Om dat te veranderen heeft Dignitas twee jaar geleden een afdeling in Duitsland geopend, Dignitate. Die heeft inmiddels 1300 leden. Deels sympathisant, deels hulpbehoevend.
Scheidslijn
Actieve sterfhulp is een zeer omstreden thema in Duitsland en de scheidslijn gaat dwars door alle partijen. Bij de liberalen zijn er felle tegenstanders, onder christenen zijn er die vinden dat mensen in hun zelfbeschikkingsrecht tot in de dood moeten kunnen worden begeleid.
Vorige week werden twee Duitse terminaal zieke mensen in Zwitserland geholpen bij de uitvoering van hun laatste wens, op een openbare parkeerplaats in een busje. Begeleid door Dignitas, dat te veel weerstand ondervond bij het zoeken naar een geschikte locatie en toen met deze oplossing kwam. De verontwaardiging over de handelwijze van de Zwitserse sterfbegleiders was groot, zowel in Zwitserland als in Duitsland.
Handel in de dood, heette het. In Duitsland gingen direct stemmen op van de kerken, de hospicebeweging en diverse politici om deze vorm van private stervensbegeleiding op voorhand per wet te verbieden. De president van de overkoepelende artsenvereniging, de Bundesärztekammer, wees op het „groeiende gevaar van commercialisering van zelfdoding” die „het humane in onze maatschappij principieel in twijfel trekt.”
De vicevoorzitter van Dignitate, de gepensioneerde arts Uwe Christian Arnold, gooit bij deze woorden gelijk de kont tegen de krib en neemt het voor zijn Zwitserse medestrijders op. „Alle vormen van stervensbegeleiding kosten geld. Een hospice is ook niet kosteloos.”
Als behandelend arts heeft Arnold mensen in het stervensproces begeleid en hij is ervan overtuigd dat hulp bij zelfdoding uit de taboesfeer moet.
De reactie van politici, artsen en kerken kwalificeert Arnold als een reflex die terug te voeren is op de euthanasiepraktijken van nazi-Duitsland en die elke discussie de nek omdraait. „Schokkend is het juist dat deze twee doodzieke mensen niet in Duitsland konden sterven op de manier zoals zij dat wilden.”
Ondanks dat grote instituten, zoals de kerken, de hospicebeweging en de overkoepelende artsenvereniging, strikt tegen gereguleerde hulp bij zelfdoding zijn, weet Arnold zich gesteund door brede lagen van de bevolking die het recht op zelfbeschikking wensen te behouden, ook waar het de eigen dood betreft.
Opinie
Ds. Peter Frör kent de publieke opinie, maar is er niet van onder de indruk. Ook hij is een man van de praktijk. Als geestelijk ziekenverzorger op een stervensafdeling in het ziekenhuis van München heeft hij twintig jaar lang mensen begeleid bij het stervensproces. De wens van een voortijdige dood heeft hij meermaals gehoord en komt volgens hem voort uit angst en onwetendheid.
„Uiteindelijk hield geen van de terminale patiënten die ik kende zijn wens overeind in het stervensproces. Als mensen maar de passende medische verzorging krijgen en vooral sociale en geestelijke steun vinden, is sterven een waardig proces dat bij het leven hoort.”
Hij meent dat de zogenaamde palliatieve, pijnstillende geneeskunde en de hospicebeweging zich zodanig hebben ontwikkeld dat ondraaglijk lijden kan worden voorkomen.
Het argument van de zelfbeschikking vindt hij bedrieglijk. „De suïcidale gedachte kan makkelijk een eigen dynamiek krijgen. Dan wordt het een schijnzelfbeschikking die niet meer in twijfel wordt getrokken. Als iemand uiteindelijk toch kiest voor zelfdoding, laat het dan plaatsvinden in een vertrouwde omgeving en met ondersteuning van de naasten.” Wat hem betreft moet daar geen arts aan te pas komen.
Arnold weet echter dat veel huisartsen juist ook als vertrouwenspersoon worden gezien door patiënten die worstelen met het thema sterven. Volgens hem maakt het veel artsen radeloos. „Ze spreken met me achter een voorgehouden hand. Alsof ze bang zijn door de veiligheidsdienst te worden afgeluisterd.”
Ook daarom wenst hij een rechterlijke uitspraak. De begeleide zelfdoding die Arnold met Dignitate als precedent op touw zet, zal dan ook door een gepensioneerde arts worden begeleid. Die hoeft geen angst te hebben zijn toelating kwijt te raken. „Aanmeldingen van sterfwilligen zijn er genoeg.” In het voorjaar denkt hij de selectie van een geschikt persoon rond te hebben en de juridische oneffenheden te hebben gladgestreken.
Voor Frör is dit alles een gevaarlijke ontwikkeling. „Met sterven is onlosmakelijk verbonden dat je een deel afstaat aan iets wat groter is dan jezelf. De zelfdood snijdt dit diepmenselijke proces af.” Iedere vorm van wettelijke regeling maakt het volgens hem terminaal zieken te makkelijk hun angst te volgen. „Ik ken veel artsen in de stervensbegeleiding die angst hebben dat ze dan gedwongen zijn aan zelfdoding mee te werken.”
Over één ding zijn Arnold en Frör het dan toch eens. De Nederlandse euthanasiepraktijk gaat beiden te ver. Arnold: een uitgewogen palliatieve medicatie met in het uiterste geval de mogelijkheid van weloverwogen zelfdoding maakt euthanasie overbodig.