestdagen blijven als rustdag en als dag van geestelijke verheffing door de wet beschermd”, staat te lezen in artikel 140, dat na de oorlog letterlijk uit de grondwet van de Republiek van Weimar werd overgeschreven. Dat maakt het echter niet minder geldig. Nog in 2004 bepaalde het hof dat een verkoopverbod op zon- en feestdagen in ieder geval niet tegen de wet is, zoals een grote winkelketen hoopte. Het hof besliste wel dat de overheid moet bepalen op welke manier en in welke mate de zondag dient te worden beschermd. Daarbij mag ze rekening houden met de vrijetijdsbehoeften van de bevolking.
„Waar ligt de redelijke grens voor de zondag als dag van geestelijke verheffing?” vraagt de president van de Duitse Evangelische Kerken, kardinaal Wolfgang Huber, in een interview met Die Zeit. Een vraag die het Hof nu moet beantwoorden. Voor christenen is het duidelijk: „gedenkt de sabbatdag dat gij die heiligt”, zegt het vierde gebod. Voor de Berlijnse detailhandel is het ook duidelijk. Tien koopzondagen schaadt volgens de brancheorganisatie de zondagsrust niet.
Dat er mensen zijn voor wie de zondagsrust minder heilig is, weet ook de kerk. Voor Huber is het vanzelfsprekend dat niet alle activiteiten die voor sommigen werk met zich meebrengen, zouden moeten ophouden. „Natuurlijk is er werk dat op zondag belangrijk is. Niet alleen de heilige missen, maar ook culturele activiteiten of ziekenverzorging.”
Zo zal dan ook aan de sinds jaar en dag inmens populaire kerstmarkten niet worden getornd. Die maken deel uit van wat Huber noemt het „culturele instituut zondag” als dag van bezinning en verheffing, maar ook van ontspanning en verstrooiing. En koopzondagen dragen aan dit culturele instituut niets bij.
Zeker in de grote steden hebben de consumenten wel oren naar een koopzondag. Maar betekent dat voor de burger arbeidstijd, dan wil die dat ineens niet, zo blijkt keer op keer uit onderzoek. Het niet op zondag te hoeven werken is voor het meeste mensen een van de belangrijkste criteria voor een gezinsvriendelijke bedrijfsvoering.
Ondanks dat werkt inmiddels een op de vier vaker of minder vaak op zondag. De vakbonden zijn niet in staat gebleken om de eeuwenoude ”zevende dag” vrij te houden. „Al zouden we dat het liefste wel willen”, zegt een woordvoerder van de vakbond voor de dienstverlening Verdi. De bond klopte meermaals bij de politiek aan, maar zonder resultaat. Goede toeslagen en compensaties van vrije dagen bieden vanuit zijn oogpunt echter een aannemelijke pleister op de wonde.
Voor Jürgen Rinderspacher is dat onaanvaardbaar. Hij is als onderzoeker en ”weekend-expert” verbonden aan het sociaalwetenschappelijk bureau van de Evangelische Kerk. Als we onze vrije tijd allemaal individueel vorm geven dan vallen we ten prooi aan wat hij noemt het „voortzettingsgedrag.” Ook die tijd willen we zo veel mogelijk optimaliseren, zoals we in het arbeidsproces gewend zijn. „Niets doen terwijl anderen hard bezig zij,n bezorgt ons dan een schuldgevoel”, zegt hij. Juist een gemeenschappelijke geleefde onproductieve tijd in de vorm van een beschermde zondagsrust kan ons daarvoor volgens Rinderspacher het beste hoeden. „Noem het een ”biotoop van tijd”, waarin andere regels gelden. Dat gold al voor de voorchristelijke Sabbath.”
Een uitspraak van het Constitutionele Hof is voor de Kerst niet meer te verwachten.